Duurzame ontwikkeling

Duurzame ontwikkelingExterne link behoort sinds meerdere jaren tot de centrale politieke prioriteiten van de Verenigde Naties. Voor de VN betekent dit dat economisch en sociaal beleid en milieubescherming hand in hand moeten gaan als elkaar versterkende en met elkaar geïntegreerde componenten.

De ontwikkeling van vandaag mag de kansen van toekomstige generaties niet aantasten.

Op de Top inzake Milieu en Ontwikkeling te RioExterne link in 1992 namen staatshoofden en regeringsleiders de belangrijke Rio Principes aan, die tot op vandaag geldig blijven en in het werk van de VN doorspelen.

Hiertoe behoren onder andere:

  • het recht tot ontwikkeling (PR 3)
  • milieubescherming moet integraal deel uitmaken van het ontwikkelingsproces (PR4)
  • gezamenlijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden voor het milieubeleid (PR7)
  • de eliminatie van onduurzame consumptie en productiepatronen (PR 8)
  • publieke participatie (PR10)
  • voorzorg (P15)

Rio 1992 nam ook de Agenda 21 aan, een werkprogramma om de 21ste eeuw voor te bereiden inzake duurzame ontwikkeling, maar dat nu voorbijgestreefd is. De Top van Rio richtte ook de Commissie Duurzame Ontwikkeling van de VN (CSD) op, en zag de aanneming en ondertekening van het mondiale klimaatkaderverdragExterne link en het mondiale biodiversiteitsverdragExterne link. De Wereldtop voor Duurzame ontwikkeling die in september 2002 in JohannesburgExterne link, vulde de Millennium Development GoalsExterne link uit 2000 aan met een aantal bijkomende tijdsgebonden doelstellingen (bv. minimisatie van de negatieve effecten van chemicals tegen 2020).

Centraal in de uitvoering van Johannesburg stond  het werkprogramma van de hervormde en verbeterde CSD.

De recente VN Top voor Duurzame Ontwikkeling in Rio in juni 2012 (Rio+20Externe link) besliste over een aantal belangrijke maatregelen en hervormingen:

  • Oprichting van een High Level Political Forum, ter vervanging van de CSD (§84-86)
  • Versterking van de milieupijler binnen de VN door versterkingen van UNEP (§88)
  • De opdracht om sustainable development goals uit te werken via de Open Working Group on Sustainable Development Goals (§246 – 251)
  • opdracht om een kader voor de financiering van duurzame ontwikkeling uit te werken (§225)
  • Een mondiaal programma over duurzame consumptie en productiepatronen ontwikkelen (§226)
  • Een technology transfer facilitatie mechanisme ontwikkelen (§273)

Beginnend werk over hoe onze economieën te evalueren “beyond GDP” (§38). De uitvoering van de Rio+20 beslissingen loopt parallel met de reflectie over de vervanging van de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen (MDGs) in 2015.

Op 25 september 2013 organiseerde Secretaris Generaal Ban Ki Moon een Special EventExterne link op niveau staatshoofden en regeringsleiders. Via de Ministeriële Verklaring werd voor de eerste maal op hoog politiek niveau sturing gegeven over het verloop van de post-2015 onderhandelingen.

Zo werd een duidelijke keuze gemaakt om te streven naar een uniek kader voor duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding en een set van universeel toepasbare doelstellingen.

Men besliste de eigenlijke onderhandelingen te  starten bij het begin van de 69ste VN Algemene Vergadering (september 2014) op basis van een rapport van de VN Secretaris- Generaal; en een post-2015 VN-Top te organiseren in september 2015.

Het werk van de Open Working Group on Sustainable DevelopmentExterne link krijgt in dit verband terecht heel veel aandacht. Ten laatste tegen september 2014 moet een rapport met voorstellen over mogelijke Sustainable Development Goals voorgelegd worden aan de VN Algemene Vergadering. Verwacht wordt dat dit rapport een cruciale bijdrage zal leveren voor de inhoudelijke uitwerking van de post-2015 agenda voor duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding. Deze denkoefening is om vele redenen ingewikkeld:

  • Vragen of men moet gaan naar stand-alone doelstellingen en/of een geïntegreerde aanpak?
  • Welke is het ambitieniveau van de doelstellingen?
  • Welke is de plaats van thema’s als leefmilieu en duurzame ontwikkeling, veiligheid, governance?

maar ook:

  • de complexiteit van de VN-structuren en veelheid van betrokken agentschappen
  • kost-efficiëntie in de acties ondernomen binnen de VN gespecialiseerde instellingen
  • het behoud van zero nominal growth in de budgetten van de betrokken agentschappen

Eveneens medio 2014, meer bepaald van 23 tot 27 juni, organiseert het United Nations Environment ProgramExterne link de eerste sessie van zijn versterkt bestuursorgaan. Dit orgaan is nu universeel samengesteld (alle lidstaten) en noemt United Nations Environment Assembly. Hoofdthema van ministerieel debat is precies de milieudimensie van het post 2015 dossier.

Begin juli komt in New York ook het High Level Political ForumExterne link samen (cf hoger), wat eveneens zal resulteren in een ministeriele boodschap over het proces naar 2015 toe. 

Teneinde dit transversale VN-dossier meer in de diepte te kunnen volgen, richtte het departement op 1 januari 2014 de Directie Duurzame Ontwikkeling en Klimaatswijziging op, dat valt onder de Directie Generaal voor Multilaterale zaken (DGM). Vanzelfsprekend moet haar samenwerking met de Diensten voor Ontwikkelingssamenwerking naadloos zijn, evenals met de algemene coördinerende rol van de Directie Verenigde Naties (van de Multilaterale Directie Generaal of DGM).

In dezelfde logica van nauwe interne samenwerking, richtte het departement de “TST post 2015” op, of Transdirectioneel Samengesteld Team, waarbij over grenzen van Directies heen gebrainstormd wordt over de Belgische visie Post 2015.

In de FOD Buitenlandse Zaken bestaat, zoals in andere FODs, een Cel Duurzame Ontwikkeling, die de ‘vergroening’ van de ‘fysieke’ acties van het departement beoogt, en die ressorteert onder de algemene visie van de Voorzitter van de Federale Dienst Buitenlandse Zaken.

De FOD Buitenlandse zaken leidt de coördinaties met de federale overheden en de deelgebieden in functie van de Belgische positiebepaling in die processen. Dit gebeurt op technisch vlak eerst in de Internationale Werkgroep van de Interdepartementale Commissie Duurzame OntwikkelingExterne link, thans voorgezeten door een lid van de hogergenoemde directie. Op politiek vlak worden de Belgische posities echter steeds onderworpen aan het coormulti-coördinatie-instrument, genaamd COORMULTI.

De genoemde Directie werkt ook samen met de Federale Raad Duurzame OntwikkelingExterne link, waar de dialoog met het maatschappelijk middenveld over duurzame ontwikkeling wordt gehouden, en heeft contacten met het Europees Economisch en Sociaal Comité, meer bepaald zijn Sustainable Development ObservatoryExterne link.

Voor meer informatie: