Finexpo: een duwtje in de rug voor de export van Belgische bedrijven

  1. Zuletzt aktualisiert am
Image
Foto van een man die de hand schudt van een dokter. Twee vrouwen kijken toe/

Met steun van Finexpo exporteerde FSE Groep medische uitrusting naar ziekenhuizen in Mongolië (© FSE groep)

Wist je dat onze FOD Belgische bedrijven ondersteunt om nieuwe markten te ontdekken in het buitenland, meestal in landen in ontwikkeling? Maak kennis met Finexpo.
 

Belgische innovatieve oplossingen


X-RIS produceert röntgenapparatuur dat makkelijk kan nagaan of er bijvoorbeeld geen barstjes zitten in vliegtuigen, auto’s of schepen. Het bedrijf voert onder andere uit naar Peru. Hydrobox installeert kleine waterkrachtcentrales in Kenia waarmee het afgelegen dorpen van een paar 100 inwoners elektriciteit kan bezorgen. Ecosteryl levert dan weer vernieuwende oplossingen om medisch afval te behandelen en te recycleren. Denk onder andere aan het desinfecteren van gebruikte naalden. Het bedrijf is onder meer actief in Kenia, Libanon en Ivoorkust.

De FSE-groep is gespecialiseerd in biomedische en laboratoriumuitrusting en leverde onder andere aan Mongoolse ziekenhuizen. Haemers Technologies haalde vorig jaar nog het nieuws omdat ze erin slaagden Vietnamese bodems te zuiveren van het giftige ontbladeringsmiddel Agent Orange. Pepps Engineering ontwikkelt onder andere slimme monitoringsystemen op basis van artificiële intelligentie waarmee bedrijven hun installaties kunnen opvolgen en verbeteren. Of wat dacht je van CEE dat cacaobranders op zonnepanelen leverde aan het Virungapark in Congo waar de Belgische chocolatier Dominique Persoone duurzame chocolade mee maakt? Op die manier kunnen vervuilende cacaobranders op fossiele brandstoffen vermeden worden.

Stuk voor stuk betreft het Belgische bedrijven die uiterst innovatieve oplossingen aandragen en een grote meerwaarde kunnen betekenen voor een land. En alle genoemde voorbeelden hebben ooit een duwtje in de rug gekregen van Finexpo!

 

Financieel voordeel voor Belgische bedrijven


Finexpo is een samenwerking tussen vooral de FOD Buitenlandse Zaken en de FOD Financiën. Het treedt op als ‘interministerieel raadgevend comité’ dat Belgische ondernemingen ondersteunt die hun uitrustingsgoederen willen uitvoeren. Het wil op die manier het imago en de reputatie van Belgische bedrijven in het buitenland promoten. Essentieel is ook dat het uitgevoerde product bijdraagt aan de sociale en economische ontwikkeling van het begunstigde land.

Om de bedrijven te steunen beschikt Finexpo over een reeks instrumenten die toelaten ofwel tussen te komen in de financieringskost van het project ofwel een gift te bezorgen. Alle interventies van Finexpo gebeuren altijd binnen het kader van een OESO-arrangement rond kredieten voor export die publieke steun geniet. Daardoor heeft elk deelnemend land exact dezelfde mogelijkheden om de export van zijn ondernemingen te steunen. Overigens beschikken ook andere landen over een gelijkaardig orgaan als Finexpo. Al kan een groter land als Frankrijk vanzelfsprekend veel meer geld in de schaal leggen.

Behalve in geval van ongebonden hulp (zie verder) moet er altijd een duidelijk Belgisch belang zijn. Worden de onderdelen van bijvoorbeeld een waterpomp in België gemaakt? Is er een Belgische distributeur? Afhankelijk van het hulpinstrument moet het Belgisch belang minstens 30% tot 50% bedragen. Op die manier wil Finexpo tewerkstelling in België genereren. En het is mooi meegenomen als een onderaannemer een bedrijf in de sociale economie of een maatwerkbedrijf is.
 

Gunstige terugbetaling


Finexpo beschikt slechts over één puur commercieel instrument, met name ‘intereststabilisatie’. Dat stelt het bedrijf in staat om de koper - een particuliere organisatie of een openbare instelling - een vaste rentevoet te garanderen gedurende de kredietperiode. Een bouwbedrijf als BESIX maakte hier al gebruik van, net als Somati Systems, een speler in de brandbestrijdingssector.

