Niet-gouvernementele samenwerking

DGD is bevoegd voor de financiering en de controle van de niet-gouvernementele samenwerkingsinitiatieven. De organisatie van niet-gouvernementele samenwerking is sinds 1997 toegespitst op de volgende beginselen:
- een programmabenadering die is ingegeven door een lange-termijnvisie op ontwikkeling;
- een uitgebreid initiatiefrecht bij de keuze van de partners aan wie hulp wordt verleend en van de uit te voeren strategieën;
- de daadwerkelijke verantwoordelijkheid voor het halen van de doelstellingen en voor de ter beschikking gestelde financiële middelen.
De niet-gouvernementele ontwikkelingssamenwerking heeft betrekking op:
- De 114 erkende Belgische niet-gouvernementele organisaties
- De 'Association pour la Promotion de l'Education et de la Formation à l'étranger' (APEFE) en de 'Vlaamse Vereniging voor Ontwikkelingssamenwerking en Technische Bijstand' (VVOB)
- De 'Conseil interuniversitaire de la Communauté française' (CIUF) en de 'Vlaamse Interuniversitaire Raad' (VLIR)
- Het Instituut voor Tropische Geneeskunde van Antwerpen
- Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika van Tervuren
- Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen
- De 3 belangrijkste Belgische vakbonden
- Vlaamse Vereniging van Steden en gemeenten
- L'Union des Villes et des Communes wallonnes
- De Vereniging van Steden en Gemeenten van Brussel
- De migrantenverenigingen
- De clubs en opvanghuizen voor studenten afkomstig uit ontwikkelingslanden in België
Meer info:
- Lijst van de erkende ngo's
- Programma-erkenning van de ngo's
- De mogelijkheden die de Belgische overheid aanbiedt voor de cofinanciering van niet- gouvernementele organisaties (ngo's)
- Fiscale vrijstelling van bepaalde giften aan instellingen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden
Doeltreffendheid van de hulp
10 maanden lang hebben de Belgische overheid en de koepels en federaties van de niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties gesprekken gevoerd om de niet-gouvernementele samenwerking te verbeteren. Ook de coherentie van het gouvernementele ontwikkelingsbeleid en de kwaliteit en kwantiteit van de hulp werd onder de loep genomen. Een nieuw akkoord tussen de ngo's en de regering, met daarin wederzijdse engagementen om de hulp doeltreffender te maken, is het resultaat. Opvallend zijn de concentratie van het aantal landen waarin ngo's aan de slag kunnen en het streven van de regering naar een volledige schuldkwijtschelding voor de minst ontwikkelde landen.