Latijns-Amerika en de Caraïben
Algemeen
Europa heeft van oudsher banden met Latijns-Amerika. Tal van onze landgenoten zetten al sinds de 16e eeuw voet aan de grond in dit werelddeel en dit leidde tot een heel netwerk van betrekkingen op cultureel, politiek en economisch vlak. Hieruit is een affiniteit gegroeid die de geografische afstand heeft overbrugd.
Het zijn vooral onze gemeenschappelijke sociaal-culturele en humanistische waarden die ons binden en die eigenlijk een zeer vruchtbare bodem zouden moeten vormen voor samenwerking en partnerschap. Deze mooie premisse kwam echter niet altijd overeen met de praktijk, met als gevolg dat het continent moeilijk uit de greep van “caudillisme”, populisme en nationalisme geraakte. In de donkere jaren van de laatste dictaturengolf was er vanuit ons land, maar algemeen vanuit de westerse wereld, een sterk engagement voor mensenrechten en democratie. Naarmate de algemene politieke situatie verbeterde en daarmee samenhangend ook de economische, hebben we spijtig genoeg onvoldoende ingespeeld op de grote opportuniteiten die de regio ons biedt. Niet dat we afwezig waren of zijn, de EU is nog steeds de tweede handelspartner (de eerste voor de handel in diensten) en blijft de grootste investeerder (rond 40%) en eerste donor in Latijns-Amerika en de Caraïben, maar we zijn onvoldoende kunnen afstappen van ons imago van het financieren van ontwikkelingsprojecten en het verlenen van handelsfaciliteiten. Dit ligt niet enkel aan ons, de Latijns-Amerikaanse politici en bedrijfsleiders hebben ook het Europees potentieel te weinig erkend en schrikken in vele gevallen nog steeds terug van samenwerking op ruimere domeinen (cfr. de moeilijke onderhandelingsrondes voor vrijhandel- of associatie-akkoorden).
Het continent Latijns-Amerika en de Caraïben is echter verre van homogeen. Dank zij de nieuw opgerichte CELAC (Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten) eind 2011 in Caracas, is er nu voor het eerst een eerder los statenverbond waar iedereen deel van uitmaakt. Daarnaast zijn er meerdere regionale statengroeperingen (UNASUR, MERCOSUR, SICA, CARICOM….), waarvan echter geen enkel een substantieel integrerend karakter heeft. Noch voor delen van het continent, noch voor het continent in zijn geheel bestaat er zelfs maar een basis van een gemeenschappelijke markt. Voor een echte gezonde sociaaleconomische vooruitgang is dat meer dan waarschijnlijk de zwakste schakel. Politiek-economisch heeft men de laatste decennia een heel eind weegs afgelegd, de schuldcrisis werd overwonnen, er is opnieuw een gezonde groei, de middenklasse is duidelijk gegroeid, maar er blijven grote uitdagingen, vooral drie springen in het oog, namelijk de nog steeds grote sociale ongelijkheid, het te zwakke onderwijssysteem en de grote lacunes in de infrastructuur.
Vanuit Europa en ook vanuit België is er zeker nog plaats voor een meer actief beleid vis-à-vis Latijns-Amerika en de Caraïben. Met de crisis in de Eurozone, hebben de Latino’s toch wat de indruk dat we teveel met onszelf bezig zijn. Er is ruimte voor meer diversificatie in de onze investeringen, die nogal sterk gericht zijn op enerzijds de diensten en voor de rest op vooral energie, telecom en ten dele infrastructuur. Diezelfde investeringen hebben ook niet steeds een voldoende grote sociale impact. Hetzelfde kan gezegd worden van onze samenwerking op het vlak van wetenschap, technologie en innovatie, ook hier kan meer gebeuren. En last but not least, van Europese en Belgische kant verwachten we meer investeringen vanuit Latijns-Amerika en een wat minder eenzijdige handelsstroom (daar nog steeds te sterk geconcentreerd op “commodities”).
Ons postennetwerk in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied omvat tien ambassades en twee Consulaten-Generaal. De ambassades hebben in de meeste gevallen meerdere landen in hun jurisdictie: Mexico City voor Mexico en Belize; San José voor de zes Centraal-Amerikaanse landen; Havana voor Cuba, Kingston voor het overgrote deel van de Caraïben, Caracas voor Venezuela, Trinidad en Tobago, Guyana, Suriname en de Nederlandse Caraïben, Bogota voor Colombia, Lima voor Peru, Ecuador en Bolivia, Santiago voor Chili, Brasilia voor Brazilië en Buenos Aires voor Argentinië, Paraguay en Uruguay. De twee Consulaten-Generaal bevinden zich in Brazilië: in Rio de Janeiro en Sao Paulo. Ook de regio’s zijn aanwezig, FIT, AWEX en BIE, evenwel niet overal op een evenwichtige wijze. De Franse Gemeenschap heeft een bureau in Chili.
Het belangrijkste bilaterale contact in het afgelopen decennium waren zonder twijfel de economische zendingen onder leiding van Prins Filip, met name naar Brazilië (tweemaal gedurende de laatste vijf jaren), Chili (twee keer de laatste tien jaar), Argentinië, Uruguay, Mexico, Panama. Ook de Minister van Buitenlandse Zaken heeft tijdens de afgelopen jaren meerdere landen in de regio bezocht.
1. Midden Amerika en de Caraïben
Hier bevinden zich zo maar even 21 staten, meestal klein, tot zeer klein (Caraïbische eilandstaatjes).
