Onderwijs, jeugdzaken, cultuur en sport
Onderwijs
Elke lidstaat is bevoegd voor zijn eigen onderwijssysteem, maar sinds het Verdrag van Maastricht is de EU ook in dit domein actief. De Europese Unie stimuleert de samenwerking tussen lidstaten op gebied van onderwijs, vult hun actie aan en moedigt ook innovatie in de sector aan. Ze wil een Europese ruimte voor onderwijs creëren door de studenten- en lerarenmobiliteit te stimuleren. Het bekendste voorbeeld hiervan is het Erasmusprogramma, dat in 1987 van start ging. De Unie tracht de kwaliteit van de leersystemen te verbeteren en meer mogelijkheden te creëren voor mensen op elk moment in hun leven.
De samenwerking tussen de lidstaten en de Europese instellingen in het onderwijsdomein kreeg een stimulans door de overkoepelende Lissabonstrategie van 2000. Deze werd opgevolgd door de Europa 2020-strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei. Onderwijs en opleiding leveren een belangrijke bijdrage aan deze strategie. Daartoe werden voor onderwijs twee kerndoelen vooropgesteld: het terugdringen van het percentage vroegtijdige schoolverlaters tot maximum 10% en het streven naar een minimumpercentage van 40% van mensen tussen 30 en 34 jaar met een diploma tertiair of gelijkwaardig onderwijs.
Twee vlaggenschipinitiatieven van de Europa 2020-strategie zijn van bijzonder belang voor onderwijs en opleiding: het initiatief “Jongeren in beweging” dat jongeren wil helpen om alles te halen uit onderwijs en opleiding en zo hun kansen op een baan te verhogen en het initiatief “"Een agenda voor nieuwe vaardigheden en banen" waarin de nadruk ligt op het verbeteren van vaardigheden en het verhogen van de inzetbaarheid.
De samenwerking in de onderwijssector verloopt voornamelijk volgens de open coördinatiemethode, die onder andere het uitwisselen van good practices, het meten van de vooruitgang en het vergelijken van de Europese resultaten mogelijk maakt.
De Europese Unie heeft ook een aantal financieringsprogramma’s om bij te dragen tot het verwezenlijken van de prioriteiten. Deze mechanismen geven zowel financiële als technische steun aan organisatie’s en individuen en maken het zo mogelijk om projecten op te zetten of eraan deel te nemen in de hele EU. Het bekendste is het Levenslang leren programma, dat van 2007 tot 2013 loopt en samenswerkings-, uitwisselings- en mobiliteitsprojecten in de hele EU steunt in alle leeftijdscategorieën.
Onderwijsbeleid van de Europese Commissie
Jeugdzaken
De rol van de Europese Unie in jeugdzaken werd officieel erkend met de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht in 1993, waarin staat dat de EU de ontwikkeling van uitwisselingsprogramma’s voor jongeren en jongerenmedewerkers moet bevorderen.
Voor 2001 bleven de activiteiten van de Europese instellingen voornamelijk gefocust op de implementatie van specifieke actieprogramma’s. Er groeide echter een consensus dat er nood was om de jongeren zelf meer te betrekken bij het beleid. Om verder te gaan dan de bestaande programma’s en het politiek debat uit te diepen, lanceerde de Europese Commissie in 2001 het Witboek jeugd.
Het witboek nodigt de lidstaten uit om de samenwerking te verdiepen in vier prioritaire domeinen: participatie, informatie, vrijwilligerswerk en een beter begrip van de jeugd. Het stelt eveneens voor om meer rekening te houden met de impact van andere beleidsdomeinen op de jeugd, zoals onderwijs en opleiding, arbeid, gezondheid en de strijd tegen discriminatie.
Het witboek nodigt de jongeren uit om actieve burgers te worden. Dit basisdocument schiep een kader voor politieke samenwerking in het jeugdbeleid, een kader dat verder ontwikkeld werd om antwoord te bieden op de veranderende verwachtingen van de jongeren en om de sociale en professionele integratie van jongeren te bevorderen.
