Afrika

Afrika ten zuiden van de Sahara

Het regeerakkoord van 1 december 2011 stelt het volgende: “In Centraal-Afrika zal België zich blijven inzetten voor het bevorderen van de rechtsstaat door de straffeloosheid tegen te gaan, inzonderheid bij seksueel geweld. Er zal geijverd worden voor een transparante exploitatie van de natuurlijke rijkdommen, ten bate van de lokale bevolking. België zal zijn inspanningen tot steun voor het behoorlijk bestuur en voor de strijd tegen de corruptie voortzetten. Ten slotte zal ze de regionale samenwerking aanmoedigen.”

Met deze verklaring staat het Afrikaanse continent in zijn geheel en Midden-Afrika in het bijzonder, hoog op de agenda van het Belgische buitenlandbeleid. In dit door conflicten en armoede geteisterde continent zet België zich in voor vrede en stabiliteit, eerbiediging van de democratie en van de mensenrechten, goed economisch bestuur, ontwikkelingssamenwerking en economische wederopbouw. België stimuleert de regionale samenwerking waaraan gestalte wordt gegeven door de Afrikaanse Unie en andere regionale organisaties en pleit op de internationale fora voor de belangen van de Afrikaanse landen. Ons land besteedt bijzondere aandacht aan de civiele samenleving en de ngo's en steunt hen in aanzienlijke mate. De autoriteiten van conflictstaten worden door België aangespoord om werk te maken van de eerbiediging van de mensenrechten en het beëindigen van gewapende conflicten en straffeloosheid. Tot slot zijn ook de hoopgevende tekenen van economische vooruitgang in Afrika tijdens de laatste jaren niet onopgemerkt gebleven. België schenkt in toenemende mate aandacht aan de diverse aspecten van de economische diplomatie. De toekenning van Leningen van Staat tot Staat aan een aantal Afrikaanse landen vormt hiervan een voorbeeld.

 
De Democratische Republiek Congo (DRC)

De Democratische Republiek Congo (DRC) heeft een lange weg afgelegd sinds de vredesakkoorden van 2003 die een einde maakten aan jaren van oorlog en een politieke overgangsperiode inluidden. Met de eerste democratische verkiezingen in meer dan veertig jaar kwam in 2006 een einde aan deze overgangsperiode, waarna de instellingen van de Derde Republiek konden starten met de uitvoering van een ambitieus regeringsprogramma. Ondanks alle inspanningen zijn er nog steeds een groot aantal knelpunten die met name betrekking hebben op het behoud en de consolidatie van de democratische verworvenheden, in een veilige rechtsstaat en met zo ruim mogelijke ontwikkelingskansen voor de hele bevolking.

België laat geen inspanning onverlet om - zowel bij wege van veelvuldige bilaterale missies, programma’s en projecten, als middels het sensibiliseren van de internationale partners binnen de EU en de VN – het land te helpen deze uitdagingen aan te gaan en om het lot van de Congolese bevolking telkens weer op de nationale en internationale agenda te zetten.

België hanteert daarbij steeds de volgende uitgangspunten:

  • De verdere uitbouw en de consolidatie van de democratische verworvenheden via de ondersteuning van het lopende verkiezingsproces. Om het resultaat van het verkiezingsproces van 2006 te consolideren, is het voor België een prioriteit dat er in Congo tussen 2011 en 2013 nieuwe vrije en transparante verkiezingen worden gehouden. België ondersteunde de organisatie van de presidents- en parlementsverkiezingen van november 2011, met name via het UNDP-programma PACE, en zal de volgende stappen in het verkiezingsproces , in het bijzonder de provinciale en lokale verkiezingen, nauwlettend blijven volgen.
  • De bevordering van vrede en stabiliteit in de DRC. België blijft de huidige militaire operaties en de uitvoering van de vredesakkoorden van nabij volgen en het prioritaire belang van de hervorming van de veiligheidssector onderstrepen. Ons land zal zijn bilaterale inspanningen (o.m. de opleiding van de “Forces de Réaction Rapide”) voortzetten en tegelijkertijd blijven pleiten voor een efficiënte harmonisering van de diverse internationale inspanningen. België zal ook in de toekomst zijn inspanningen in het kader van EUSEC, EUPOL en MONUSCO voortzetten en deelnemen aan de besprekingen ter zake op de verschillende internationale fora.
  • Een pleidooi voor de oprichting van een veilige rechtsstaat, waarbij de strijd tegen de straffeloosheid en de verdediging van de mensenrechten centraal staan. België hecht in dit verband specifiek belang aan de problematiek van seksueel geweld, in het bijzonder in Oost-Congo. Naast de diplomatieke inspanningen en de steun aan ngo’s die in dit domein actief zijn, is het ook zaak de bijdrage van ons land tot het Stabilisatie- en Reconstructieprogramma voor Oost-Congo (STAREC oftewel “Stabilisation et Reconstruction de l'Est du Congo”) te vermelden.
  • De aanmoediging van goed en transparant economisch bestuur in de DRC. België speelt een voortrekkersrol inzake de inspanningen van de internationale gemeenschap om goed bestuur en transparantie in de DRC aan te moedigen, met name in sleutelsectoren zoals de mijnsector, de transportsector en op het gebied van de overheidsfinanciën. De Belgische inspanningen om de illegale ontginning van natuurlijke rijkdommen in Congo te bestrijden, liggen in het verlengde hiervan. België verheugt zich erover dat de DRC in 2010 slaagde in zijn opzet met betrekking tot het punt van voltooiing van het initiatief van de Wereldbank ten gunste van de arme landen met een zware schuldenlast (of HIPC voor “Highly Indebted Poor Countries Initiative”). Doordat 80% van de buitenlandse schuld van Congo werd kwijtgescholden, krijgt het land nieuwe kansen aangereikt. België kijkt tevreden naar de eerste voorzichtige initiatieven die de DRC heeft genomen om het zakenklimaat te verbeteren, zoals de toetreding tot de OHADA (harmonisering van het zakenrecht). De inwerkingtreding op 1 janauari 2012 van de overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting tussen België en de DRC opent ook nieuwe vooruitzichten voor de Belgische investeerders.
  • De ondersteuning van de economische en sociale wederopbouw via een substantieel programma van ontwikkelingssamenwerking. Eind 2009 werd een nieuw samenwerkingsprogramma overeengekomen dat op de Congolese prioriteiten inspeelt. Het ligt in lijn met de internationale afspraken waarbij de steun meer dan vroeger is toespitst op drie sleutelsectoren: plattelandswegen en veerponten (ter ontsluiting van het platteland), landbouw en technisch onderwijs.

 
Rwanda

In Rwanda werd sinds 1994 aanzienlijke vooruitgang geboekt ondanks de wonden die door de genocide werden geslagen en die nog steeds in de maatschappij voelbaar zijn. Het land kijkt vastberaden naar de toekomst en voert een krachtdadig beleid ter ondersteuning van de sociaaleconomische ontwikkeling. Rwanda kent een hoge bevolkingsdichtheid en streeft naar een diversificatie van de economie die momenteel sterk afhankelijk is van de landbouw, om zich meer te richten op de dienstensector.

Omdat België zich ervan bewust is dat vrede en democratische stabiliteit, enerzijds, en sociaaleconomische ontwikkelingen, anderzijds, hand in hand gaan, wil het met Rwanda, het tweede belangrijkste partnerland van onze bilaterale hulp, ontwikkelingsprogramma’s blijven uitvoeren. De hulp zal ook in de toekomst gekoppeld zijn aan een belangrijke dialoog om de politieke vrijheden, de persvrijheid en de situatie van de ngo’s beter te waarborgen. Zo werd voor de periode 2011-2014 een nieuw programma voor bilaterale samenwerking afgesloten dat toegespitst is op gezondheid, energie en decentralisatie.

Voor België staat de terugkeer van vrede en stabiliteit in de regio van de Grote Meren hoog op de agenda. België verheugt zich dan ook over de toenadering tussen Kigali en Kinshasa en over de regionale initiatieven. België zal de samenwerking tussen de landen in de regio blijven aanmoedigen, ongeacht of het om initiatieven gaat in het kader van de ECGLC, de ICRGL of de veelbelovende East African Community.

België besteedt ook de nodige aandacht aan de ontwikkelingen op het gebied van justitie en verzoening in Rwanda. Ons land verleende zijn steun aan de oprichting van de gaçaça-rechtbanken. België was bovendien het eerste land dat op zijn eigen grondgebied personen die worden verdacht van betrokkenheid bij de genocide van 1994 vervolgde en veroordeelde en het doet dit nog steeds. Er is een intensieve gerechtelijke samenwerking tussen België en Rwanda.

