Mensenrechten, inclusief kinderrechten

 

Sinds het einde van de Koude Oorlog wordt een deel van de ontwikkelingshulp toegekend op voorwaarde dat de mensenrechten gerespecteerd worden door de overheden in de partnerlanden. Sinds kort wil het concept van ontwikkelingshulp op basis van de mensenrechten langs de ene kant de bevoegdheden uitbreiden van de instanties die belast zijn met het toezicht op de naleving van de mensenrechten en langs de andere kant de bevoegdheden van degenen die deze kunnen doen gelden.

De nieuwe wet inzake de ontwikkelingssamenwerking bekrachtigt de integratie van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking in een benadering die sterker gebaseerd is op de mensenrechten.

Sinds 2013 “integreert de Belgische Ontwikkelingssamenwerking als prioritaire thema’s” dus: 1° de mensenrechten (met inbegrip van de rechten van het kind); 2° waardig en duurzaam werk; 3° maatschappijopbouw" (art. 11). De nieuwe wet houdt rekening met mensenrechten van alle types (burgerrechten en politieke rechten, economische, sociale en culturele rechten en de rechten van de zogenaamde 3e generatie, met name het recht op ontwikkeling) en in alle dimensies, wat het overleg- en actieveld opentrekt.

De vier subthema’s van de mensenrechten waarin de Belgische Ontwikkelingssamenwerking al aanzienlijk investeert zijn: de rechten van de vrouw (eerlijke toegang tot werk, tot een politieke functie, seksuele en reproductieve rechten), de rechten van het kind, het recht op waardig werk (sociale bescherming, gelijke lonen voor mannen en vrouwen …) en het recht op justitie (voorlopige hechtenis, toegang tot justitie, bescherming van slachtoffers en getuigen …).

De Belgische bilaterale samenwerking kan de mainstreaming en de cross-cutting bevorderen en zo de sectorale en thematische benaderingen wederzijds versterken.

De dialoog over het samenwerkingsbeleid die België voert met partnerlanden gaat trouwens onder meer over de situatie van de mensenrechten in de betrokken landen. Deze politieke dialoog wordt ruimer en meer georganiseerd gevoerd in het kader van de invoering van het Verdrag van Cotonou (EU/ACS 2000-2020) en artikel 8 van dit Verdrag, dat hulp koppelt aan de eerbiediging van de mensenrechten.

België levert een financiële bijdrage aan de algemene middelen van het Hoog Commissariaat voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties (OHCHR). Het OHCHR is het belangrijkste kantoor van de Verenigde Naties dat instaat voor het bevorderen en beschermen van ieders mensenrechten. In die zin leidt dit kantoor de internationale inspanningen op het vlak van de mensenrechten en doet onpartijdig uitspraak over schendingen van deze rechten in de hele wereld. Het kan met name klachten ontvangen en onderzoeken die rechtstreeks ingediend worden door slachtoffers van schendingen van de mensenrechten en overheden vervolgen in naam van de slachtoffers.

De twee benaderingen (mainstreaming/cross-cutting en aangifte van schendingen van mensenrechten) vullen elkaar aan en kunnen elkaar versterken.


Rechten van het kind

Kinderen en jongeren maken meer dan de helft van de bevolking uit in de ontwikkelingslanden. Vanwege hun leeftijd en hun afhankelijkheid bevinden ze zich vaak in een kwetsbare positie, nog in de hand gewerkt door armoede, ongelijkheden en discriminatie. Er moet dan ook bijzondere aandacht uitgaan naar kinderen om hun rechten te beschermen en te verdedigen (recht op gezondheid, voeding, onderwijs, bescherming tegen geweld, geboorteregistratie,…). Zes van de acht Millenniumdoelstellingen (MDG’s) hebben bovendien rechtstreeks betrekking op de situatie van de kinderen.

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking is sinds jaren actief op het vlak van de bescherming en bevordering van de rechten van het kind. In de nieuwe wet worden de rechten van het kind rechtstreeks gekoppeld aan de mensenrechten en ze maken dus integraal deel uit van dit prioritaire thema.

Op operationeel vlak draagt de Belgische Ontwikkelingssamenwerking bij tot de rechten van het kind via de samenwerking met overheden in de partnerlanden. Ze draagt ook haar steentje bij door diverse programma’s van ngo’s op het terrein te steunen, specifiek gericht op kinderen (straatkinderen,…) of met een directe impact op kinderen (toegang tot drinkwater,…).

Op multilateraal vlak is UNICEF de belangrijkste partner van onze samenwerking. Op grond van zijn mandaat speelt UNICEF een unieke rol op wereldvlak en vooral in ontwikkelingslanden om de toepassing van het “Kinderrechtenverdrag” te bevorderen. De acties op het terrein zijn bovendien gericht op domeinen die ook belangrijk zijn voor onze samenwerking: overleving en ontwikkeling van het kind, basisonderwijs en gendergelijkheid, hiv/aids, bescherming tegen geweld en uitbuiting, pleidooi voor de rechten van het kind.

Ook de bescherming van kinderen in conflicten is een prioriteit. DGD verleent concrete ondersteuning in dit domein aan de hand van humanitaire hulp en transitie.

Meer info: