Verdrag van Lissabon
Ratificatie
Op 13 december 2007 ondertekenden de Europese staatshoofden en regeringsleiders plechtig het Verdrag van Lissabon. Om in werking te treden, moest het verdrag nadien ook geratificeerd worden door de 27 lidstaten, volgens hun grondwettelijk vastgelegde procedures. De laatste ratificatie werd afgerond in november 2009, waarna het verdrag in werking is getreden op 1 december 2009.
Belangrijkste wijzigingen door het Verdrag van Lissabon
Het Verdrag van Lissabon heeft de vroegere verdragen gewijzigd, maar heeft ze niet vervangen.
Het Verdrag van Lissabon bestaat voornamelijk uit twee delen: het ene heeft het vroegere Verdrag betreffende de Europese Unie aangepast, het andere heeft het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gewijzigd. Dit laatste is door het nieuwe verdrag omgedoopt tot "Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie".
Het Verdrag van Lissabon heeft verschillende vernieuwingen aangebracht in de vroegere verdragen:
• Het Verdrag van Lissabon maakt de Europese Unie democratischer. Het verruimt aanzienlijk de bevoegdheden van het Europees Parlement als medewetgever, begrotingsautoriteit en politiek controleorgaan. Het Verdrag van Lissabon betrekt de nationale parlementen in grotere mate bij de werkzaamheden van de Unie, in het bijzonder bij de controle van de subsidiariteit.
Het verdrag stelt ook een burgerinitiatiefrecht in. Het breidt de bevoegdheden van het Hof van Justitie uit en erkent de grondwettelijke structuur van de lidstaten, inclusief wat betreft de regionale autonomie.
Het Handvest van de grondrechten, vroeger slechts een politieke verklaring, is niet geïntegreerd in het verdrag, maar een bepaling specificeert wel dat de Unie de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest respecteert. Door die bepaling krijgt dit Handvest dezelfde rechtskracht als de verdragen. Aan het Verenigd Koninkrijk, Polen en de Tsjechische Republiek werd een afwijkend regime toegekend. Die oplossing genoot de voorkeur boven andere mogelijkheden die het bindend karakter van het Handvest zouden beperkt hebben tot de instellingen van de Unie.
Het Verdrag van Lissabon voorziet ook de toetreding van de EU tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens.
• Het optreden van de Unie wordt effectiever en meer samenhangend. Het Verdrag van Lissabon introduceert één enkele rechtspersoonlijkheid voor de Unie. Het breidt de communautaire methode uit en past het institutionele kader aan.
Het verdrag vereenvoudigt de besluitvorming binnen de Raad. De gekwalificeerde meerderheid wordt op een nieuwe manier berekend en zou het aantal blokkeringsmogelijkheden verminderen, zelfs nu de inwerkingtreding van dit mechanisme uitgesteld is. Het toepassingsgebied van de gekwalificeerde meerderheid wordt aanzienlijk uitgebreid.
Het Verdrag van Lissabon geeft het beleid van de EU een nieuw elan, vooral het externe optreden en de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Een horizontale sociale clausule is ingevoegd. Het verdrag legt een specifieke juridische basis vast voor de diensten van algemeen belang, aangevuld met een Protocol dat niet in het Grondwettelijk Verdrag voorkwam.
Het Verdrag van Lissabon verwijst ook uitdrukkelijk naar de strijd tegen de klimaatverandering en de juridische grondslag op het gebied van energie werd erin vervolledigd.
• Het Verdrag van Lissabon verduidelijkt het kader van het optreden van de Unie. Het maakt een einde aan de kunstmatige verdeling in pijlers, hoewel de specificiteit van het buitenlands en veiligheidsbeleid onderlijnd wordt. Het verduidelijkt ook de respectieve bevoegdheden van de Unie en de lidstaten. Het verdrag vereenvoudigt ten slotte de wetgevende en uitvoerende instrumenten van de Unie en legt een normenhiërarchie vast.