 
Burundi

België en Burundi onderhouden al lange tijd rijke en veelvuldige contacten. Na vele jaren burgeroorlog trekt Burundi inmiddels vastberaden de kaart van de vredesopbouw. De verkiezingen van 2010 die door de internationale gemeenschap over het algemeen als vrij en regelmatig werden beoordeeld, markeerden het einde van de overgangsfase. Een deel van de oppositie boycotte evenwel bepaalde fasen van de parlementsverkiezingen en zette zichzelf zo buitenspel. België, de EU en de hele internationale gemeenschap blijven aandringen op het hervatten van de politieke dialoog en op het herstel van het meerpartijenstelsel in het land. Het is van essentieel belang dat de fundamentele evenwichten (in het bijzonder op etnisch gebied) die werden bewerkstelligd met het Arusha akkoord, niet opnieuw in vraag worden gesteld, en dat de autoriteiten een overgangsjustitieproces op gang brengen.

België is ervan overtuigd dat vrede zonder ondersteuning van de ontwikkeling moeilijk tot stand kan worden gebracht. Daarom hecht het er ook veel belang aan dat de internationale gemeenschap inspanningen blijft leveren in dat land. België is momenteel de eerste bilaterale donor van Burundi. Deze hulp is bij voorkeur bestemd voor de landbouw-, de gezondheids- en de onderwijssector, met goed bestuur als sectoroverschrijdend aandachtspunt. België is tevreden met de inspanningen van de Burundese autoriteiten om de economische activiteiten en de handel een nieuwe impuls te geven en de overheidsfinanciën te saneren. De Belgische steun behelst dan ook voornamelijk hulp bij de integratie in de regionale organisatie East African Community, maar ook een pleidooi voor een verbetering van het zakenklimaat, dat nog steeds te veel door corruptie wordt gekenmerkt.

 
België en de andere Afrikaanse dossiers

België voert rechtstreeks of via de Europese Unie en andere multilaterale fora ook een actief beleid ten aanzien van de andere landen op het Afrikaanse continent ter bevordering van vrede en ontwikkeling. Zo neemt ons land het voorzitterschap waar van de landenspecifieke configuratie van de "Peace Building Commission" die zich binnen de VN bezighoudt met de Centraal-Afrikaanse Republiek, een land dat amper het wereldnieuws haalt, maar dat met ernstige problemen kampt, aangezien het aan de DRC, Tsjaad en Soedan grenst.

Het is ook veelbetekenend dat dertien van de in totaal achttien partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking in Afrika landen bezuiden de Sahara zijn.

 
De Afrikaanse Unie

Sinds haar ontstaan is de Afrikaanse Unie (AU) van het grootste nut gebleken bij het zoeken naar oplossingen voor de talrijke crisissen in Afrika (“African ownership”). Conflictpreventie en crisisbeheer vormen momenteel de prioriteiten voor deze pan-Afrikaanse organisatie. De AU ontpopt zich als een belangrijke actor in de grote dossiers van Afrika en zal zich ook in de toekomst manifesteren als prioritaire gesprekspartner van Afrika. Tegen deze achtergrond acht ook België het opportuun om op structurele wijze een bilateraal partnerschap met de AU uit te bouwen. In dit kader woont de Minister van Buitenlandse Zaken regelmatig de jaarlijkse AU-Top in Addis Abeba bij, waar de zetel van de organisatie gevestigd is. Deze bezoeken zijn ook een gelegenheid om de Belgische steun aan de AU concreet vorm te geven via projecten die hoofdzakelijk gericht zijn op de institutionele capaciteitsopbouw.

 
West-Afrika

België heeft ook belangstelling voor de ontwikkelingen in West-Afrika. Zo volgde ons land onder meer de spanningen en gewelddaden die zich de afgelopen jaren in Ivoorkust voordeden, en meer bepaald de crisis die na de presidentsverkiezingen van november 2010 losbarstte.

Minister Steven Vanackere ging in april 2011 naar Ivoorkust om de eedaflegging van de verkozen president, A. Ouattara, bij te wonen. Die bracht in november 2011 een geslaagd werkbezoek aan Brussel. Ook de sterke economische en commerciële betrekkingen tussen onze beide landen moeten onder de aandacht worden gebracht.

