EU-noodtrustfonds voor stabiliteit met het oog op de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika

Het Fonds

Om de respons op de migratie- en vluchtelingencrisis te versterken, stelde Voorzitter Juncker de oprichting van een “Noodtrustfonds voor stabiliteit met het oog op de aanpak van de diepere oorzaken van irreguliere migratie en ontheemding in Afrika, voor de regio van (A) de Sahel en het Tsjaadmeer, (B) de Hoorn van Afrika en (C) Noord-Afrika. Het Fonds werd bij besluit van de Europese Commissie van 20/11/2015 ten uitvoer gelegd en op de Top van La Valletta op 12 november 2015 opgericht en formeel ingesteld. Het Fonds heeft tot doel de diepere oorzaken aan te pakken van irreguliere migratie en noodgedwongen ontheemding die het gevolg zijn van de kwetsbare en fragiele situatie in bepaalde Staten en in te spelen op de demografische, economische en milieuontwikkelingen (ref. Slotverklaring van de Top van La Valletta). 

Het Fonds bedraagt 1,88 miljard euro. Dit bedrag bestaat uit 1,8 miljard euro uit verschillende Europese instrumenten waartoe de lidstaten bijdragen via hun begroting en 81 miljoen euro aan aanvullende bijdragen van 25 lidstaten, Noorwegen en Zwitserland. België is met een aanvullende bijdrage van 10 miljoen euro de tweede bilaterale donor na Nederland.

De Belgische bijdrage van 10 millioen euro gaat voor 5,5 miljoen euro naar de Sahelregio, 4 miljoen naar Noord-Afrika en 0,5 miljoen naar de Hoorn van Afrika.

23 landen komen rechtstreeks in aanmerking voor hulp, waaronder 8 partnerlanden van de Belgische gouvernementele samenwerking:

(A) Sahel en Tsjaadmeer: Burkina Faso, Kameroen, Tsjaad, Gambia, Mali, Mauritanië, Niger, Nigeria, Senegal;

(B) Hoorn van Afrika: Djibouti, Eritrea, Ethiopië, Kenia, Somalië, Zuid-Soedan, Soedan, Tanzania en Uganda;

(C) Noord-Afrika: Algerije (exitfase), Egypte, Libië, Marokko, Tunesië.

16 naburige landen van de bovengenoemde landen kunnen geval per geval in aanmerking komen voor hulp voor projecten met een regionale dimensie die betrekking hebben op de regionale migratiestromen en de daarmee verband houdende grensoverschrijdende problemen. 6 zogenaamde naburige landen maken deel uit van onze gouvernementele samenwerking: Guinee, Benin, Mozambique, de DRC, Rwanda en Burundi.

De werking van het Fonds berust op twee stategische documenten. Ten eerste, de Strategie van het Fonds die in La Valletta werd goedgekeurd en die de prioriteiten voor vier actiedomeinen vastlegt, en ten tweede het Actieplan van La Valletta dat 5 prioritaire zwaartepunten bevat en dat ten uitvoer wordt gelegd via de acties van het Fonds.

 
Belgische prioriteiten

België zal zich concentreren op de landen gouvernementele samenwerking en zal aandacht besteden aan de landen van herkomst van migratie naar België. België steunt vooral projecten binnen de beleidsprioriteiten van de Minister van Ontwikkelingssamenwerking, maar beoogt beleidcoherentie met andere departementen, te weten:

  • Rchten gebaseerde aanpak
  • Inclusieve economische ontwikkeling
  • Relisience
  • Veiligheid & ontwikkeling
  • Migratie beheer

Om te waarborgen dat het Fonds een meerwaarde betekent en op korte en lange termijn een invloed heeft op de migratiestromen, stelt België het volgende actiedomein (scope) voor de projecten voor:

  • migranten, potentiële migranten en terugkerende migranten
  • gebieden die het hoofd moeten bieden aan emigratie of die terugkerende migranten opnemen
  • gastgemeenschappen (in Afrikaanse landen) die een groot aantal migranten/vluchtelingen opvangen.

In de mate van het mogelijke moet worden aangetoond dat de projecten een link  hebben met migratie (bv. doelgroep van het Fonds of diepere oorzaak van migratie) en gevolgen op de migratiestromen. Het verband tussen migratie en ontwikkeling is complex en er bestaat geen lineair verband tussen beide. Zo leidt een stijging van de menselijke ontwikkelingsindex niet automatisch tot een lineaire afname van de migratiestromen. Het  is evenwel absoluut nodig dat de projecten tot doel hebben een respons te bieden op de reële/of ondervonden diepere oorzaken en een empirisch onderbouwde (evidence-based) aanpak ontwikkelingen aangezien de diepere oorzaken van regio tot regio en van land tot land verschillen.

 
Werking en procedures

Projecten worden rechtstreeks ingediend bij de delegaties (EUDEL) van het land waar de actie plaatsvindt, projecten met een regionale dimensie bij de Europese Commissie (COM) zelf (EuropeAid-EUTF-AFRICA@ec.europa.eu).

EUDEL en de Commissie doen een eerste selectie aan de hand van de volgende subsidiabiliteitscriteria:

  1. Het gaat om een erkend organisme volgens de regelgeving van het EOF of de instrumenten voor het externe optreden van de EU (art. 9 oprichtingsverdrag). De agentschappen voor de nationale uitvoering (bv de Belgische Technische Coöperatie), multilaterale organisaties en de ngo's komen in aanmerking. 
  2. De actie geeft invulling aan een prioritair zwaartepunt van het Actieplan van La Valletta en/of van een actiedomein van de strategie van het Fonds.

Voor de tenuitvoerlegging gelden de volgende voorwaarden: gedelegeerde samenwerking, uitnodiging tot kennisgeving van belangstelling en rechtstreekse toewijzing met inachtneming van de auditregels van de Europese Commissie (PAGoDA). Regels voor medefinanciering zijn er niet.

Ngo's, internationale organisaties en institutionele actoren dienen geen 'spontane' financieringsaanvragen of projecten in. Zij volgen deze procedure:

  1. Ze gaan in op een kennisgeving van belangstelling die wordt bekendgemaakt op de website van de EU-delegatie (voor nationale projecten) en op de website van de DG DEVCO (voor grensoverschrijdende projecten);
  2. Rechtstreekse toewijzing is alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk wanneer kan worden aangetoond dat enkel deze organisatie over de nodige expertise in een bepaalde regio beschikt. 

De inbreng, analyses en ervaringen van deze actoren over migratiestromen, uitdagingen en mogelijkheden in de regio waar zij werken, blijven evenwel van essentieel belang voor de tenuitvoerlegging van de acties en kunnen bijdragen tot de omschrijving van de kennisgevingen van belangstelling. Deze analyses kunnen worden gezonden naar de functionele mailbox (EuropeAid-EUTF-AFRICA@ec.europa.eu) en naar de delegaties (zonder logo van de organisatie of budget).

De verantwoordelijkheid voor het beheer ligt in de handen van de lidstaten van de EU (LS), de andere donoren, de partnerlanden en de regionale organisaties. De stuurgroep komt een keer per jaar samen en bepaalt en actualiseert de strategie, terwijl het operationeel comité  de projecten die zullen worden uitgevoerd, selecteert. Er is een operationeel comité per geografisch gebied (Sahel, Hoorn van Afrika en Noord-Afrika) en ze komen twee à drie keer per jaar bijeen. Bovendien kan een operationeel comité worden bijeengeroepen voor de follow-up van de regels en procedures en van de jaarverslagen.