Belastingvermindering voor giften in geld

Procedure tot erkenning van instellingen voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden

 
Omzendbrief van 6 april 2017

Deze omzendbrief geldt voor alle dossiers ingediend bij de minister van Financiën vanaf  20 april 2017. De postdatum zal gelden als bewijs van indiening.

 
1. Juridische  basis voor de belastingvermindering

  • Artikel 145/33, §1, eerste lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (hierna: WIB);
  • Artikel 63/18/1 tot en met 63/18/7 van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen (hierna: KB WIB).

 
2. Procedure

Hieronder worden de verschillende stappen in de procedure toegelicht.

 
2.1. Aanvraag van erkenning

Om erkend te worden als "instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden" in het kader van de belastingvermindering voor giften in geld, moet een aanvraag  om erkenning of hernieuwing van de erkenning ingediend worden bij de Minister van Financiën, Wetstraat 12, 1000 Brussel ten laatste op 31 december van het jaar voorafgaand aan de periode waarvoor erkenning gevraagd wordt.

Inlichtingen hierover zijn terug te vinden op de website van de FOD Financiën: http://financien.belgium.be/nl/vzws/giften/.

De Minister van Financiën maakt vervolgens een kopie van het dossier over aan het regeringslid bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking.

 
2.2. Onderzoek van de aanvraag

De administratie van het regeringslid bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking (hierna: de Administratie voor O.S.) onderzoekt  de  aanvraag voor de aspecten die betrekking hebben op ontwikkelingssamenwerking. Dit zijn de drie bijzondere voorwaarden die zijn opgenomen  in artikel 63/18/3, §1 van het KB WIB (meer informatie hieronder, punten 3 en 4).

Dit onderzoek gebeurt op basis van het ingediende dossier, en eventueel ook een contact met de organisatie die de aanvraag ingediend heeft. De administratie voor O.S. kan indien nodig bijkomende gegevens opvragen.

Vervolgens maakt het regeringslid bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking een advies over aan de Minister van Financiën.

 
2.3. Beslissing

De Minister van Financiën en het regeringslid bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking beslissen gezamenlijk over de erkenning.

De beslissing wordt door de Minister van Financiën aan de aanvragende organisatie meegedeeld.

 
2.4. Vereenvoudigde procedure

Bovenstaande stappen moet helemaal doorlopen worden bij een eerste aanvraag tot erkenning, en bij een eerste hernieuwing van een erkenning.

Voor organisaties die reeds twee maal erkend werden, geldt een vereenvoudigde procedure. Meer hierover onder punt 5.

Voor die organisaties die een erkenning kregen als koepel, federatie, organisatie van de civiele maatschappij (OCM) of institutionele actor (IA) overeenkomstig artikel 26 van de wet van 19/03/2013 inzake ontwikkelingssamenwerking.

 
3. Criteria voor de erkenning als instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden

Om erkend te worden als instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden en dus de fiscale aftrek te kunnen verlenen, moet de organisatie aan een aantal algemene en een aantal bijzondere voorwaarden voldoen.

De algemene voorwaarden zijn de volgende (te lezen in artikel 63/18/1, §3 van het KB WIB) :

  • De organisaties moeten rechtspersoonlijkheid hebben en in België gevestigd zijn;
  • De organisaties mogen geen winst nastreven, noch voor zichzelf, nog voor hun organen of hun leden.

De Minister van Financiën oordeelt of de organisatie aan deze algemene voorwaarden beantwoordt.

Daarnaast moeten de organisaties ook voldoen aan bijzondere voorwaarden (te lezen in artikel 63/18/3, §1 van het KB WIB). Deze houden in dat de werkzaamheden van de aanvragende instellingen:

  1. uitgeoefend worden in een of meerdere lidstaten van de Europese Unie, Liechtenstein, Noorwegen en/of IJsland. De activiteiten kunnen ook bestaan uit het centraliseren of coördineren van plaatselijke of gewestelijke werkzaamheden, of werkzaamheden in een aantal van deze landen;
  2. rechtstreeks gericht zijn op hulpverlening aan ontwikkelingslanden;
  3. de activiteiten aanvullen die op  het gebied van ontwikkelingssamenwerking worden verricht door de Belgische overheid of door internationale instellingen waarvan België lid is.

De administratie voor O.S. onderzoekt of er aan de bijzondere voorwaarden voldaan is.

 
4. Bijzondere voorwaarden die betrekking hebben op aspecten van ontwikkelingssamenwerking

4.1. Kader en omschrijving van de bijzondere voorwaarden

Bij het onderzoeken van de aanvraag gaat de administratie voor O.S. na of de bijzondere voorwaarden vervuld zijn op de datum van indiening van de aanvraag om erkenning. Daarbij wordt het volgende nagegaan.