De verkiezingen in de regio, meer bepaald de presidentsverkiezingen in Senegal (maart-april 2012) verliepen aanvankelijk in een gespannen politieke sfeer, maar mondden toch uit in een overwinning voor de democratie.

In het kader van de EU en de goedkeuring van de EU-strategie vor ontwikkeling en veiligheid in de regio had België vooral aandacht voor de verslechtering van de veiligheidssituatie in het Sahelgebied dat almaar meer een grijze zone lijkt te zijn. De Sahelregio, een van de armste gebieden van de wereld, wordt nog verzwakt door de toenemende georganiseerde misdaad en de almaar grotere terroristische dreiging. Het instorten van het Libische regime heeft hiertoe aanzienlijk bijgedragen.

België blijft de politieke en humanitaire ontwikkelingen op de voet volgen in dit gebied waar twee partnerlanden van de Belgische bilaterale samenwerking deel van uitmaken (Niger en Mali - door de staatsgreep tegen het regime van president Touré in maart 2012 is chaos uitgebroken en winnen de Touareg-rebellen en islamitische groeperingen in het Noorden van het land aan invloed).

West-Afrika vormt inderdaad een belangrijk actiegebied voor de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. Onze betrekkingen met West-Afrika zijn overigens stevig en hecht en stoelen op een jarenlange goede verstandhouding.

De voortreffelijke bilaterale relaties met Benin op het vlak van de militaire en de ontwikkelingssamenwerking werden andermaal bevestigd. Diverse ministeriële bezoeken hadden plaats tijdens de voorbije jaren en nieuwe pistes voor samenwerking werden ontwikkeld, bijvoorbeeld op parlementair vlak. Op vraag van de Beninese autoriteiten financierde België een parlementaire observatiemissie van AWEPA, onder leiding van Senaatsvoorzitter De Bethune, naar aanleiding van de presidentsverkiezingen van 2011. Kamervoorzitter Flahaut bracht in april 2012 een bezoek aan Benin.

België schenkt eveneens de nodige aandacht aan het economisch potentieel van deze regio en de positieve politieke en economische ontwikkelingen in landen zoals Nigeria en Ghana. Tezelfdertijd steken nieuwe problemen de kop op, zoals de toename van terreur in het noorden van Nigeria. België volgt deze zorgwekkende evolutie van nabij, zowel vanuit de eigen diplomatieke aanwezigheid ter plaatse als in het kader van het Europees beleid.

 
Oost-Afrika en de Hoorn van Afrika

De aandacht van België gaat eveneens uit naar de Hoorn van Afrika, een van de meest achtergestelde regio’s ter wereld die bovendien gebukt gaat onder het geweld van diverse conflicten.

België steunt het huidige vredesproces in Somalië, meer bepaald de uitvoering van het akkoord van Djibouti uit 2008. In die context vormde de ondertekening in september 2011 van een stappenplan dat o.a. moet leiden naar de goedkeuring van een nieuwe grondwet, een betekenisvolle stap voorwaarts. De EU toonde zich in de voorbije jaren eveneens erg actief inzake Somalië. Zo nam de EU een aanzienlijk deel van de financiering van de AU-vredesmacht AMISOM op zich. Daarnaast zijn er de GVDB-operaties Eunavfor Atalanta (strijd tegen de piraterij voor de Somalische kust, waaraan ook België al diverse malen met een fregat heeft deelgenomen en eind 2012 opnieuw zal deelnemen) en EUTM (opleiding van Somalische recruten, waarbij ook Belgische militairen betrokken zijn). Ook staat er thans inzake Somalië een derde GVDB-operatie in de steigers, die als doel heeft bij te dragen tot de regionale maritieme capaciteitsopbouw. Tot slot verstrekte ons land in 2011 nog ettelijke miljoenen euro’s aan nood- en voedselhulp ten gunste van de slachtoffers van de hongersnood in en rond Somalië.

