Ethisch ondernemen

In 1999 is België toegetreden tot het Verdrag van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) inzake de strijd tegen de omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties.

Het Verdrag bepaalt dat "de opzettelijke handeling waarbij een persoon, rechtstreeks of door toedoen van tussenpersonen, een onrechtmatig financieel of ander voordeel aanbiedt, belooft of toekent aan een buitenlands ambtenaar, ten eigen bate of ten bate van een derde, opdat die ambtenaar in het kader van een officieel ambt handelt of daarvan afziet teneinde een contract of een ander onrechtmatig voordeel in de internationale handel te verkrijgen of te behouden" een strafbaar feit vormt.

Het Verdrag is het enige internationale instrument ter bestrijding van corruptie dat toegespitst is op "het aanbieden" van een voordeel, op de persoon of entiteit die het voordeel aanbiedt, belooft of smeergeld geeft.

Volgens het Verdrag is er sprake van corruptie al worden de beoogde resultaten niet bereikt. Onder het Verdrag valt ook corruptie door een derde persoon, een filiaal of een andere ambtenaar, en smeergeld dat ten bate van de familie van een buitenlandse ambtenaar, een politieke partij of een andere derde (bv. stichting, ngo, enz.) wordt betaald. 

Dit instrument werd goedgekeurd omdat dergelijke daden aanleiding geven tot ernstige morele en politieke bezwaren, maar eveneens omdat ze het behoorlijk openbaar bestuur en de duurzame economische ontwikkeling van de landen aantasten en tot slot ook de concurrentie vervalsen.

België heeft zich net als de andere verdragsluitende partijen ertoe verbonden een beleid te voeren om dergelijke gedragingen te voorkomen en strafbaar te stellen. In die zin heeft de FOD Buitenlandse Zaken alle posten in het bezit gesteld van instructies om ze bewust te maken van deze problematiek en van de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag (onder andere de verplichting, dergelijke feiten aan te geven).

Momenteel (2015) lopen 390 onderzoeken tegen personen en bedrijven in 24 landen die partij zijn bij het Verdrag. In deze materie werden reeds veroordelingen uitgesproken, in de vorm van boetes (261 in totaal, waarbij een bedrijf werd veroordeeld tot het betalen van een gecumuleerde boete van 1,8 miljard euro) en van gevangenisstraffen (reeds 80).


Nuttige links: