West-Europa

1. Inleiding

De dienst volgt de bilaterale betrekkingen met de Verenigde Staten, met Canada, met de EU-lidstaten van voor de grote uitbreiding in 2004, met West-Europese landen die geen lid zijn van de EU (Noorwegen, IJsland de Zwitserse Bondsstaat) en met enkele andere landen (de Heilige Stoel, Andorra, San Marino, Liechtenstein en Monaco).

Ook de ambassades, consulaten-generaal en de beroepsconsulaten van België in deze landen maken deel uit van het bevoegdheidsgebied van de Directie generaal van Bilaterale Zaken. Ze brengen verslag uit over economische en politieke onderwerpen aan het hoofdbestuur.

Dossiers over bilaterale zaken zijn zeer uiteenlopend en handelen onder andere over het beleid inzake de handels- en economische belangen (meer bepaald investeringen in het buitenland of buitenlandse investeringen in België), ad-hoc dossiers die handelen over politieke, culturele, wetenschappelijke of defensiemateries. Verder komen ook dossiers aan bod met betrekking tot het belastingbeleid. Tot slot is er de deelname aan bilaterale conferenties.

Ook de bilaterale ambassades van deze landen in België wenden zich tot de dienst wanneer ze evenementen organiseren. Zij ontvangt ook ambtenaren uit deze landen en informeert hen en de ambassades over het Belgische standpunt inzake onderwerpen die te maken hebben met ons buitenlands beleid.

De federale overheden van België onderhouden de politieke betrekkingen van België met deze landen, maar de bevordering van de buitenlandse handel is een bevoegdheid van de gewesten, terwijl de culturele betrekkingen en alles wat verband houdt met onderwijs een taak van de gemeenschappen is. Voor de bevordering van de Belgische investeringen in het buitenland zorgen de ambassades en consulaten-generaal van België in samenwerking met de gewesten, voor zover zij in het land in kwestie vertegenwoordigd zijn.


2. Thema’s

Wat betreft de betrekkingen met de Westerse Europese landen legt ons land de nodige aandacht aan de dag voor de multilaterale dimensie van zijn externe optreden. (Bv: biodiversiteit, broeikasgassen, antipersoonsmijnen, …).

België is immers doordrongen van de multilaterale dimensie van zijn extern optreden. Het wil dan ook een actieve en veelzijdige rol vervullen in de vraagstukken die op de agenda van internationale instanties staan (VN, Raad van Europa, OESO…). Daar kan het een diplomatiek gewicht in de schaal leggen dat zijn demografisch en economische dimensie ver overschrijdt.

België volgt de trans-Atlantische dialoog van nabij en draagt ertoe bij. Deze dialoog vindt op geregelde basis plaats tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten dan wel Canada (er zijn formele en informele topontmoetingen van de staatsleiders en er is een permanente dialoog over de politieke dossiers en de dossiers over handel en economie, justitie en binnenlandse aangelegenheden). Deze dialoog is belangrijk voor partners om gemeenschappelijke culturele en geschiedkundige basiswaarden en -belangen hebben. Het kan hierbij gaan om vraagstukken van het regionale beleid zoals het vredesproces in het Midden-Oosten, de betrekkingen van het Westen met Iran, een coherente aanpak in Afghanistan en Pakistan of om de betrekkingen met de nieuwe economische tijgers van de 21e eeuw, zoals China en India. In alle dossiers komen actuele thema’s aan bod (klimaat, energiezekerheid, mensenrechten, ontwapening, nabuurschapbeleid, eens…).
Ten slotte heeft België een lange samenwerkingstraditie met het gebied van de Grote Meren in Afrika. In dit deel van het continent heeft het een deskundigheid verworven die gewaardeerd wordt door onze partners.


3. De Europese Unie

België heeft steeds een visie van integratie m.b.t. de EU gehuldigd.

Op wetgevend vlak blijft ons land sterk gehecht aan de communautaire methode. Deze gaat uit van een gang van zaken waarin de Raad van de EU bij gekwalificeerde meerderheid samen met het Europees Parlement op voet van gelijkheid beslist, op basis van voorstellen vanwege de Europese Commissie.

België staat per definitie gunstig t.o.v. de versterking van de Europese instellingen en de uitdieping van hun bevoegdheden. Met dit objectief voor ogen heeft ons land een belangrijke rol gespeeld in de werkzaamheden ter voorbereiding van het Verdrag dat een Grondwet voor Europa vastlegt- na de uitslag van de referenda in Frankrijk en Nederland werd dit het Verdrag van Lissabon, aangenomen op 13 december 2007.

Als evenknie hiervan wenst België de totstandkoming van een extern beleid van de EU en haar Lidstaten dat meer zichtbaarheid geniet, en efficiënter alsook coherenter is.


4. Nabuurschapbetrekkingen

Met de buurlanden Groothertogdom Luxemburg, Frankrijk, Nederland en Duitsland onderhoudt België zeer nauwe betrekkingen. Hieraan liggen historische en geografische factoren ten grondslag.

De Belgisch-Luxemburgse betrekkingen

De federale staat hielp de grensoverschrijdende samenwerking met de Grote Regio mee uitbouwen door zijn deelname aan de onderhandelingen voor een nieuwe overeenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking SaarLorLux van 23 mei 2005. De cel Benelux draagt zorg voor de uitvoering van de overeenkomst en voor de follow-up van de grensoverschrijdende vraagstukken aangaande de Grote Regio.

