ODA, DAC en de 0,7%-norm

‘Officiële ontwikkelingshulp’ of ‘ODA’ (Official Development Assistance)

Om de hulpinspanningen van de verschillende donoren te kunnen vergelijken en het nakomen van gemaakte beloftes te kunnen opvolgen, werd het begrip ODA of Official Development Assistance ontwikkeld, waarmee internationaal afgesproken wordt wat wel en wat niet mag meetellen als hulp. Deze maatstaf is intussen internationaal algemeen aanvaard; de definitie ervan wordt beheerd door het Development Assistance Committee (DAC) van de OESO.

Officiële ontwikkelingshulp omvat alle stromen naar ontwikkelingslanden of naar bepaalde multilaterale organisaties, die aan volgende twee voorwaarden voldoen:

  • De donor is een officiële instantie, zoals lokale of federale overheden en hun uitvoerende overheidsagentschappen.
  • De transactie heeft tot hoofddoel de economische ontwikkeling en het welzijn in de ontwikkelingslanden te bevorderen, en heeft een concessioneel karakter. In het geval van leningen betekent dit dat het giftelement minstens 25% moet bedragen.

Giften en leningen voor militaire doeleinden zijn uitgesloten.

Voor meer informatie zie de brochure ‘Is it ODA?’ of op www.oecd.org/dac/stats/methodology.

De ontwikkelingslanden in deze definitie bedoeld, zijn alle landen of landengroepen die voorkomen op de officiële lijst van het DAC. Zie voor deze lijst www.oecd.org/dac/stats/daclist.

Ook de multilaterale instellingen die in aanmerking komen, werden vastgelegd in een officiële lijst. Zie ‘Annex 2’ op www.oecd.org/dac/stats/dacdirectives.

De bijdragen aan de algemene middelen van deze organisaties (core-bijdragen) zijn geheel of gedeeltelijk aanrekenbaar als officiële ontwikkelingshulp.
 

ODA-databank

'ODA online' laat toe om op basis van een aantal sleutelparameters selecties te maken uit de interventies van DGD. De resultaten tonen de uitgaven van de laatste twee jaren op de budgetten van DGD. Lees meer...


De 0,7%-norm

Al in de jaren 1970 werd internationaal aanvaard dat de officiële ontwikkelingshulp van de rijke landen minstens 0,7% van hun Bruto Nationaal Inkomen (BNI) zou moeten bedragen. Ook België heeft zichzelf de wettelijke verplichting opgelegd om vanaf 2010 deze norm te behalen. Door de financiële crisis en de moeilijke budgettaire omstandigheden ligt dit doel echter nog niet onmiddellijk binnen bereik. Zeker nog tot 2014 zal onze ODA/BNI-ratio rond de 0,51% blijven schommelen. Wel dient opgemerkt dat we daarmee alleszins al voldoen aan de Europese verbintenissen, en daarmee ook binnen de kopgroep van DAC-donoren blijven.

Binnen de FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is de dienst D4.3 ‘Kwaliteit en resultaten’ verantwoordelijk voor de statistische opvolging van de officiële ontwikkelingshulp en van het groeipad naar de 0,7% van het BNI. Voor bijkomende statistische informatie, of voor informatie over de DAC-statistieken van de OESO en ODA-aanrekenbaarheid, kunt u bij deze dienst terecht, en meer bepaald bij antoon.vanbroeckhoven@diplobel.fed.be of olivier.thery@diplobel.fed.be.


Belgische overheidshulp - algemene overzichtstabellen