Alle andere instrumenten zijn ‘concessioneel’. Dat betekent dat openbare kopers in landen in ontwikkeling niet het volledige bedrag van de lening aan marktvoorwaarden hoeven terug te betalen. Finexpo staat de koper langere terugbetalingstermijnen, lagere intrestvoeten en/of een gift toe. Er worden ook steeds opleidingen gefinancierd, om de geleverde goederen duurzaam te gebruiken. Daarenboven bestaat er ook een specifiek instrument, de technische assistentie, die speciaal dient om de opleidingskost bij een intereststabilisatie en ongebonden staatslening voor Belgische bedrijven te financieren. Alle concessionele hulp komt in aanmerking als officiële ontwikkelingshulp of ODA.
 

Innovatie, hernieuwbare energie en circulaire economie


Een veelgebruikt instrument is het ‘kmo-instrument innovatie’. Daardoor kunnen bedrijven die een eerste keer een innovatief product willen uitvoeren, genieten van een gift die 80,01% à 100% van de contractwaarde dekt. De klant dient een publieke instelling te zijn in een laag- of middeninkomensland op de lijst van OESO-DAC. Er bestaat een analoog kmo-instrument voor hernieuwbare energie en voor de circulaire economie.
 

Gebonden staatsleningen


De concessionele instrumenten omvatten ook staatsleningen. Daarbij vraagt een ontwikkelingsland een lening aan België om een groot infrastructuurwerk uit te voeren. Denk aan water- en elektriciteitsvoorziening, watersaneringswerken, medische zaken en zo meer. In geval van een gebonden staatslening moeten de werken uitgevoerd worden door Belgische bedrijven.

De lening van maximaal 12 miljoen euro moet over 30 jaar afbetaald worden waaronder een gratieperiode van 10 jaar zonder terugbetaling. De combinatie van een lange terugbetalingsperiode en een lage interestvoet komen meer op een gift van 35%.

Bedrijven als John Cockerill (watersector) en Soulco (IT-sector) hebben al meerdere projecten gerealiseerd dankzij dit hulpinstrument.
 

Ongebonden hulp


Bij de minst ontwikkelde landen (MOL) en de 8 landen met hoge schulden (highly indebted countries) is gebonden hulp niet toegestaan. Een staatslening moet daar ongebonden zijn. Het begunstigde land moet dan een internationale aanbesteding uitvaardigen die toegankelijk is voor alle landen.

Natuurlijk kunnen ook Belgische bedrijven meedingen en regelmatig halen ze de opdracht binnen. Denys – specialist in grote infrastructuurwerken - slaagt daar vaak in. Ook een bussenbouwer als VDL heeft een gunning gewonnen om bussen te leveren in Ghana. Televic voerde daar onderwijsprojecten uit, één van de digitaliseringsprojecten werd een aantal jaar geleden door Koningin Mathilde bezocht.

Staatsleningen worden beheerd door de FOD Financiën, alle andere hulpinstrumenten komen op rekening van de FOD Buitenlandse Zaken. De gedetailleerde uitleg en alle documenten en formulieren vind je terug op onze website.

Ook met beperkte middelen slaagt Finexpo erin de Belgische industrie stevig te ondersteunen. We geven de bedrijven net dat duwtje in de rug dat ze nodig hebben om door te breken op buitenlandse markten. Terzelfder tijd doen ze knowhow op in specifieke contexten en kunnen ze hun producten verbeteren. Ons land blinkt vooral uit in de medische en de drinkwatersector.
 

Selectieprocedure


Bij de selectie van projectvoorstellen gaat Finexpo niet over één nacht ijs. Het Finexpo-secretariaat van onze FOD gaat na of het bedrijf aan alle criteria voldoet. En dat omvat tevens aspecten als mensenrechten, duurzame ketenzorg, strijd tegen corruptie en de bevordering van duurzame ontwikkeling.

Finexpo vraagt voor elk project een advies aan onze ambassades en mogelijks ook aan experten van het Belgisch ontwikkelingsagentschap Enabel. Finexpo kan daarop suggesties doen aan het bedrijf om de aanvraag te verbeteren. Een medewerker van de FOD Economie weegt nauwkeurig het Belgisch belang.

Uiteindelijk gebeurt de selectie bij consensus door het Finexpo-comité. Daarin zetelen onder anderen vertegenwoordigers van de kabinetten Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking en van de regionale handelsagentschappen FIT, AWEX en hub.brussels.

Daarna geeft ook de inspecteur financiën een advies. De ministerraad neemt de finale beslissing.