Economische akkoorden

Binnen Buitenlandse Zaken volgt de dienst economische verdragen de totstandkomingsprocedure van o.m. sociale zekerheidsverdragen, dubbel belastingsverdragen en bilaterale investeringsbeschermingsverdragen:

Sociale zekerheidsverdragen behoren meestal tot de bevoegdheid van de federale overheid en regelt de toestand van werknemers en zelfstandigen die tijdens hun loopbaan aan het sociale zekerheidsregime van een van de verbindende landen waren onderworpen of die van het ene naar het andere overschakelen, alsook bepaalt zij de toepasselijke sociale zekerheidswetgeving.

Het primair doel van een dubbelbelastingverdrag bestaat erin internationale dubbele belasting inzake inkomstenbelasting te voorkomen of de gevolgen daarvan af te zwakken.

Van internationale dubbele belasting is er sprake wanneer twee internationaal onderscheiden belastingheffers dezelfde belastingplichtige terzake van dezelfde belastbare materie en over dezelfde tijdsperiode aan vergelijkbare belastingen onderwerpen.

Het vermijden van dubbele belasting wordt bereikt ofwel door het recht van belastingheffing uitsluitend aan de woonplaats van de belastingplichtige toe te kennen ofwel door een recht van belastingheffing aan de bronstaat toe te kennen, wat voor de woonplaatsstaat de verplichting meebrengt, hetzij de aldus in de bronstaat geheven belasting met zijn eigen belasting te verrekenen, hetzij de in de Staat belastbare inkomsten vrij te stellen.

Bovendien regelen de overeenkomsten de uitwisseling tussen de belastingadministraties van de beide Staten van de inlichtingen die nodig zijn om uitvoering te geven aan de bepalingen van de overeenkomst en de interne wetgeving betreffende de inkomsten bedoeld in de overeenkomst.

Een zeker aantal overeenkomsten voorzien in een administratieve bijstand op gebied van de invordering van de belastingen waarop ze van toepassing zijn.

Ten slotte bevatten de overeenkomsten sommige bepalingen inzonderheid betreffende de regeling voor onderling overleg, de beperking van de werking van de overeenkomst en het principe van non-discriminatie gebaseerd op de nationaliteit.

De doelstelling van een bilaterale investeringsovereenkomst is, naast het aanmoedigen van investeringen, het bieden van garanties voor een maximale bescherming aan de investeerder, zoals de waarborg voor een billijke en gerechtvaardigde behandeling van de investering, de clausule van de meest begunstigde natie om discriminatie te voorkomen, een vergoedingsplicht bij eigendomsberovende maatregelen, de vrije overmaking van inkomsten en het creëren van een gepast juridisch kader waarbinnen investeringsgeschillen kunnen geregeld worden en waarbij de investeerder een beroep kan doen op internationale arbitrage. Tot slot bevat de overeenkomst een sociale en milieuclausule.

Sedert 01/12/2009, de in werking treding van het Verdrag van Lissabon, is Europa exclusief bevoegd voor het Gemeenschappelijke Handelsbeleid, waaronder de buitenlandse directe investeringen vallen. Het staat aldus nu in voor het onderhandelen van deze akkoorden. Enkel na vervulling van bepaalde, stricte voorwaarden kan Europa de lidstaten de toelating geven om nog zelf onderhandelingen te voeren.