België en de mensenrechten

1. Algemeen

Mensenrechten zijn de fundamentele rechten en vrijheden waar iedere mens aanspraak op kan maken, wie je ook bent en waar je ook woont. Deze essentiële rechten zijn minimumnormen, inherent aan elk persoon, louter vanuit het feit mens te zijn. Mensenrechten werden een eerste keer op een alomvattende manier vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) die in 1948 aangenomen werd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Sinds deze goedkeuring is de Verklaring uitgegroeid tot een referentiedocument met een groot moreel gezag. Naast de Verenigde Naties zijn ook regionale en nationale instellingen actief op het gebied van mensenrechten zoals de Raad van Europa. Samen met de Verenigde Naties hebben deze verschillende organisaties bindende en meer specifieke verdragen opgesteld met betrekking tot bepaalde groepen van personen die de bescherming van de rechten van de mens aanzienlijk hebben verondersteund en ontwikkeld. De meeste verdragen werden intussen ook voorzien van facultatieve protocollen waarin de verplichtingen van de Staten verder worden ingevuld. Voor elke verdrag dat een staat bekrachtigd, moet op regelmatige tijdstippen verslag uitgebracht worden over de naleving van hun verplichtingen voor comités van onafhankelijke deskundigen. 


2. België

De verantwoordelijkheid voor de eerbiediging, de bescherming en de toepassing van mensenrechten berust in de eerste plaats bij de Staten. Voor België is de bevordering en bescherming van de mensenrechten prioritair zowel op nationaal niveau als in de betrekkingen met andere landen. Zo werd dit in het regeerakkoord van de huidige regering uitdrukkelijk opgenomen. Enkele prioritaire thema’s op het gebied van mensenrechten voor België zijn onder andere de strijd tegen de doodstraf, de bescherming van de rechten van vrouwen, kinderen en mensenrechtenverdedigers, de strijd tegen elke vorm van discriminatie, met inbegrip van deze gebaseerd op seksuele oriëntatie, en de strijd tegen straffeloosheid. Zo beleggen onze ambassades in derde landen en het departement Buitenlandse Zaken in Brussel geregeld ontmoetingen met mensenrechtenverdedigers. 


3. Internationaal

Op international vlak speelt België een voortrekkersrol betreffende mensenrechten. Ter illustratie, België was het eerste land in West-Europa dat de doodstraf in 1996 uit het strafrecht verwijderde en dit zowel in vredes- als in oorlogstijd. Op internationaal vlak is ons land een actief lid van de “Groep van Vrienden van het Tweede Facultatief Protocol”, d.i. het Tweede Facultatief Protocol bij het International Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten dat voorziet in de afschaffing van de doodstraf. Het was stichtend lid van de Raad van Europa en het was van 2009 tot en met 2012 lid van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Voor de periode 2016-2018 heeft het opnieuw zijn kandidatuur gesteld. In 2011 beantwoordde België in het kader van haar Universeel Periodiek Onderzoek (UPR), een peer review mechanisme, voor de Mensenrechtenraad vragen over hoe ons land met de mensenrechten omgaat. Bovendien is ons land het vrijwillige engagement aangegaan om in september 2013 een tussentijds rapport in te dienen over de opvolging van de 88 aanbevelingen die België heeft aanvaard in het kader van de UPR. Wat betreft de UPR van andere landen, zal ons land, ook tijdens de tweede cyclus, de actieve Belgische deelname aan de UPR werkgroep van de Mensenrechtenraad verder zetten. 


4. Europees

In een steeds meer geglobaliseerde wereld vindt men voor de grootste problemen geen doeltreffend antwoord meer op nationaal niveau. Voor België is het des te belangrijker om te investeren in internationale samenwerking omdat de belangrijkste actuele uitdagingen nu eenmaal verder reiken dan onze landsgrenzen. Het Europese niveau vormt daarbij een uitstekend kanaal om Belgische prioriteiten en de mensenrechtendialoog te laten doordringen. Bovendien is ook het externe beleid van de Europese Unie intussen doordrongen met doelstellingen op het vlak van mensenrechten en democratisering.

Op Europees niveau worden de meeste instrumenten ter bescherming van de rechten van de mens opgesteld door de Raad van Europa. Naast zijn controle- en monitoringsmechanismen is de belangrijkste verwezenlijking van de Raad van Europa het Europees Verdrag voor de rechten van de mens (EVRM). België zal van november 2014 tot mei 2015 het voorzitterschap van de Raad van Europa bekleden. Als oprichtend lid heeft België het merendeel van de door deze organisatie opgestelde verdragen bekrachtigd. Specifiek voor het EVRM bestaat het internationale afdwingingmechanisme. Het Verdrag en enkele van zijn Protocollen hebben een Europees Hof voor de Rechten van de Mens in het leven geroepen, met zetel te Straatsburg. Bij deze internationale rechtsinstantie kunnen individuen, groepen, organisaties en landen een klacht indienen tegen een lidstaat van de Raad van Europa betreffende schendingen van het Verdrag.

