Over de Dienst Bijzondere Evaluatie

 

De Dienst Bijzondere Evaluatie (DBE) is verantwoordelijk voor de evaluatie van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking. De dienst plant en voert de evaluaties uit in samenwerking met de Belgische ontwikkelingsactoren en partnerlanden.

DBE is een externe evaluatiedienst, administratief geplaatst onder de autoriteit van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Buitenlandse zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Deze positie garandeert haar onafhankelijkheid in de keuze, de uitvoering en de verspreiding van haar evaluaties.

Elk jaar publiceert DBE een rapport met daarin de resultaten van de evaluaties. Ze bezorgt dit jaarrapport aan de Minister van Ontwikkelingssamenwerking, die dat verslag van commentaar kan voorzien. Het jaarverslag wordt vervolgens in het Parlement besproken. De Bijzondere Evaluator presenteert de resultaten en aanbevelingen van de evaluaties tijdens een zitting van de Commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen.

Evaluatie helpt om verantwoording te geven over het gebruik van overheidsfondsen, om lessen te trekken om zo de Belgische Ontwikkelingssamenwerking te verbeteren, en om besluitvorming te ondersteunen.

Lees hier onze jaarverslagen
 

Opgelet: de evaluatie is geen audit.
De audit heeft betrekking op de conformiteit met de regelgeving en de procedures. De evaluatie richt zich op het behalen van de resultaten en op de praktijken en probeert te verklaren waarom sommige interventies resultaten opleveren en andere niet.

 
Taken

De Dienst Bijzondere Evaluatie heeft zes wettelijke taken, vastgelegd in het Koninklijk Besluit (KB) van 25 februari 2010, en het wijzigende KB van 25 april 2014.

  1. Plannen, uitvoeren en opvolgen van evaluaties. Deze evaluaties kunnen betrekking hebben op elke vorm van hulp, door elk instrument, organisatie of kanaal dat wordt gefinancierd of medegefinancierd door de federale staat.
  2. Verantwoording afleggen tegenover het Parlement en de publieke opinie over het gevoerde beleid en de besteding van de middelen.
  3. Conclusies trekken uit evaluaties en aanbevelingen formuleren die optimaal bruikbaar zijn om het beleid over ontwikkelingssamenwerking te verbeteren of bij te sturen.
  4. Deelnemen aan internationale gemeenschappelijke evaluaties en aan activiteiten ter ondersteuning van de evaluatiecapaciteit in partnerlanden.
  5. Technische ondersteuning bieden aan de Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp (DGD).
  6. Harmoniseren en certificeren van de evaluatiesystemen van de actoren van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

 
De zes evaluatiecriteria

De evaluaties worden uitgevoerd aan de hand van de zes evaluatiecriteria voor ontwikkelingssamenwerking, vastgelegd door het Ontwikkelingscomité (Development Assistance Committee - DAC) van de OESO.

  • relevantie
  • coherentie
  • doeltreffendheid
  • efficiëntie
  • impact
  • duurzaamheid

Relevantie: doet de interventie de juiste dingen?
De mate waarin de doelstellingen en het ontwerp van de interventie beantwoorden aan de noden, het beleid en de prioriteiten van de begunstigden, het land, de internationale gemeenschap en de partners of instellingen, en relevant blijven, ook als de context verandert.

Coherentie: hoe goed past de interventie?
De mate waarin de interventie compatibel is met andere interventies binnen een land, sector of instelling.

Doeltreffendheid: bereikt de interventie haar doelstellingen?
De mate waarin de doelstellingen en resultaten van de interventie werden bereikt of worden verwacht te bereiken met inbegrip van de gedifferentieerde resultaten tussen groepen.

Efficiëntie: hoe goed worden de middelen gebruikt?
De mate waarin de interventie resultaten oplevert of vermoedelijk zal opleveren op een kostenefficiënte en tijdige manier.

Impact: welk verschil maakt de interventie?
De mate waarin de interventie heeft geleid, of wordt verwacht te leiden tot substantiële, positieve of negatieve, bedoelde of onbedoelde effecten op een hoger niveau.