Veruit de grootste staat in deze regio is Mexico. Met zijn goed 100 miljoen inwoners gaat de Belgische aanwezigheid aldaar al terug tot in de 16de eeuw (Pedro de Gante, de onderwijshervormer). Meerdere Belgische firma’s zijn er actief, er is een niet onaanzienlijke Belgische kolonie en we zijn binnen de EU de zevende handelspartner van Mexico. Er zijn actieve culturele (geregelde tentoonstellingen) en wetenschappelijke banden tussen onze beide landen (aan de UA is er een instituut voor Mexicaanse studies). De Centraal-Amerikaanse landen met hun goed 50 miljoen inwoners en een kleine duizend landgenoten zijn een kleine en eerder eenzijdige handelspartner (Belgische machines versus landbouwproducten met een deficitaire handelsbalans). Panama is met 37% van onze uitvoer onze eerste handelspartner in de regio. De Belgische bedrijven zijn vooral actief in infrastructuurwerken (o.m. de upgrading van het Panama Kanaal, klaar tegen 2014). Deze landen behoren tot de armste op het continent en lijden bovendien sterk onder de gewelddadige drugscriminaliteit. Via de aanwezigheid van meerdere Belgische ngo’s blijft de Belgische ontwikkelingssamenwerking er toch nog aanwezig. Van het associatieakkoord tussen Centraal-Amerika en de EU dat in juli 2012 voorlopig in kracht treedt (handelsgedeelte) wordt een extra economische stimulus voor deze regio verwacht.
De Caraïben
Hoewel geen concentratieland van de ontwikkelingssamenwerking, is Haïti, wegens de vernielende aardbeving in januari 2010 het focusland in de regio geworden voor hulpverlening (meer dan 10 miljoen noodhulp en rond 20 miljoen opbouwhulp op korte termijn). We dragen tevens bij tot de VN Minustah missie. Cuba is een traditioneel partnerland van ngo’s en van onze gefedereerde entiteiten en speelt politiek een niet onbelangrijke rol als laatste communistisch land in de westelijke hemisfeer dat zich “langzaam” aanpast aan de gewijzigde geopolitieke realiteiten. België neemt binnen de EU een constructieve voortrekkerspositie in. Jamaica (zetel van onze Caraïbische ambassade) heeft een zeker economisch belang (transport, bussen Jonckheere) en potentieel voor infrastructuurwerken, terwijl Trinidad en Tobago perspectieven biedt voor hernieuwbare energie.
2. Zuid-Amerika
Dit deelcontinent telt 12 staten. Venezuela is onder president Chavez het moeilijkste land in de regio wat bilaterale betrekkingen betreft. De president blijft relatief populair, maar gezondheidsproblemen en een eenheidskandidaat van de oppositie zorgen voor een onzekere uitkomst van de presidentsverkiezingen in oktober 2012. Autocratisch populisme, nefast voor democratie en mensenrechten, heeft dank zij de olie gezorgd voor “sociale opvang”, maar heeft handel en investeringen serieuze schade toegebracht.
De ANDESLANDEN. Drie van de vier (Peru, Bolivia en Ecuador) zijn concentratielanden, ontwikkelingssamenwerking is daar dan ook de belangrijkste motor voor onze bilaterale betrekkingen. De absolute armoede vermindert en deze drie landen, vooral Peru, vertonen goede groeicijfers. Ecuador en Bolivia kennen regimes met een grote mate aan staatsinmenging, Peru en Colombia zijn liberaler. Beide laatste sloten een “multipartijen” vrijhandelsakkoord met de EU, dat in de herfst van 2012 ondertekend zal worden. Colombia heeft het meest attractieve zakenklimaat, maar lijdt nog steeds onder een meer dan 50 jaar durend intern gewapend conflict (waarvan ondertussen het criminele de overhand gekregen heeft op het ideologische). De strijd tegen drugshandel en dito criminaliteit blijft bovenaan de politieke agenda staan. Chili is onze derde handels-en investeringspartner in de regio (investeert ook in België) en heeft een open zakenklimaat. Het heeft sinds 2005 een associatieakkoord met de EU.
Met de twee kleine MERCOSUR-landen, Paraguay en Uruguay, hebben we goede betrekkingen. Vooral dit laatste land is een voorbeeld van economische samenwerking: logistiek (Katoennatie) en infrastructuur. De betrekkingen met het veel grotere Argentinië worden de laatste tijd bemoeilijkt door een toenemend protectionisme. Dit laatste is minder het geval in het grootste land van de regio, Brazilië, dat echter toch nog omwille van de “custo Brasil”, de diverse marktbelemmeringen, niet echt zijn potentieel kan ontvouwen. Deze Latijnse reus met zijn bijna 200 miljoen inwoners en de belangrijkste Belgische kolonië in Latijns-Amerika, telt meer dan 50 Belgische firma’s en goede handelscijfers met ons land (4.5 miljard bilaterale handel in 2011). België is er solide present, temeer daar we er de derde investeerder op wereldschaal zijn. De sterke punten van onze aanwezigheid liggen vooral bij de grote infrastructuurwerken (met extra mogelijkheden rond de Wereldbeker voetbal en de Olympische Spelen), havens, waterwegen, op het vlak van ruimte- en luchtvaart en bij energie (nucleair en groen). Tevens mogen we onze wetenschappelijke en technologische samenwerking niet vergeten. Recente akkoorden tussen het Braziliaans en het Franstalig en Vlaamse hoog onderwijs zullen de komende jaren aan duizenden jonge Brazilianen studie- en vorsingsmogelijkheden in ons land bieden. Met de MERCOSUR als dusdanig lopen onderhandelingen met de EU voor een associatieakkoord, maar die gaan maar eerder moeizaam vooruit.