Eerste bijzondere voorwaarde: de instellingen zijn actief in een of meerdere lidstaten van de Europese Unie, Liechtenstein, Noorwegen en/of IJsland, waar de werkzaamheden uitgevoerd worden. De activiteiten kunnen ook betrekking hebben op het centraliseren en coördineren van plaatselijke of gewestelijke werkzaamheden of werkzaamheden in een aantal van deze landen.

Er wordt gecontroleerd in welke landen de organisatie actief is.

Tweede bijzondere voorwaarde: de werkzaamheden zijn rechtstreeks gericht op hulpverlening aan ontwikkelingslanden.

Als ontwikkelingslanden worden beschouwd: Als ontwikkelingsland wordt beschouwd, het land opgenomen op de lijst van ontwikkelingslanden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO-DAC).

Voor wat de hulpverleningsactiviteiten betreft, wordt verwacht dat deze de duurzame, menselijke ontwikkeling als algemene doelstelling hebben.

Dit wil zeggen dat er acties ondernomen worden die bijdragen tot een verbetering van de levensomstandigheden van de bevolking in de ontwikkelingslanden en tot hun sociaal-economische en sociaal-culturele ontwikkeling. Dit moet gepaard gaan met een versterking van de capaciteiten van lokale partners op alle niveaus.

Ook het sensibiliseren van de Belgische burger via informatie en educatie over de inzet, de problematiek en de verwezenlijking van de doelstellingen van de ontwikkelingssamenwerking en van de internationale betrekkingen komt in aanmerking als hulpverleningsactiviteit.

Ook humanitaire hulp aan de bevolking van ontwikkelingslanden of steun aan de rehabilitatie van ontwikkelingslanden na conflictsituaties of natuurrampen komt in aanmerking als hulpverlening.

De hulpverlening van de organisatie mag niet louter bestaan uit het verzamelen van fondsen voor andere nationale of internationale instellingen. De organisatie moet een eigen inhoudelijke bijdrage leveren.

Derde bijzondere voorwaarde: de werkzaamheden vullen de activiteiten aan die op  het gebied van ontwikkelingssamenwerking worden verricht door de Belgische overheid of door internationale instellingen waarvan België lid is.

Om de activiteiten op het gebied van ontwikkelingssamenwerking die worden verricht door de Belgische overheid of door internationale instellingen waarvan België lid is aan te vullen, voldoen de werkzaamheden van de organisatie aan de doelstellingen en basisprincipes zoals bepaald in hoofdstuk 2 en 3 van de Wet van 19 maart 2013 betreffende de Belgische Ontwikkelingssamenwerking.

 
4.2. Concrete controle van de bijzondere voorwaarden

Voor de invulling van de tweede en de derde bijzondere voorwaarde worden de volgende elementen nagegaan:

Algemeen

  • De hulpverlening van de organisatie draagt bij tot menselijke duurzame ontwikkeling in de ontwikkelingslanden, volgens de doelstelling van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.
  • Het sociaal doel vermeld in de statuten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad toont duidelijk de link met de activiteiten die gevoerd worden in ontwikkelingslanden.

Partnerschap

  • Activiteiten in ontwikkelingslanden worden uitgevoerd in samenwerking met lokale organisaties of instellingen. Deze partners krijgen inspraak in de uitwerking van de activiteiten, die afgestemd zijn op hun beleid, procedures en beheerssystemen.
  • De organisatie in België kan precieze, juiste contactgegevens leveren van de verantwoordelijke(n) van de partnerorganisatie in het ontwikkelingsland.

Landen

  • De organisatie ontplooit haar activiteiten
    • in België, en / of
    • in  die landen die opgenomen zijn op de lijst van ontwikkelingslanden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO-DAC).

Duur

  • De organisatie dient gedurende minstens één volledig jaar activiteiten van ontwikkelingssamenwerking te hebben verricht in België en/of  in ontwikkelingslanden.

Activiteiten

  • Er is een doelstelling geformuleerd voor de activiteiten (wat willen we bereiken?) en er is omschreven hoe men deze wenst te realiseren (wie doet wat en wanneer?), met aandacht voor de verdeling van de middelen. De gegevens moeten de mogelijkheid geven om ter plaatse de activiteiten na te gaan.
  • Er moet jaarlijks een beknopt rapport opgemaakt worden van de uitgevoerde activiteiten, dat toelaat te controleren of en hoe er bijgedragen wordt aan bovenvermelde  doelstelling en van de derde bijzondere voorwaarde.

 
4.3. Organisaties die al erkend zijn als federatie, koepel, NGO of actor van de niet-gouvernementele samenwerking

Organisaties die al een erkenning hebben gekregen als federatie, koepel, organisatie van de civiele maatschappij (OCM) of institutionele actor (IA), voldoen automatisch aan de bijzondere voorwaarden. De administratie voor O.S. zal haar onderzoek dan ook beperken tot deze vaststelling.

Indien deze organisaties reeds twee maal de erkenning als instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden kregen, volgen zij de vereenvoudigde procedure onder punt 5.