De dienst is ook het Belgische secretariaat van de Belgisch-Luxemburgse administratieve commissie (BLAC) die ingevolge de overeenkomst van de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie van 2002 werd opgericht. De BLAC komt een aantal keer per jaar bijeen om informatie uit te wisselen over gemeenschappelijke bevoegdheidsgebieden en gemeenschappelijke acties (bevordering van de export en de investeringen). Beide partners bespreken gemeenschappelijke scheepvaartovereenkomsten en investeringsovereenkomsten. Ze bereiden ook de gezamenlijke ministerraden voor (Gaichel overleg).

De Belgisch-Franse betrekkingen

De grensoverschrijdende samenwerking is het gebied bij uitstek waarin het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en de Franstalige gemeenschap blijk geven van een intense dynamiek met Noord-Frankijk.

Om deze grensoverschrijdende samenwerking nog te versterken en ze te voorzien van een juridisch kader nam de federale staat de voorbije jaren een aantal taken waar zoals:

  • de oprichting van een Eurometropool "Rijsel-Kortrijk-Doornik" in het kader van de grensoverschrijdende samenwerking met de Regio Noord – Pas-de-Calais (januari 2008).
  • de vorming van een Europese groepering voor grensoverschrijdende samenwerking (EGTS), West-Vlaanderen/ Flandre-Dunkerque-Côte d’Opale (april 2009).  


De Belgisch-Nederlandse betrekkingen

Het federale België en de Gewesten en Gemeenschappen onderhouden uitgebreide betrekkingen met Nederland.

Om deze betrekkingen nog nauwer aan te halen beleggen de regeringen van beide landen geregeld een gezamenlijke ministerraad (onder de naam “Thalassa”).

De dienst voert het secretariaat voor bovengenoemde bijeenkomsten.


De Belgisch-Duitse betrekkingen

De dienst zorgt voor de follow-up van de grensoverschrijdende vraagstukken met Rijnland-Westfalen en de Nederlandse en Duitse regeringen, met name het belangrijke dossier van de "IJzeren Rijn", een spoorverbinding die de haven van Antwerpen het hinterland ten aanzien van de Duitse Bondsrepubliek moet ontsluiten.


De Benelux

De dienst verzorgt het secretariaat voor de activiteiten in het kader van de Benelux en is het aanspreekpunt voor Benelux-zaken bij de administratie. Hij fungeert op Belgisch niveau als voorzitter van de administratieve werkgroepen bij het secretariaat-generaal van de Benelux.  De dienst bereidt de interne overlegvergaderingen voor die worden gehouden met de gewesten en de gemeenschappen en vertegenwoordigde de federale staat bij de onderhandelingen voor een nieuw Benelux-verdrag, alsmede het verdrag over de modernisering van het Benelux parlement.


De Centrale Commissie voor de Rijnvaart

Naast de oeverstaten Nederland, Duitsland, Frankrijk en Zwitserland is ook België volwaardig lid van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR).Opgericht bij het Verdrag van Wenen in 1815 is het de oudste internationale organisatie in Europa met regelgevende bevoegdheid. De essentiële doelstellingen zijn de welvaart van de scheepvaart op de Rijn en in Europa en de bevordering van het concurrentievermogen van de waterweg.

België is ook volwaardig lid van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR). Ons land wordt er vertegenwoordigd door twee regeringscommissarissen. De dienst neemt deel aan het commissiewerk. De commissie waakt over de veiligheid van de Rijnvaart en de omliggende gebieden. Het hoofd van de dienst neemt in 2010 en 2011 het voorzitterschap ervan waar.


Verenigd Koninkrijk

Op 17 en 18 oktober 2011 vond de 12e editie van de Belgisch-Britse Conferentie plaats in Londen. Het gekozen thema voor deze jaarlijkse bilaterale samenkomst was: Employment and Growth: comparing UK and Belgian Policies inside the Europe 2020 framework.

Deze conferentie kende een groot succes en bracht de vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, academici, journalisten evenals invloedrijke politieke beslissers van beide landen bijeen om met name ervaringen uit te wisselen over arbeidsbeleid en sociale voorzieningen in periode van crisis, om de jongeren- en de vergrijzingproblematiek op de arbeidsmarkt te bespreken, en om de internationale arbeidsmobiliteit nader te bestuderen.

Tijdens het officiële diner in Lancaster House gaf de Britse minister voor Europa, David Lindington, een toespraak over de goede betrekkingen en historische banden tussen ons land en het Verenigd Koninkrijk. Ook de Britse minister voor Werkgelegenheid was aanwezig en nam het woord op de tweede dag over werkgelegenheid en pensioenen. Het initiatief voor deze conferentie werd genomen door gewezen eerste ministers Tony Blair en Guy Verhofstadt bij hun ontmoeting op 30 november 1999.

De Belgisch-Britse Conferentie wordt georganiseerd door de FOD Buitenlandse Zaken en het Egmont Instituut aan Belgische zijde en het Foreign and Commonwealth Office en de British Council aan Britse zijde. De conferentie wordt gestuurd door een Board en wordt voornamelijk gefinancierd door externe sponsoring van bedrijven en organisaties.