Doeltreffendheid van de hulp

 

België maakt deel uit van het Global Partnership (GP) dat in Busan met een diverse groep van ontwikkelingsactoren - zowel publieke als private actoren - vertegenwoordigers van de civiele maatschappij, parlementaire, als lokale en regionale organisaties een aantal gemeenschappelijke principes en doelstellingen afsprak voor ontwikkelingssamenwerking. Het Global Partnership bouwt verder op de hulpdoeltreffendheidsagenda van Parijs (2005) en Accra (2008). België schaart zich achter het GP via de volgende 4 invalshoeken:

 
Inzetten op ontwikkelingsresultaten en transparantie

Busan roept ons op om transparante donoren te zijn. Daarom maakt België gegevens en rapporten toegankelijker via de website, maar zorgt er ook voor dat de ontwikkelingslanden over de nodige informatie kunnen beschikken zodat ze de inkomende hulp zo goed mogelijk kunnen incalculeren in de eigen beheersprocessen en opvolgings-en evaluatiesystemen.

Samen met andere donoren wordt op aansturen van het Europees Joint Programming-initiatief met het betreffende ontwikkelingsland gewerkt aan betere gezamenlijke sectorplanning in overeenstemming met de begrotingsprocessen van het ontwikkelingsland.

De uitvoering van Busan wordt opgevolgd via een monitoringsoefening die plaats heeft in de ontwikkelingslanden (zie Guide global Monitoring framework)


Gecoördineerd gebruik en verbeteren van de systemen van ontwikkelingslanden

Behalve de versterking van de systemen van de publieke financiën in ontwikkelingslanden vraagt Busan aandacht voor de opvolgings-, evaluatie- en statistische systemen en hun gecoördineerd gebruik door de donoren, en voor parlementen en andere instellingen zoals de media, die lokale verantwoording aanwakkeren. Sterke instellingen en systemen zijn niet alleen goed voor een correct beheer van de officiële ontwikkelingshulp (ODA), maar ook van alle andere financiële stromen, zowel de eigen middelen als de externe. De impact van klimaatfinanciering op het gebruik van landensystemen is daarbij een belangrijk aandachtspunt.

Met Busan kwam ook aandacht voor een gedifferentieerde aanpak zoals de realisatie in landen in fragiele situaties. Het is in de hulpafhankelijke landen met de grootste ontwikkelingsuitdagingen dat de Belgische Ontwikkelingssamenwerking echt een verschil kan maken.


Samenwerking met de privésector

Het Fourth High Level Forum on Aid Effectiveness (HLF4) in Busan erkent de centrale rol van de privésector bij het bevorderen van innovatie, het creëren van welvaart, werkgelegenheid en het mobiliseren van binnenlandse middelen die op hun beurt bijdragen tot de vermindering van armoede.

De samenwerkingsvormen die ontwikkeld kunnen worden, dienen zowel waarde te creëren voor de lokale private sector als voor de samenleving in haar geheel. Donoren kunnen lokaal overleg ondersteunen tussen partnerlanden en de privésector in de uitwerking van nationale en sectorale plannen en aansturen op verantwoording over de economische, sociale en ecologische resultaten van dergelijke samenwerking.


Verdieping van de samenwerking met de civiele samenleving

In Busan wordt expliciet het belang en de rol van de actoren van de civiele samenleving binnen het ontwikkelingslandschap erkend. Dit is een heel grote overwinning voor de niet-gouvernementele actoren (nga’s). Deze erkenning houdt in dat ontwikkelingsinspanningen de beste resultaten oplevert wanneer mensen een stem hebben en kunnen bepalen wat de aard van de hulp is die voor hen het meest nuttig is. Het betekent ook erkenning van rekenschap die hun leiders en de internationale donorgemeenschap dienen af te leggen voor de doeltreffendheid van de hulp.