Leefmilieu

 

Leefmilieu is een van de vijf pijlers van de Agenda 2030 en haar duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) en neemt ook meer en meer een centrale rol in binnen de Verenigde Naties. Hieronder volgt een korte inleiding van dit beleidsthema.

 
Multilaterale aspecten

De aandacht voor het leefmilieu startte op het internationaal niveau met de Stockholm Conferentie van 1972 (“United Nations Conference on the Human Environment”). Op deze eerste grote internationale conferentie omtrent het leefmilieu besloot men o.a. tot de oprichting van de United Nations Environment Programme (UNEP) (voor meer informatie over UNEP, zie deze pagina).

Een volgende belangrijke top volgde twintig jaar later met de “Earth Summit” in Rio de Janeiro van 1992 (“United Nations Conference on Environment and Development”). Op deze top namen staatshoofden en regeringsleiders de belangrijke Rio Principes aan, die tot op vandaag geldig blijven en in het werk van de VN doorspelen.

Hiertoe behoren onder andere:

  • het recht tot ontwikkeling (paragraaf 3)
  • milieubescherming moet integraal deel uitmaken van het ontwikkelingsproces (paragraaf 4)
  • gezamenlijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden voor het milieubeleid (paragraaf 7)
  • de eliminatie van onduurzame consumptie en productiepatronen (paragraaf 8)
  • publieke participatie (paragraaf 10)
  • voorzorg (paragraaf 15)

De top lag ook aan de basis van de volgende belangrijke internationale verdragen:

  • United Nations Framework Convention on Climate Change (UNFCCC), het kaderverdrag binnen dewelke men het Kyoto Protocol en het Parijs Akkoord later onderhandelde (voor meer informatie over deze klimaatverdragen, zie deze pagina);
  • United Nations Convention on Biological Diversity (UNCBD), de basis voor het internationaal biodiversiteitsbeleid (voor meer informatie over de biodiversiteitsthematiek, zie deze pagina); en
  • United Nations Convention to Combat Desertification (UNCCD), dat werkt rond het tegengaan van verwoestijning (voor meer informatie hierover, zie deze pagina).

Twintig jaar na de “Earth Summit” volgde de Rio+20 top in Rio de Janeiro van 2012 (“United Nations Conference on Sustainable Development”), een mijlpaal in de verdere ontwikkeling van duurzame ontwikkeling en leefmilieu op het intergouvernementele niveau. Deze top besliste over een aantal belangrijke maatregelen en hervormingen die men opnam in de visietekst “The Future We Want”:

  • Er werd opdracht gegeven voor de uitwerking van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s), ter vervanging van de tot dan bestaande Millennium Doelstellingen. Dat mondde uiteindelijk uit in de Agenda 2030 die in 2015 werd aangenomen. Tevens werd besloten tot de oprichting van een High Level Political Forum on Sustainable Development, dat nu in de jaarlijkse opvolging van de Agenda 2030 voorziet. Voor meer informatie hierover, zie deze pagina.
  • Er werd opdracht gegeven tot de versterking van de milieupijler binnen de VN (UNEP), o.a. door het instellen van universeel lidmaatschap voor UNEP, het oprichten van de “United Nations Environment Assembly” (UNEA) binnen UNEP en het bekrachtigen van de normgevende rol van deze organisatie binnen het VN-systeem. Voor meer informatie over UNEA, zie deze pagina.
  • Er werd besloten tot de uitwerking van een kader voor de financiering van duurzame ontwikkeling. Dit mondde uit in de Addis Ababa Action Agenda for Financing for Development.
  • Een mondiaal programma over duurzame consumptie en productiepatronen werd opgericht (het “10 Year Framework of Programmes on Sustainable Consumption and Production Patterns”).
  • Verder werd er opgeroepen tot de ontwikkeling van een technology transfer facilitatie mechanisme.
  • Tot slot werd er ook een aanzet gegeven voor de evaluatie van onze economieën “beyond GDP” (GDP = gross domestic product).

Binnen de FOD Buitenlandse Zaken wordt het multilaterale leefmilieu debat opgevolgd door de directie MD8, dat dezelfde thematiek overigens ook opvolgt vanuit het perspectief van de ontwikkelingssamenwerking.

 
Ontwikkelingssamenwerking

De wereldwijde, groeiende druk op de beperkte natuurlijke rijkdommen en fragiele ecosystemen in combinatie met de gevolgen van de klimaatsverandering, stelt de hele wereld maar vooral de meest zwakken in de ontwikkelingslanden voor enorme nieuwe uitdagingen.

De nieuwe wet op Ontwikkelingssamenwerking van 19 maart 2013 stelt dat elke interventie van de Belgische Ontwikkelingssamenwerking “de bescherming van het leefmilieu en van de natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van de strijd tegen klimaatverandering, droogte en wereldwijde ontbossing” dient te integreren.

Bovendien heeft België zich geëngageerd onder diverse multilaterale milieuverdragen om ontwikkelingslanden te helpen bij de hun verplichtingen onder deze verdragen.

Deze doelstelling wordt onder meer concreet gemaakt in de strategienota leefmilieu van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Voor meer informatie over enkele specifieke leefmilieu thema’s die de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking opvolgt, zie:

De Belgische ontwikkelingssamenwerking werkt hiervoor samen via volgende partners en fondsen:

U kan ook altijd een kijkje nemen op de websites van de relevante organisaties: