Handelsbeleid

 
In het kort

Ons land leeft van handel. Meer dan 80% van ons bbp ontstaat dankzij export naar het buitenland. Als kleine, open economie heeft België dus alle belang bij vlotte handelsstromen en internationale investeringen. Een dynamisch handelsbeleid dat handelsbarrières uit de weg ruimt en een gelijk speelveld voor onze bedrijven creëert en universele waarden uitdraagt is voor België onmisbaar. De belangrijkste vijf doelstellingen zijn:

  • de externe markten openstellen om groei en werkgelegenheid te bevorderen,
  • de invoering van globale handelsregels vergemakkelijken,
  • de regels doen naleven,
  • ontwikkelingslanden integreren in het mondiale handelssysteem,
  • duurzame groei bevorderen waarbij milieunormen en sociale normen worden nageleefd.


Doelstellingen voor België

Organisatie gemeenschappelijk EU-handelsbeleid

Het gemeenschappelijk handelsbeleid is een exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie. De Europese Commissie vervult een sleutelrol bij de handelsonderhandelingen, onder toezicht van de lidstaten en het Europees Parlement. Overeenkomstig het Verdrag van de Europese Unie voert de Commissie tarief- en handelsonderhandelingen met derde landen of in het kader van internationale organisaties, in de eerste plaats de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Ze overlegt hierbij met de lidstaten van de EU binnen het zogenaamde Comité Handelsbeleid (TPC). Voor de onderhandelingen over akkoorden met derde landen krijgt de Commissie een mandaat van de Raad om de onderhandelingen te openen en onder bepaalde voorwaarden ook te voeren. De Commissie voert de onderhandelingen in overleg met het Comité Handelsbeleid en binnen het bestek van de richtsnoeren die de Raad haar verstrekt.

Voor België is de directie-generaal Europese Zaken en Coördinatie (DGE) belast met de voorbereiding, de bepaling, de coördinatie, de vertegenwoordiging, de behartiging en de monitoring van het Europese beleid. De DGE bereidt het Belgische besluitvormingsproces voor zodat ons land in de Raad van de EU met één stem kan spreken en zijn belangen kan verdedigen. Hiertoe vindt wekelijks overleg en coördinatie plaats tussen de bevoegde federale en gefedereerde instanties. Bovendien staat de DGE de bevoegde Minister bij om het gecoördineerde Belgische standpunt te verduidelijken via de antwoorden op parlementaire vragen. Ook vermeldenswaard is de inbreng die de DGE levert in vergaderingen met experten, bij de verspreiding van informatie naar de diplomatieke posten, de bilaterale contacten met de Europese Commissie en het vormen van belangencoalities met andere Europese delegaties.

 
Werksporen

De EU-benadering inzake handelsbeleid kent meerdere facetten: Vooreerst geven de EU en België de voorkeur aan de multilaterale aanpak waarbij er getracht wordt wereldwijde handelsregels af te spreken omdat dit niet alleen de handelsmogelijkheden van onze bedrijven verruimt, maar ook de integratie van de ontwikkelingslanden in de internationale handel bevordert, wat een hoofdbekommernis blijft van zowel België als de EU.

De EU en België zijn sterk gehecht aan een goed functionerend multilateraal handelssysteem dat op de Wereldhandelsorganisatie is geënt. Voor België blijven de WTO en haar functies op het gebied van regelgeving, transparantie en geschillenbeslechting van het allergrootste belang.

Een hervorming van de Wereldhandelsorganisatie dringt zich echter op. Decennialang heeft het bestaan van overeengekomen regels voor internationale handel, overzien door de WTO en opgelegd via een onpartijdig systeem om geschillen op te lossen, geholpen om spanningen op het gebied van handel te verminderen en handelsoorlogen te voorkomen. De WTO past zich echter onvoldoende snel aan de (r)evoluties op het gebied van internationale handel aan. De WTO lijdt bovendien onder inflexibele procedures en tegenstrijdige belangen tussen landen en de rol van de WTO als overzichtsorgaan wordt ook bedreigd door een gebrek aan transparantie van vele landen. Sinds december 2019 is de beroepsinstantie van het WTO-mechanisme voor geschillenbeslechting bevroren. Hoewel de Europese Unie naar de implementatie van een tussentijdse meerpartijenregeling heeft gestreefd op basis van arbitrage om de rechten van de partijen bij lopende en toekomstige geschillen te vrijwaren moet er nog een definitieve oplossing worden gevonden.

