Regionale organisaties

 

De krachtlijnen van de regionale samenwerking zijn:

  • samenwerking in volgende regio’s: Zuidoost-Azië, de Andes, Noord-Afrika en het Midden Oosten, Centraal-Afrika, West-Afrika, Oost-Afrika en Zuidelijk Afrika;
  • in elke regio zal bij voorkeur één prioritaire partnerorganisatie geselecteerd worden die regelmatig zal geëvalueerd worden. Ook regionale programma’s van internationale (partner)-organisaties, van de OESO en de EU evenals regionale programma’s van andere lidstaten van de EU kunnen in aanmerking komen;
  • drie prioritaire thema’s: 1) handel en economie, 2) vrede en veiligheid, 3) leefmilieu en klimaat.

Momenteel wordt samengewerkt met de volgende partners. 


1. West-Afrikaanse Ontwikkelingsbank (BOAD - West-Afrika)

De West-Afrikaanse Ontwikkelingsbank (BOAD | BANQUE OUEST AFRICAINE DE DEVELOPMENT) is de financiële instelling voor ontwikkelingssamenwerking van de acht landen van de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (UEMOA). Het hoofdkantoor is gevestigd in Lomé, Togo. BOAD heeft als doel de ontwikkeling van de lidstaten te bevorderen en bij te dragen aan de economische integratie van West-Afrika.

De belangrijkste aandeelhouders van de Bank zijn de 8 lidstaten van de UEMOA-zone (Benin, Burkina Faso, Mali, Niger, Senegal als prioritaire partners van de bilaterale samenwerking en Ivoorkust, Guinee-Bissau en Togo) en de Centrale Bank van West-Afrikaanse Staten  BCEAO). Samen bezitten zij bijna 95% van het kapitaal van de Bank. De rest van het kapitaal bevindt zich bij de 8 niet-regionale strategische partners van de Bank, met name Frankrijk, China, België, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank, de Europese Ontwikkelingsbank (handelend namens de Europese Unie), Duitsland, India en Marokko. De activiteiten van de Bank zijn gestructureerd rond vijf prioritaire interventiesectoren in de 8 UEMOA-landen: (i) basisinfrastructuur: transport en ICT / digitaliseringsinfrastructuur die de handel bevorderen (ii) productie en eerlijke toegang tot energie en natuurlijke hulpbronnen, met bijzondere aandacht voor hernieuwbare energiebronnen (iii) landbouw en voedselzekerheid (iv) vastgoed (inclusief toeristische infrastructuur) en sociale huisvesting.


2. Club du Sahel (CSA0 - West-Afrika)

Deze instelling maakt deel uit van het ontwikkelingscluster van de OESO maar heeft een afzonderlijke en onafhankelijke beheersstructuur. Opgericht in 1976 met de strijd tegen de voedselschaarste als doel, heeft de Club zich geleidelijk aan ook op andere thema’s gericht: de concurrentiekracht van de West-Afrikaanse economie, de transformatie van de landbouw, het inpalmen van vruchtbare gronden, democratie en goed bestuur, conflicten en stabiliteit, regionale integratie,... Onder impuls van België heeft de Club een belangrijke studie over de "extreme vormen van kinderarbeid in de cacaoplantages” gerealiseerd.


3. Mekong River Commission (MRC - Zuidoost-Azië)

De MRC, die sinds 1957 bestaat en weer op gang gebracht werd in 1995, groepeert 4 landen (Thailand, Cambodja, Laos en Vietnam). Een van hen, Vietnam, is een partnerland en in twee andere van deze landen zullen nog gedurende enkele jaren Belgische samenwerkingsprojecten lopende zijn. Het centrale thema van de activiteiten van de MRC is waterbeheer in al zijn vormen (beheer van de visserij, bevaarbaarheid, impact op de landbouw), wat een prioriteit is van de Belgische samenwerking in die geografische zone. De Belgische bijdrage is bestemd voor het “Navigatieprogramma” en voor het “Programma hydro-elektriciteit” van de MRC.


4. East African Community (EAC - Oost-Afrika)

Vier (Burundi, Oeganda, Tanzania, Rwanda) van de vijf EAC lidstaten zijn prioritaire partners van onze bilaterale samenwerking. Deze organisatie ontvangt, sinds 2009, een bijdrage aan de algemene middelen. De belangrijkste bestaansreden van EAC is het bevorderen en vergemakkelijken van de regionale integratie, met inbegrip van de handel. 

 
Daarnaast beheert EAC een "Trust Fund" voor de financiering van voorbereidende studies en expertise voor regionale infrastructuurprojecten (in de eerste plaats transport). 

De wet betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking voorziet in de selectie van 5 regionale organisaties die per koninklijk besluit zullen worden aangeduid. Deze procedure wordt nu voorbereid.