Op het niveau van de Europese Unie werd op 25 juni 2012 een Strategisch Kader en Actieplan voor Mensenrechten en Democratie aangenomen. Ons land zal mee zijn schouders zetten om de uitvoering van de maar liefst 97 acties in het actieplan tot een goed einde te brengen.

Ons land heeft dus een rijke geschiedenis achter de rug op het gebied van de bescherming van mensenrechten. Maar dit proces stopt niet, schendingen van mensenrechten zijn nog altijd actueel en nog steeds worden er op vele plaatsen dagelijks mensenrechten geschonden. Het is niet alleen een belangrijke verantwoordelijkheid maar ook een morele plicht deze gevoelige materie van mensenrechten te blijven aankaarten en gehoor te geven. België zal zich dan ook in de toekomst blijven inzetten voor de bescherming en de promotie van deze fundamentele rechten wereldwijd. 


5. Ontwikkelingssamenwerking

Voor België is het essentieel dat een ontwikkelingsaanpak gebaseerd is op rechtsmiddelen om duurzame resultaten te bekomen in de basissectoren van ontwikkelingssamenwerking, namelijk gezondheidszorg, onderwijs en vorming, landbouw en voedselveiligheid en basisinfrastructuur. 

Concrete bijdragen

België ondersteunt het 'Office of the High Commissionner for Human Rights' (OHCHR, www.ohchr.org) als partnerorganisatie voor de multilaterale samenwerking. Deze gespecialiseerde organisatie heeft het mandaat binnen de Verenigde Naties om de mensenrechten te beschermen en te bevorderen, alsook om inbreuken te voorkomen; om de kennis en de internationale normen met betrekking tot mensenrechten te verbeteren en bijstand te verlenen bij de oprichting van nationale en internationale mensenrechteninstumenten. In 2012 geeft België een bijdrage van 900.000 euro aan de algemene werkingsmiddelen van deze organisatie.

Daarnaast is België op verschillende manieren actief rond de bevordering en bescherming van de mensenrechten:

  1. Politieke dialoog en demarches, zowel op Europees als op bilateraal niveau rond mensenrechten en aandacht voor het bevorderen van de mensenrechten in de bilaterale samenwerkingsovereenkomsten met de partnerlanden.

  2. Bijdrage aan de algemene werkingsmiddelen van UNWOMEN (gendergelijkheid en empowerment van vrouwen, www.unwomen.org) en UNFPA (seksuele en reproductieve rechten, www.unfpa.org).

  3. Aandacht voor vrouwenrechten in de programmeringcyclus van samenwerkingsactiviteiten.

  4. Ook de rechten van het kind zijn een prioriteit voor de Belgische ontwikkelingssamenwerking. UNICEF speelt hierbij een unieke rol op wereldniveau en in het bijzonder in ontwikkelingslanden om de implementatie van het het “Verdrag over Kinderrechten” te stimuleren. Unicef is de voornaamste partner van onze ontwikkelingssamenwerking inzake Kinderrechten. België draagt aanzienlijk bij (18,8 miljoen euro in 2012) voor de realisatie van het strategisch plan van UNICEF op middellange termijn: overleving en ontwikkeling van het jonge kind, basisvorming en gelijke kansen, hiv/aids, bescherming en pleidooi voor de Rechten van het Kind. De Belgische Ontwikkelingssamenwerking werkt ook aan de Rechten van het Kind met de partnerlanden en de ngo’s die belangrijke partners zijn voor de verwezenlijking van Kinderrechten op het terrein door middel van talrijke programma’s die specifiek voorzien zijn voor kinderen (straatkinderen,…), of die een directe impact hebben op kinderen (toegang tot drinkbaar water).

  5. Subsidiëring van specifieke activiteiten rond mensenrechten in de strikte of brede zin (bv. ondersteuning van democratische instellingen). België financiert in 2011-2013 bijvoorbeeld de Belgische ngo’s RCN Justice & Démocratie voor een verbetering van de toegang tot de justitie in Burundi (‘justice de proximité’) voor een bedrag van 993.699 euro; en VIC (Vlaams Internationaal Centrum) voor de sensibilisering van kinderrechten en een herintegratie in de maatschappij van Burundese kindsoldaten en meisjes die het slachtoffer werden van geweld (subsidie van 224.231 euro). Daarnaast financiert België ook initiatieven ter bevordering van mensenrechten door lokale organisaties van de civiele maatschappij, bijvoorbeeld de Burundese organisatie ‘Association Radio Sans Frontières (148.447 euro van 2006 tot 2012).