Internationale instrumenten

Om de bevordering en de bescherming van de mensenrechten te verzekeren maken Staten  in internationale en regionale fora werk van de ontwikkeling en de goedkeuring van normen over deze materie. Ingevolge de bekrachtiging van mensenrechtenverdragen hebben Staten ook verplichtingen en voeren zij controlemechanismen in om de naleving van die verplichtingen te waarborgen

De Universele Verklaring van de rechten van de mens

De Universele Verklaring van de rechten van de mens werd in 1948 goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de VN. Het was de eerste universele opsomming en afkondiging van de verschillende rechten van de mens. Sinds de goedkeuring is de Verklaring uitgegroeid tot een referentiedocument met een groot moreel gezag. De belangrijke beginselen en normen die in deze basistekst zijn neergelegd, zijn inmiddels gecodificeerd in een aantal bindende internationale en regionale instrumenten aan de hand waarvan normen inzake mensenrechten konden worden ontwikkeld en verfijnd.

Internationale en regionale verdragen

Sinds de goedkeuring van de Universele Verklaring van de rechten van de mens werden verschillende specifieke verdragen inzake fundamentele rechten of met betrekking tot bepaalde groepen personen opgesteld. De meeste verdragen werden intussen ook voorzien van facultatieve protocollen waarin de verplichtingen van de Staten met betrekking tot deze kwesties verder worden ingevuld. De normen die op het niveau van de VN en de Raad van Europa werden ontwikkeld, leunen dicht tegen elkaar aan en zijn complementair.

Op VN-niveau:

België heeft de belangrijkste verdragen en facultatieve protocollen over mensenrechten ondertekend, met name:

Verdragen die België heeft bekrachtigd:

  • Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (bekrachtigd op 21 april 1983)
  • Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (bekrachtigd op 21 april 1983)
  • Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (bekrachtigd op 7 augustus 1975)
  • Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (bekrachtigd op 10 juli 1985)
  • Verdrag inzake de rechten van het kind (bekrachtigd op 16 december 1991)
  • Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of  bestraffing (bekrachtigd op 25 juni 1999)
  • Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (bekrachtigd op 2 juli 2009) 

Facultatieve protocollen die België heeft bekrachtigd:

  • Facultatief protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten  (bekrachtigd op 17 mei 1994)
  • 2e facultatief protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (bekrachtigd op 8 december 1998)
  • Facultatief protocol bij het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (bekrachtigd op 17 juni 2004)
  • Facultatief protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten (bekrachtigd op 6 mei 2002)
  • Facultatief protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind, inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie (bekrachtigd op 17 maart 2006)
  • Facultatief protocol bij het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (bekrachtigd op 2 juli 2009) 

Verdragen en protocollen die België heeft ondertekend of waarvan de bekrachtigingsprocedure loopt: 

  • Internationaal Verdrag voor de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning (ondertekend op 6 februari 2007)
  • Facultatief protocol bij het Verdrag inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (ondertekend op 24 oktober 2005)

Nationale rapporten voor de VN-comités

Voor elk Verdrag dat ze bekrachtigen, moeten de Staten geregeld verslag uitbrengen over de naleving van hun verplichtingen voor de comités van onafhankelijke deskundigen (ook « verdragsorganen » geheten). Deze kunnen achteraf ook aanbevelingen doen. Deze mechanismen bieden een controlemogelijkheid en zorgen ervoor dat de wetgeving, de beleidslijnen en de nationale praktijk in de lijn liggen van de bepalingen van het verdrag in kwestie. De FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking coördineert de redactie van de rapporten.

Op het niveau van de regionale organisaties:

Op Europees niveau worden de meeste instrumenten ter bescherming van de rechten van de mens opgesteld door de Raad van Europa. Als oprichtend lid heeft België het merendeel van de door deze organisatie opgestelde verdragen bekrachtigd.

Door België bekrachtigde verdragen:

  • Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (bekrachtigd op 14 juni 1955)
  • 12 van de 14 aanvullende protocollen bij het Verdrag inzake de bescherming van de rechten van de mens.
  • Het herziene Europees Sociaal Handvest (bekrachtigd op 2 maart 2004)
  • Het Europees verdrag ter voorkoming van foltering en wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (bekrachtigd op 23 juli 1991).
  • Verdrag inzake de bestrijding van mensenhandel (bekrachtigd op 27 april 2009)

Verdragen en protocollen die België heeft ondertekend of waarvan de bekrachtigingsprocedure loopt:

  • Aanvullende protocollen bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens nr .7 en 12.
  • Verdrag tegen computercriminaliteit (ondertekend op 23 november 2001) en het aanvullend protocol betreffende de strafbaarstelling van handelingen van racistische of xenofobische aard verricht via computersystemen  (ondertekend op 28 januari 2003)

De 60e verjaardag van de Universele Verklaring van de rechten van de mens

VN-instrumenten betreffende de rechten van de mens

Belgische rapporten over de naleving van de VN-instrumenten

Instrumenten van de Raad van Europa betreffende de rechten van de mens