The Grand Bargain: voor meer efficiëntie binnen het humanitair systeem

  1. Last updated on
Image
Sprekers zitten op podium

© UN Photo/Eskinder Ebebe

Het begrip “Grand Bargain” vindt zijn oorsprong in een rapport over de financiering van humanitaire hulp dat opgesteld werd door een panel onder leiding van eurocommissaris Kristalina Georgieva. Dat rapport gaat in op de vraag hoe de steeds groter wordende kloof tussen humanitaire noden en beschikbare middelen gedicht kan worden. Het ziet drie manieren om die kloof te dichten:

  • verbreden van de middelenbasis. Dat kan onder meer door nieuwe financiers in het humanitair systeem binnen te brengen. Denk bijvoorbeeld aan de Golfstaten, die wel al klassieke ontwikkelingsprojecten financieren, maar minder actief zijn binnen de humanitaire gemeenschap;
     
  • verkleinen van de noden. Dat kan onder andere door meer te investeren in rampenparaatheid. Hoe vlugger en hoe beter men op een ramp kan reageren, hoe kleiner de noden achteraf;
     
  • meer efficiënt te werk gaan. De “Grand Bargain” slaat op dit laatste luik van het rapport. Het bevat 10 aanbevelingen om het humanitair systeem efficiënter te laten verlopen. Sommige van die aanbevelingen gelden alleen voor de donoren, andere gelden voor de internationale humanitaire organisaties en een laatste set zijn voor beide geformuleerd. Zowel donoren als de internationale humanitaire organisaties moeten concrete engagementen nemen om die aanbevelingen uit te voeren. De verwachting daarbij was dat een verregaand engagement van de ene partij zou leiden tot een even verregaand engagement van de andere partij. Vandaar het gebruik van de term “bargain” (of “onderhandelde overeenkomst”).

The Grand Bargain

Te nemen engagementen - voor donoren

Doet België al

Wil België nog meer doen

1. Meer meerjarige humanitaire financieringen

x

 

2. Minder oormerking (vooraf vastgelegd gebruik)

x

 

3. Meer geharmoniseerde en vereenvoudigde vereisten voor rapportering

x

 

Te nemen engagementen - voor hulporganisaties

Doet België al

Wil België nog meer doen

4. Vermindering van dubbel werk en beheersing van de managementkosten – Regelmatige controles van de uitgaven

 

 

5. Meer gezamenlijke nodenanalyses

 

 

6. Betere afstemming op de noden van de begunstigden

 

 

Te nemen engagementen - voor hulporganisaties en donors

Doet België al

Wil België nog meer doen

7. Meer financiële transparantie

x

8. Grotere inschakeling van lokale organisaties

x

9. Meer cash geld verdelen

x

10. Het overbruggen van de kloof tussen humanitaire en ontwikkelingshulp 

x

x

Wat betekent dat nu concreet voor België?

België is een vrij moderne humanitaire donor die al belangrijke stappen heeft gezet voor veel van de bovenvermelde aanbevelingen. Ook de evaluatie (“peer review”) door het OESO-ontwikkelingscomité in 2015 heeft dat erkend.

Engagementen door donoren alleen

Sinds de Belgische humanitaire strategie van 2014 en de vertaling daarvan in wetteksten en begrotingsinstrumenten, kan België zonder enig probleem meerjarige interventies financieren. Ook bestaat er een goed evenwicht tussen geoormerkte en niet-geoormerkte financieringen. Dat betekent dus enerzijds bedragen waarvan het gebruik al vooraf vastligt ‘(“geoormerkt”) en anderzijds fondsen die de ontvangende instelling vrij mag inzetten. De helft van het Belgisch humanitair budget is niet of slechts zeer lichtjes geoormerkt. En verder aanvaardt België de rapportering van de internationale humanitaire instellingen zoals die is overeengekomen in hun eigen beheerraden. België legt dus geen aparte eisen voor rapportering op aan die instellingen.

Besluit: voor de engagementen die uitsluitend door de donoren moeten worden genomen, heeft België al grotendeels haar huiswerk gemaakt.

Engagementen door zowel donoren als internationale humanitaire organisaties

Wat betreft het verhogen van de transparantie heeft ons land  al belangrijke stappen gezet om beter aan de internationale standaarden te voldoen. Met de introductie van een nieuwe, meer toegankelijke databank (PRISMA) zullen we op dat gebied nog meer vooruitgang boeken. Meer inschakeling van lokale organisaties doelt eigenlijk op het zo kort mogelijk houden van de (financierings-)afstand tussen donoren en begunstigden. We willen daar liefst zo weinig mogelijk organisaties als tussenschakel. Om dat te realiseren is nog enig denkwerk vereist. We moeten er immers op toezien dat de financiële risico’s beperkt blijven en dat elke ontvangende organisatie zijn uitgaven degelijk kan verantwoorden. Nu al kan België aan “cash distribution” (verdeling van cash geld) doen, maar in de toekomst zal het dat instrument veel meer gebruiken. In principe zal men bij elke toekomstige interventie de vraag moeten stellen: ‘If not cash, why not?’. Als men geen cash gebruikt, zal men dat dus grondig moeten rechtvaardigen. Verder zet België ook al stappen om de kloof tussen humanitaire en ontwikkelingshulp te overbruggen. Zo heeft minister van Ontwikkelingssamenwerking De Croo in 2016 zijn goedkeuring gegeven aan een oproep voor meer rampenparaatheid in de prioritaire zones van de Belgische humanitaire samenwerking: de Sahel, het Gebied van de Grote Meren en de bezette Palestijnse gebieden. In de toekomst  zouden uitgebreide risicoanalyses, met inbegrip van risico’s op rampen, deel moeten uitmaken van de basisanalyse van onze samenwerkingsprogramma’s.

Besluit: voor de engagementen die zowel donoren als humanitaire internationale organisaties moeten nemen, is België al deels actief, maar er is ruimte voor verbreding en verdieping.

Eurocommissaris Kristalina Georgieva heeft tijdens het Grand Bargain-proces meermaals benadrukt dat iedereen – dus zowel donoren als humanitaire organisaties - zich moet focussen op wat zijn (of haar) organisatie zelf kan doen, en niet op wat het niet kan doen, of wat de ander zou moeten doen. Dat neemt niet weg dat wat ‘de ander’ aangeeft te willen doen, wel degelijk van belang is en de basis zal zijn voor toekomstige evaluatie. Zo kijken de donoren  uit naar hoe de internationale organisaties zullen meewerken aan gezamenlijke nodenanalyses. Deze moeten namelijk uitmonden in gezamenlijke responsplannen die vervolgens aan de donoren worden voorgelegd. Gedaan dus met de individuele plannen van WFP, UNHCR, UNICEF,  etc.  Dat moet alvast een aanzienlijke kostenbesparing opleveren.

Men verwacht dat de  uitvoering van de Grand Bargain minstens 1 miljard dollar aan efficiëntiewinst zal opleveren. Die vrijgemaakte middelen moeten dan ten goede komen van de noodlijdenden in deze wereld.