De situatie wordt nog bemoeilijkt door de escalatie aan WTO-incompatibele unilaterale maatregelen, die in sommige gevallen reeds tot tegenmaatregelen hebben geleid. Deze ontwikkelingen betekenen een groot risico voor de EU en België, met een economie waarvan zowel import als export sterk afhangen van een voorspelbare, eerlijke, op regels gebaseerde internationale handel. België steunt dan ook de EU-initiatieven voor de hervorming van de WTO om de WTO klaar te maken voor de uitdagingen van deze eeuw (digitalisering, vergroening, enz.).

Aangezien de multilaterale onderhandelingen de laatste jaren moeilijk verlopen en met name deze in het kader van de WTO in het slop zijn geraakt, past de EU, in haar streven om de internationale handel verder te bevorderen als motor voor groei en werkgelegenheid, een pragmatische aanpak toe en voert ze tevens onderhandelingen over plurilaterale akkoorden en regionale/bilaterale vrijhandelsakkoorden. België hoopt dat de 12de en de 13de ministeriële conferenties van de WTO de organisatie een nieuwe dynamiek en legitimiteit kunnen inblazen.

Plurilaterale handelsakkoorden in het kader van de WTO omvatten verschillende landen met een gemeenschappelijk belang. In de meeste gevallen komen deze tot stand wanneer er geen multilateraal akkoord, met alle WTO-landen, kan worden gevonden. België verwelkomt in het bijzonder de inwerkingtreding van de handelsfaciliteringsovereenkomst (Trade Facilitation Agreement  - TFA) in 2017 en de geboekte vooruitgang in de onderhandelingen rond digitale handel (E-commerce Joint Statement Initiative).

Naast onderhandelingen op het multilaterale en plurilaterale niveau voert de Europese Unie verschillende regionale en bilaterale onderhandelingen. Zo heeft de EU onlangs verschillende onderhandelingen afgerond, die hebben geleid tot de inwerkingtreding van handelsovereenkomsten met belangrijke partners zoals Japan (februari 2019), Singapore (november 2019) en Vietnam (augustus 2020). Er lopen nog onderhandelingen met Mexico, Chili, de Mercosur, Australië en Nieuw-Zeeland.

Tijdens de onderhandelingen bepleit en verdedigt België actief  zijn economische belangen zoals significante tariefverlagingen, ambitieuze voorzieningen inzake duurzame ontwikkeling, alsook de naleving van Europese sanitaire en fytosanitaire standaarden (SPS).

Onderhandelingen op zich volstaan evenwel niet. De naleving van de regels dient ook te worden gehandhaafd en daarom beschikt de Europese Unie over de nodige handelsbeschermingsinstrumenten, zoals antidumping-, antisubsidie- en vrijwaringsmaatregelen. Ons land steunt ook de versterking van de autonome wetgevingsinstrumenten met het oog op de creatie van een gelijk speelveld (level-playing field).

Ten slotte moet ook worden beklemtoond dat de ontwikkelingsdimensie niet achterwege mag blijven. Die wordt steeds bij de onderhandeling van bilaterale handelsakkoorden met ontwikkelingslanden meegewogen. De Europese Unie hanteert hiertoe een asymmetrische aanpak (d.w.z. de Unie biedt voordelen die ze zelf niet van deze landen vraagt). Naast de onderhandeling van deze asymmetrische akkoorden blijft ook het Stelsel van Algemene Tariefpreferenties, waaronder de Europese Unie unilateraal preferentiële markttoegang biedt aan ontwikkelingslanden (en zelfs een quasi gehele tariefvrijstelling aan de minst ontwikkelde landen onder het “Everything But Arms”-initiatief), een centraal element van de ontwikkelingsdimensie van het Europese handelsbeleid.

 
Horizontale, thematische prioriteiten van België

De bevordering van duurzame ontwikkeling via het handelsbeleid staat voor België centraal. Ambitieuze en substantiële hoofdstukken inzake duurzame ontwikkeling vormen voor België een essentieel onderdeel van handelsovereenkomsten. België streeft naar een verdere verbreding en versterking van deze hoofdstukken bij de onderhandeling van nieuwe akkoorden en vraagt bijzondere aandacht voor de doeltreffende implementatie van deze hoofdstukken. België pleit ook voor een grotere participatie van het maatschappelijk middenveld in de monitoringmechanismen voor de uitvoering van de verbintenissen. Het doel is te waarborgen dat handel niet alleen geen nadelige effecten heeft voor de duurzame ontwikkeling, maar dat er daarentegen positieve effecten ontstaan op het gebied van milieu en mensenrechtenbescherming. Handelsakkoorden bevatten almaar hogere standaarden die berusten op een benadering waar aanmoediging centraal staat. De bouwstenen betreffende duurzame ontwikkeling kunnen als volgt worden samengevat:

  • bevorderen van de bekrachtiging en uitvoering van internationale instrumenten, met name de fundamentele ILO-conventies en de multilaterale overeenkomsten inzake milieu (MEA’s), biodiversiteit en klimaat (COP);
  • toezien op de handhaving van het recht tot regulering;
  • invoeren van specifieke monitoringorganen in de handelsakkoorden: een comité dat  de implementatie van de engagementen inzake duurzame ontwikkeling bespreekt. Dit comité onderhoudt rechtstreekse contacten met het maatschappelijk middenveld (bv. de domestic advisory groups die door de verschillende handelsakkoorden zijn ingesteld). In geval van geschil staan de principes van dialoog en transparantie centraal en bestaat de mogelijkheid om een onafhankelijk panel op te zetten dat kan oordelen over de naleving van de engagementen.

In het verlengde van de Belgische steun voor de participatie van het maatschappelijk middenveld op het niveau van de EU en haar handelspartners, organiseert de directie Handelsbeleid ook regelmatige consultaties over het handelsbeleid met de leden van de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling (FRDO).

België hecht niet alleen belang aan de onderhandeling van nieuwe handelsakkoorden maar ook aan een minutieuze monitoring van de handelsakkoorden die al in werking zijn getreden. De jaarlijkse rapporten van de Europese Commissie over de implementatie van het Europese handelsbeleid illustreren de concrete verdiensten van akkoorden in werking. Zo is de Europese uitvoer naar Canada in 2019 met 25% gestegen in vergelijking met de jaren voorafgaand aan de inwerkingtreding van CETA. Dankzij de handelsakkoorden die de Europese Unie heeft afgesloten, konden Belgische bedrijven in 2019 ook meer dan 440 miljoen euro aan douanerechten besparen.

Ten slotte zetten België en de EU het hervormingsproces voor investeringsbescherming voort. Zo heeft de EU een nieuwe aanpak ontwikkeld met betrekking tot investeringsgeschillenbeslechting, waarbij het investeringsrechtbanksysteem (ICS, Investment Court System) wordt opgenomen in bilaterale EU-handelsovereenkomsten (o.a. in CETA en de investeringsbeschermingsovereenkomsten met Singapore en Vietnam). ICS creëert de mogelijkheid om via handelsbeleid een mondiale coalitie op te bouwen om op termijn een overgang te realiseren naar een multilateraal investeringsgerecht. Daarvoor lopen er momenteel onderhandelingen in de Commissie voor internationaal handelsrecht van de Verenigde Naties (UNCITRAL), met als doel om de bestaande investeerder-staat geschillenbeslechting (ISDS) te hervormen. Het doel is om een permanent orgaan op te richten om investeringsgeschillen te beslechten, waarmee een breuk wordt gemaakt met het ad-hocarbitragesysteem van ISDS. Aangezien België nog tot 2026 lid is van UNCITRAL, zal België zijn inspanningen voortzetten om dit multilaterale hervormingsproject te steunen.


Nuttige links

 
Voortgangsrapporten inzake handelsverdragen