België volgde in de afgelopen jaren de ontwikkelingen in Soedan van zeer dichtbij. Zo had Minister Vanackere in juli 2011 in Brussel een gesprek met zijn Soedanese homoloog Ali Karti, en vonden er in 2010 en 2011 ook ontmoetingen plaats met politieke leiders uit het zuiden. De onafhankelijkheidsverklaring van Zuid-Soedan op 9 juli 2011 vormde het sluitstuk van de uitvoering van het “alomvattende vredesakkoord”. In maart 2012 vond in Brussel een ontmoeting plaats tussen Minister Reynders en zijn Zuid-Soedanese homoloog Nhial Deng. Intussen blijven er tussen beide Soedans nog een aantal kwesties onopgelost, zoals de afbakening van de grenzen, het statuut van de olierijke regio Abyei en de verdeling van de petroleuminkomsten. In dat opzicht blijft ons land onverminderd de inspanningen van AU-bemiddelaar Mbeki ondersteunen. In afwachting dat er hopelijk spoedig een definitieve regeling gevonden wordt, draagt ons land financieel bij tot enkele projecten van vredesopbouw in Zuid-Soedan. Specifiek wat Soedan betreft, verstrekte België in de voorbije jaren ook aanzienlijke humanitaire hulp aan de getroffenen in Darfur.

 
Zuidelijk Afrika

De versterkte samenwerking met Zuid-Afrika zette zich de voorbije jaren onverminderd door, zoals mocht blijken met het officiële bezoek van President Zuma in september 2010 aan België en het uitgebreide bezoek van Minister van Buitenlandse Zaken Vanackere aan Zuid-Afrika in oktober-november van datzelfde jaar. Deze ontmoetingen sloten aan bij de resultaten van de bilaterale Gemengde Commissie, die laatst plaats had in november 2009 te Brussel. Ook de Vlaamse Minister-president Peeters bezocht Zuid-Afrika in augustus 2011 met een economische delegatie. Eerder, in 2006, had reeds een prinselijke missie plaats die op ruime belangstelling kon rekenen en in belangrijke mate bijdroeg tot de versterkte economische banden die zich in de loop van de jaren ontwikkelden tussen beide landen. Mede door dit succes is een volgende Belgische economische missie onder leiding van Prins Filip gepland voor oktober 2013.

De relatie met Zuid-Afrika strekt zich uit over een brede waaier van domeinen. De politieke dialoog, met name met betrekking tot vrede, veiligheid en ontwikkeling in Afrika, in bijzonder in de Regio van de Grote Meren, en de economische en de ontwikkelingssamenwerking zijn hierbij van prioritair belang. Zuid-Afrika is voor België een belangrijke partner waarmee constructief wordt samengewerkt in het zoeken naar vrede, veiligheid en democratie in Afrika. Zo droegen beide landen in hoge mate bij tot de organisatie van de verkiezingen eind 2011 in de DRC. Op economisch vlak is Zuid-Afrika voor België de belangrijkste handelspartner in Sub-Sahara Afrika. De activiteiten strekken zich uit over diverse sectoren en bedrijven, waarvan de haven-, de diamant- en de energiesector tot de voornaamste behoren. Zuid-Afrika maakt eveneens deel uit van de partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

België ondersteunt betreffende Zimbabwe de Europese aanpak, die erin bestaat de inspanningen van SADC ten volle te steunen en verder te werken aan een normalisering van de relaties met de regering van nationale eenheid. De restrictieve maatregelen die individuen of individuele rechtspersonen treffen, die verantwoordelijkheid dragen voor het geweld in het land, blijven nog van kracht, ook al is er sprake van een zekere versoepeling. De beslissing die in november 2011 genomen werd in het kader van het Kimberley Proces, bestond erin de exportblokkades op te heffen voor diamant uit de Marange-regio.

Tijdens zijn bezoek in december 2011 aan ons land sprak de Zimbabwaanse Minister van Financiën, dhr. Biti, met verschillende gesprekspartners van de EU en bracht hij meer klaarheid in de begroting van Zimbabwe. België blijft in alle geval Zimbabwe op humanitair vlak ondersteunen.

Ook in andere landen van zuidelijk Afrika is België op diverse wijzen actief. In Mozambique bijvoorbeeld zijn naast de bilaterale ontwikkelingssamenwerking ook een aantal ngo’s aanwezig, onder meer APOPO (Antipersoonsmijnen Product Ontwikkeling) dat zich toelegt op de verwijdering van landmijnen met behulp van hamsterratten. Prinses Astrid bracht in juni 2011, in de hoedanigheid van Erevoorzitster van APOPO, een bezoek aan Mozambique.