Duurzaamheid: zullen de voordelen blijven?
De mate waarin de netto voordelen van de interventie voortduren of vermoedelijk zullen voortduren.
 

Meer informatie over de DAC-criteria?
Lees ons jaarverslag 2020 of raadpleeg de website van de OESO.
 

Infografiek van de DAC-criteria

 

Samenwerkingen

De Dienst Bijzondere Evaluatie werkt samen met verschillende actoren, zoals beleidsmakers (regering, Parlement), overheidsdiensten met name DGD (Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp), het Belgische Ontwikkelingsagentschap Enabel, de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO) en federaties van institutionele actoren en niet-gouvernementele samenwerking (ngo-federatie, ACODEV en Fiabel).

De Dienst Bijzondere evaluatie is lid van verschillende nationale en internationale organisaties om de kwaliteit van de evaluaties te verhogen en het delen van informatie en kennis te bevorderen.

  • OECD DAC EvalNet - Organisation for Economic Cooperation and Development – Development Assistance Committee
  • MOPAN – Multilateral Organization Performance Assessment Network
  • EUHES  - European Union Heads of Evaluation Services
  • de groep DACH - netwerk van Duitstalige evaluatoren
  • VEP - Vlaams EvaluatiePlatform

DBE werkt ook samen met vakgenoten in internationale organisaties (bilateraal en multilateraal) om kennis te delen, gezamenlijke projecten uit te voeren en gezamenlijke evaluaties te verrichten.

 
Geschiedenis 
 

De Dienst Bijzondere Evaluatie is operationeel sinds mei 2004, maar vindt haar oorsprong in de schandalen die zich eind jaren negentig hebben voorgedaan. De oprichting van een onafhankelijke evaluatiedienst was namelijk in 1997 een aanbeveling van de Bijzondere Kamercommissie Ontwikkelingssamenwerking.  

Twee jaar later kwamen er grote hervormingen binnen Ontwikkelingssamenwerking. Er werd beslist om meer aandacht aan monitoring (financiële controle) en evaluatie gegeven om ondoeltreffend gebruik van de Belgische ontwikkelingshulp te voorkomen. Deze hervormingen vormen de basis voor de huidige institutionele structuur van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.  

Het Algemeen Bestuur voor Ontwikkelingssamenwerking (ABOS) werd in 1999 opgesplitst in een administratie, namelijk DGIS (later DGD) en een uitvoerende dienst, namelijk de Belgische Technische Coöperatie (sinds 2018 Enabel). Ook werd de eerste Bijzonder Evaluator van de Internationale Samenwerking aangesteld, het begin van een onafhankelijke evaluatie.   

In 2003 kreeg de Bijzondere Evaluator de steun van een volwaardig team: de Dienst Bijzondere Evaluatie van de Internationale Samenwerking. Sinds de fusie van de interne evaluatiedienst van DGD en DBE in 2010 bestaat er geen interne evaluatiefunctie binnen DGD meer. DGD heeft wel nog een dienst Resultaten.  

In 2014 kreeg DBE officieel de naam de Dienst Bijzondere Evaluatie van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.  

DGIS: Directie-Generaal voor Internationale Samenwerking 
DGD: Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp 
 

Tijdslijn  

KB 4 mei 1999 
Aanstelling van een Bijzonder Evaluator van de Internationale Samenwerking  

KB 17 februari 2003
Oprichting van een Dienst Bijzondere Evaluatie van de Internationale Samenwerking 

KB 4 april 2003 
Aanstelling van een Bijzondere Evaluator van de Dienst Bijzondere Evaluatie  

KB 25 februari 2010 
Oprichting van een Dienst Bijzondere Evaluatie van de Internationale Samenwerking (fusie tussen interne evaluatiedienst DGD en DBE) 

KB 25 april 2014 
Wijziging van het KB uit 2010 
Naamswijziging: Dienst Bijzondere Evaluatie van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking 

KB 8 juni 2016 
Aanstelling Cécilia De Decker als Bijzondere Evaluator voor een mandaat van minstens zes jaar