In 2009 stelde de Europese Commissie een nieuwe strategie voor het jeugdbeleid van de komende 10 jaar voor: “Jongeren – Investeringen en empowerment”. Deze strategie erkent de kwetsbaarheid van jongeren in de huidige financiële en economische crisis en de waarde van jongeren als menselijk kapitaal in de vergrijzende samenleving.
De nieuwe jeugdstrategie ligt in het verlengde van de in 2008 door de Commissie aangekondigde vernieuwde sociale agenda en stelt een sectoroverschrijdende aanpak voorop. De voornaamste doelstellingen van het nieuwe kader zijn:
• meer kansen creëren voor jongeren in onderwijs en werkgelegenheid
• actief burgerschap, sociale inclusie en solidariteit van jongeren bevorderen
Cultuur
Een bevoegdheid van de EU sinds 1993
De Europese Unie draagt bij tot de ontplooiing van de culturen van de lidstaten in hun verscheidenheid en legt tegelijk de nadruk op het gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Cultuur behoort echter in de eerste plaats tot de verantwoordelijkheid van de lidstaten. De EU ondersteunt de maatregelen van de lidstaten en vult ze aan, maar vervangt ze niet. De EU moedigt ook de samenwerking tussen de lidstaten aan. Cultuur behoort tot de bevoegdheden van de EU sinds het Verdrag van Maastricht dat in 1993 in werking trad. Via haar programma’s en beleid levert de EU een bijdrage tot de bevordering van culturele activiteiten. De Unie houdt ook rekening met culturele aspecten in alle acties die ze onderneemt, om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen.
Een Europese agenda voor cultuur
In 2007 werd een Europese agenda voor cultuur aangenomen, gebaseerd op drie gemeenschappelijke pakketten van doelstellingen. Het eerste pakket omvat culturele diversiteit en interculturele dialoog. Om de culturele diversiteit binnen de EU te promoten wordt de mobiliteit tussen lidstaten voor mensen die actief zijn in de culturele sector aangemoedigd net zoals het meer grensoverschrijdend laten circuleren van culturele en artistieke producten en werken.
Het tweede pakket gaat over cultuur als katalysator van creativiteit en innovatie. Cultuur paste in dit kader in de Lissabonstrategie voor economische groei en in de opvolger hiervan, de Europa 2020-strategie. De impact van cultuur en de creatieve sectoren op de economie wordt onderschat. De culturele industrieën zijn een troef voor de Europese economie en concurrentiepositie. Creativiteit zorgt voor technologische en sociale innovatie en stimuleert op die manier de economische groei en jobcreatie.
Promotie van cultuur als een belangrijk element in de externe relaties van de EU vormt het derde pakket doelstellingen. De EU heeft zich als partij bij de UNESCO Convention on the protection and promotion of the diversity of cultural expression geëngageerd om een meer actieve culturele rol te ontwikkelen voor Europa in externe relaties en om cultuur als een vitaal element te integreren in haar contacten met partnerlanden en –regio’s.
Culturele hoofdstad van Europa
Eén van de bekendste culturele initiatieven van de EU zijn de Europese culturele hoofdsteden. Elk jaar mogen twee steden in de lidstaten die titel dragen. Om geselecteerd te worden moeten kandidaat-steden een cultureel programma samenstellen dat het Europese karakter van het evenement reflecteert en de inwoners van de stad bij het project betrekt. De volgende Belgische stad die een jaar lang Europese culturele hoofdstad wordt is Bergen in 2015.
Sport
Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op 1 december 2009 draagt de Unie ook bij tot de ontwikkeling van een Europees sportbeleid, door de eerlijkheid van sportcompetities en de samenwerking tussen sportorganisaties te bevorderen en door de fysieke en morele integriteit van sporters te beschermen.
In januari 2011 heeft de Europese Commissie haar mededeling over sport gepubliceerd: “Ontwikkeling van de Europese dimensie van de sport” Dit is het eerste beleidsdocument van de Commissie in dit domein sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. De mededeling zet de ideeën van de Commissie over optreden op EU-niveau uiteen in het domein van sport. Concrete acties voor de Commissie en/of lidstaten worden gegroepeerd in drie hoofdthema’s: de maatschappelijke rol van sport, de economische dimensie van sport en de organisatie van sport. In de loop van 2011 worden reacties van de Raad en het Europees Parlement verwacht op deze mededeling.
