Parlementaire vragen

De antwoorden die de Minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, de Minister van Ontwikkelingssamenwerking of de Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel hebben gegeven op parlementaire vragen, kunt u steeds raadplegen op de websites van de Kamer en de Senaat.

De parlementaire vragen kunnen worden onderverdeeld in 6 verschillende categorieën:

  1. Mondelinge vragen in plenum (Kamer)
  2. Mondelinge vragen in plenum (Senaat)
  3. Vragen om uitleg (Senaat)
  4. Mondelinge vragen in Commissie (Kamer)
  5. Schriftelijke vragen (Kamer)
  6. Schriftelijke vragen (Senaat)


De mondelinge vragen in het plenum (zowel Kamer als Senaat) worden elke donderdag beantwoord tijdens de plenaire zitting in het parlement. De antwoorden worden in principe gegeven door de ondervraagde Minister of Staatssecretaris. Indien hij door omstandigheden niet aanwezig kan zijn, wordt het antwoord voorgelezen door een van de collega-ministers of staatssecretarissen.

Aansluitend worden in de plenaire zitting van de Senaat ook de antwoorden van de ondervraagde Ministers of Staatssecretarissen op de vragen om uitleg voorgelezen door de Staatssecretaris die daar wekelijks (beurtrolsysteem) wordt voor aangeduid. De antwoorden op deze vragen zijn terug te vinden in de integrale verslagen van de plenaire vergaderingen op de websites van de Kamer en de Senaat.

De mondelinge vragen (en interpellaties) in Commissie worden afzonderlijk behandeld in de themacommissies. De Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Ontwikkelingssamenwerking worden ondervraagd door de Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen. Het aantal bijeenkomsten van de Commissie hangt af van het aantal ingediende vragen en de actualiteit en kan variëren van 1 keer per maand tot wekelijks. De antwoorden op deze vragen zijn steeds terug te vinden in de integrale verslagen van de commissievergaderingen op de website van de Kamer.

Voor de schriftelijke vragen (Kamer en Senaat) dient de ondervraagde Minister of Staatssecretaris binnen de vooropgestelde termijn van 1 maand een tweetalig antwoord over te maken aan het Parlement.

De antwoorden op deze vragen zijn ook terug te vinden op de websites van de Kamer en Senaat.