 
5. Vereenvoudigde procedure vanaf de 2de hernieuwing van erkenning

Voor organisaties die al twee keer erkend werden als instelling voor hulpverlening aan ontwikkelingslanden, kan de Minister van Financiën alleen beslissen over de aanvraag tot hernieuwing van erkenning (AR/CIR 92, artikel 63/18/2, derde lid).

 
6. Specifiek vereiste documenten

De organisatie die een aanvraag om erkenning of hernieuwing van erkenning indient bij de Minister van Financiën, dient erover te waken alle nuttige documenten voor zijn aanvraag bij te voegen bij zijn dossier.
 

Welke documenten moeten bij het dossier gevoegd worden?

Waarop letten?

De recentste statuten van de organisatie en de erkenning waarmee de organisatie wordt erkend als federatie, koepel, organisatie van de civiele maatschappij of institutionele actor.

De statuten tonen de link aan met ontwikkelingssamenwerking.

Het activiteitenrapport van het laatste afgesloten boekjaar

Het activiteitenrapport dient volledig, duidelijk en beknopt uit te leggen :

  • welke activiteiten de aanvragende instelling verricht heeft
  • welke interventies ze gerealiseerd heeft en steunt
  • welke ze in het vooruitzicht stelt, in België en in de ontwikkelingslanden

Het activiteitenrapport van de aanvragende instelling moet tevens duidelijk in verband te brengen zijn met haar rekeningen van ontvangsten en uitgaven.

Het rapport dient tevens gedateerd en ondertekend te worden, met de vermelding van de naam en de hoedanigheid, door een persoon die de instelling wettelijk kan verbinden.

Een bijkomend, apart document met daarin de specifieke activiteiten en bereikte resultaten op het vlak van ontwikkelingssamenwerking wordt op prijs gesteld.

Het verslag van de ontvangsten en de uitgaven van de organisatie

Het verslag moet een duidelijk onderscheid maken tussen de uitgaven die bestemd zijn :

  • voor activiteiten in ontwikkelingslanden;
  • voor ontwikkelingseducatie;
  • voor de activiteiten inzake sensibilisering;
  • voor de andere uitgaven van de instelling.

De aard van de interventie, het betrokken bedrag en de bestemming van de fondsen of goederen dient duidelijk te worden aangegeven.

De vermelding van een geldtransfer vanuit België naar het ontwikkelingsland op zich volstaat niet.

Een voor eensluidend verklaard afschrift van de rekening van de ontvangsten en uitgaven van het laatste afgesloten boekjaar en van de begroting van het lopende boekjaar.

Aanvragen die worden ingediend vanaf september van een lopend jaar moeten vergezeld zijn van een vooruitzicht van de activiteiten van het daaropvolgende jaar.

 

Een verbintenisverklaring overeenkomstig art. 63/18/1, §7, 2° KB WIB.

 

Dit is een verklaring waarbij de aanvragende instelling de volgende dingen belooft:

a) de organisatie zal niet meer dan 20% van haar budget besteden aan haar algemeen beheer. Van dat budget worden eerst de middelen afgetrokken die de organisatie eventueel krijgt van andere erkende instellingen;

b) de organisatie zal aan de schenkers een ontvangstbewijs uitreiken voor hun gift.

Binnen 2 maanden na afloop van elk kalenderjaar waarvoor de erkenning geldig is, bezorgt zij aan de administratie bevoegd voor de vestiging van de belastingen langs elektronische weg

  • een afschrift van de tijdens dat jaar uitgereikte ontvangstbewijzen en
  • een verzamelstaat of -attest daarvan.

Dit gebeurt op de manier die de Minister van Financiën bepaalt.

c) de organisatie laat de ambtenaren van de administratie bevoegd voor de vestiging van de belasting toe haar boekhouding te controleren telkens als zij dat nuttig achten;

d) de organisatie verstrekt alle inlichtingen die nuttig zijn voor het onderzoek van de aanvraag voor erkenning aan de administratie voor O.S. Dit gebeurt binnen de maand na het eerste verzoek hiertoe door de administratie voor O.S.

 

Belangrijk!

Als de documenten in het aanvraagdossier niet toelaten de gegevens onder punt 4 van dit document te verifiëren, kan de administratie voor O.S. de organisatie om meer informatie vragen.

Deze gegevens moeten opgestuurd worden naar: FOD Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking en Humanitaire Hulp,  Directie 3.3, Karmelietenstraat 15, 1000 Brussel.

De organisatie heeft zich ertoe verbonden om binnen de maand na het eerste verzoek alle nuttige inlichtingen te verschaffen (verklaring ondertekend overeenkomstig artikel 63/18/1, §7, 2°, d) KB WIB).

Als deze informatie niet of niet op tijd opgestuurd wordt, kan dit leiden tot een negatief advies van het regeringslid bevoegd voor ontwikkelingssamenwerking.

De organisatie kan te allen tijde een nieuwe aanvraag tot erkenning indienen bij de Minister van Financiën.

 

 Omzendbrief (PDF, 1.29 MB)