Het platteland: motor van tewerkstelling

Kigoma Town

Waardig werk op het platteland is een must als we de belofte van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) willen halen: niemand mag uit de boot vallen. Dat stelt de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), een essentiële partner van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

Het platteland in ontwikkelingslanden zou enorm veel jobs kunnen voorzien, maar vooralsnog heersen er vooral armoede en ontbering. Maar liefst 80% van de armen zijn plattelandsbewoners. Omdat hun overlevingslandbouw te weinig opbrengt, dienen ze elders een loon bijeen te rapen. 300 à 500 miljoen plattelandsbewoners gaan als loonwerker aan de slag bij andere landbouwers, vaak op een plantage. Ook kinderarbeid floreert er (98 miljoen kindarbeiders!), en zelfs gedwongen arbeid.

De oorzaak van de plattelandsarmoede is velerlei: gebrekkige infrastructuur, onvoldoende middelen om de landbouwproductie te verhogen, beperkte toegang tot diensten als onderwijs, financiering en gezondheidszorg, een ongunstige omgeving om zaken te doen, zwakke instellingen… Daar komt bovenop dat plattelandsontwikkeling vaak buiten het mandaat valt van de ministeries van Werk. Het platteland wordt immers geassocieerd met landbouwproductie, en valt dus onder Landbouw. Toch hebben de ministeries van Werk er een onmisbare taak te vervullen om de plattelandseconomie op te krikken.

Het platteland moet af van zijn imago van miserie en uitgroeien tot een aantrekkelijke plek voor tewerkstelling. Het potentieel is er! Wereldwijd stijgt de vraag naar voedsel en daar kan het platteland op inspelen. Dan is er wel nood aan modernisering en investering in onderwijs en vaardigheden van plattelandsjongeren. Een plattelandseconomie is ook meer dan boeren alleen. Zo omvat het ook de verwerking en vermarkting van landbouwproducten, toerisme, diensten en mijnbouw.

Ministeries van Werk dienen dus meer aandacht te besteden aan het platteland. ILO kan hen daarbij bijstaan. Ondertussen geeft de organisatie zelf het goede voorbeeld. Zo verbeterde ze in Kenia de toegang tot financiële diensten, investeerde ze in Nepal en India in infrastructuur, ondersteunde ze plattelandsvrouwen in Zimbabwe en promootte ze de verwerking van landbouwproducten in Paraquay, Ecuador en Bolivia. Want als niemand uit de boot mag vallen, moet het potentieel van het platteland ten volle ontwikkeld worden.

Bron: ILO
Foto: © BTC/Evelyne Cleynen