FAQ

1. De Raad van Adel valt onder de bevoegdheid  van de Minister van Buitenlandse Zaken. Is de Raad dan ook bevoegd voor de buitenlandse adel?

Neen. De Raad is enkel bevoegd voor de Belgische adel. Dit geldt ook voor de Dienst Adel en de Consultatieve Commissie.


2. Zijn er voorrechten verbonden aan een adellijke titel in België?

Neen (cf. artikel 113 van de Grondwet).


3. Welke adellijke titels bestaan er in België?

Van laag naar hoog zijn dit: jonkheer/jonkvrouw, ridder (geen vrouwelijk equivalent), baron/barones, burggraaf/burggravin, graaf/gravin, markies/markiezin, hertog/hertogin, prins/prinses.


4. Moet een adellijke titel vermeld worden op officiële documenten (identiteitskaarten, paspoorten e.d.)?

Ja, want in België maakt de adellijke titel deel uit van de identiteit van de persoon. Om alle misverstanden te vermijden: de titel maakt geen deel uit van de naam, die onderworpen is aan eigen regels.


5. Is "jonkheer"/"jonkvrouw"/"écuyer" wel een adellijke titel?

Ja (cf. arrest van het Hof van Cassatie, 1927).


6. Moeten predicaten als "Hoog(wel)geboren Heer/Vrouw" of "Messire" eveneens vermeld worden op officiële documenten?

Neen, want het gaat hier slechts om aanspreekvormen vergelijkbaar met "Mijnheer/Mevrouw/Mejuffrouw", "Monsieur/Madame/Mademoiselle".


7. Waar kan ik te weten komen of iemand tot de Belgische adel behoort en, in voorkomend geval, welke titel hij officieel mag voeren?

Bij de Dienst Adel, liefst te contacteren per telefoon (02/501 46 29) of per mail (carl.peeters@diplobel.fed.be).


8. Ik zou graag iemand voor een adellijke gunst willen voordragen. Is dit mogelijk? Tot wie moet ik me richten ? Wat zijn de vereisten?

Verzoekschriften tot verlening van een adellijke gunst (voor zichzelf of ten gunste van iemand anders) worden steeds gericht aan de Koning (p/a Koninklijk Paleis, 1000 Brussel) of aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Verzoekschriften rechtstreeks ingediend bij de Dienst Adel, de Consultatieve Commissie of de Raad van Adel, zijn niet ontvankelijk.

Er zijn geen bijzondere vormvereisten, maar het is wenselijk een curriculum vitae en/of alle nuttige informatie over de betrokkene bij te voegen. De verzoekschriften worden immers op dossier beoordeeld door de Commissie. Bij de beoordeling wordt vooral rekening gehouden met de bijzondere verdiensten van de betrokkene voor het land.

Er wordt op gewezen dat het steeds om een gunst gaat en dat adellijke gunsten in principe enkel worden verleend aan fysieke personen die de Belgische nationaliteit bezitten.


9. Ik meen af te stammen van een adellijke voorouder. Zou ik voor een erkenning van adeldom in aanmerking kunnen komen? Wat zijn de voorwaarden?

Wanneer de verzoeker meent in wettige, rechtstreekse, mannelijke lijn af te stammen van een voorvader die in onze gewesten tot de adel behoorde tot het einde van het Ancien Régime (d.w.z. tot aan de afschaffing van de adel in de Franse Tijd) of die in zijn land van oorsprong officieel tot de adel behoorde, kan hij een verzoekschrift tot erkenning van adeldom indienen. Het verzoekschrift dient eveneens gericht te worden aan de Koning of aan de Minister van Buitenlandse Zaken. Hetzelfde geldt voor verzoekschriften in rehabilitatie van adeldom, d.w.z. wanneer de adeldom reeds vóór 1795 door derogatie verloren was gegaan.

Om deze procedures te kunnen voeren, is het vereist dat de verzoeker zelf (of de afstammeling(en) waarvoor hij de erkenning vraagt) Belg is van geboorte. De procedures zelf worden gevoerd op dossier voor de Raad van Adel.

De volledige bewijslast berust bij de verzoeker. De bewijsvoering gebeurt door overlegging van bewijsstukken in de vorm van (voor eensluidend verklaarde kopieën van) documenten (diploma’s; geboorte- of doopakten en huwelijksakten), waaruit enerzijds onomstotelijk de adeldom van de voorouder blijkt en anderzijds de rechtstreekse, legitieme band in mannelijke lijn tussen verzoeker en zijn adellijke voorvader wordt aangetoond. Gezien de vereiste bewijsvoering, is het aangewezen voorafgaandelijk contact op te nemen met de griffier van de Raad van Adel (dhr. Paul De Win: 02/501.46.90).

Er wordt op gewezen dat het ook hier steeds om een gunst gaat en dat de Koning niet verplicht kan worden om tot erkenning of rehabilitatie over te gaan.


10. Zijn er kosten verbonden aan deze procedures?

Het onderzoek zelf door de Dienst, de Commissie of de Raad is kosteloos. Wanneer de adellijke gunst wordt verleend, wat in eerste instantie bij koninklijk besluit gebeurt, dienen er ‘adelbrieven gelicht te worden’. De gunst wordt immers maar van kracht wanneer de Koning het diploma tekent en het document vervolgens officieel geregistreerd wordt. Het koninklijk besluit dat aan de basis ligt, geeft enkel de toelating om tot lichten van het diploma over te gaan. Aan deze procedure zijn er kosten verbonden: het diploma wordt door een zelfstandige kunstenaar vervaardigd en kost ca. 3000 €; voor de registratie ervan dienen bovendien nog registratie- en kanselarijrechten te worden betaald (minimaal neerkomend op 751,20 €), in geval van een erkenning of rehabilitatie beperkt tot de kanselarijrechten (6,20 €).


11. Mag ik als Belg een buitenlandse adellijke titel voeren?

Neen. Het is zelfs strafbaar op grond van art. 230 van het Strafwetboek.
Buitenlandse titels die aan Belgen worden toegekend, zijn in België dus waardeloos en ze kunnen bovendien nooit het voorwerp uitmaken van een procedure in erkenning.


12. Mag een adellijke buitenlander zijn buitenlandse titel in België voeren? En wat gebeurt er als bij de Belgische nationaliteit aanneemt?

Een buitenlander die in zijn land officieel tot de adel behoort, mag ongestoord in België zijn adellijke titel voeren. Voorwaarde is wel dat de titel vermeld staat op de officiële persoonsbewijzen die door de bevoegde autoriteiten van zijn vaderland zijn verstrekt. Wordt hij Belg door naturalisatie, dan verliest hij zijn adellijk statuut van zijn land van oorsprong en heeft hij niet meer het recht om zijn buitenlandse titel te voeren. De generatie die als Belg geboren is, kan wel een erkenning van adeldom aanvragen (zie boven sub 9).


13. Kan ik de bibliotheek en/of het archief van de Raad van Adel raadplegen?

De handschriftenverzameling van het Heraldisch Fonds (of Fonds Beydaels) en de gespecialiseerde bibliotheek zijn (voorlopig) niet toegankelijk voor het publiek.

De handschriften van het Heraldisch Fonds zijn wel op microfilm te consulteren op het archief van Buitenlandse Zaken, Karmelietenstraat 15, 1000 Brussel, na afspraak met Mr. Alain GERARD, archivaris (P&C 1) (02/501.81.03; alain.gerard@diplobel.fed.be).

Voor de raadpleging van de gepubliceerde werken, zoals vermeld in de oriënterende bibliografie, wordt de belangstellende verwezen naar de openbare bibliotheken, naar de Koninklijke Bibliotheek van België en naar de gespecialiseerde bibliotheken van o.m. de Vereniging van de Adel van het Koninkrijk België/Association de la Noblesse du Royaume de Belgique (Franklin Rooseveltlaan 25, 1050 Brussel; tel. 02/642.25.20; www.anrb.be), van de Office Généalogique et Héraldique de Belgique (C. Thielemanslaan 93, 1150 Brussel; tel. 02/772.50.27; http://oghb.be) of van de Familiekunde Vlaanderen VZW, Nationaal documentatie- en studiecentrum voor Familiegeschiedenis (Van Heybeeckstraat 3, 2170 Antwerpen-Merksem; tel. 03/646.99.88; http://familiekunde-vlaanderen.be).

Het archief van de Raad van Adel en van de Consultatieve Commissie is in principe niet raadpleegbaar. Sommige archiefbescheiden die ouder zijn dan 50 jaar kunnen eventueel geraadpleegd worden mits een bijzondere toelating vanwege de Minister op grond van een gemotiveerd verzoek m.b.t. een zeer concreet geval.