Fundamentele Vrijheden

Burgerrechten en politieke rechten: een kleine toelichting

Onder burgerrechten en politieke rechten worden van oudsher de rechten verstaan die een persoon beschermen tegen de overheid. De overheid heeft de verplichting zich niet in deze vrijheden in te mengen. Deze rechten zijn gewoonlijk onmiddellijk toepasbaar, dat betekent dat ze effectief gelden zonder dat er bijzondere uitvoeringsmaatregelen moeten worden getroffen. Vandaag wordt evenwel erkend dat ook positieve acties van de overheid nodig zijn om deze rechten te doen gelden. Bovendien is het ook zo dat de rechten van toepassing zijn op de betrekkingen tussen personen.

Historisch gezien zijn het de eerste mensenrechten die in de grondwetten van de westerse landen zijn erkend. Pas na de tweede wereldoorlog werden de rechten in internationale instrumenten erkend. Daarom worden ze soms ook als “mensenrechten van de eerste generatie” bestempeld.

Het kan gaan om louter politieke rechten, zoals het stemrecht. Ze waarborgen dat de personen kunnen deelnemen aan het openbaar bestuur van hun land. Maar het kan ook gaan om louter burgerrechten, bijvoorbeeld het recht om te huwen of op een nationaliteit. Deze rechten houden verband met de burgerlijke staat van een persoon. Verschillende rechten behoren evenwel tot beide categorieën:

De burgerrechten en politieke rechten omvatten onder andere :

  • de vrijheid van meningsuiting, van informatie en de persvrijheid
  • de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst
  • de vrijheid van vergadering en vereniging en van vreedzame bijeenkomst
  • het recht om te kiezen, zich verkiesbaar te stellen en toegelaten te worden tot de overheidsdiensten
  • het recht op een eerlijk proces
  • het verbod van slavernij
  • het recht op vrije beweging en veiligheid
  • het recht op privacy
  • het recht op eigendom
  • het recht op een nationaliteit
  • het recht om te huwen.

Internationale en regionale instrumenten

Wat de Verenigde Naties betreft, zijn de burgerrechten en politieke rechten ingeschreven in de Universele verklaring van de rechten van de mens van 1948. Sinds 1966 zijn deze rechten ook beschermd door het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten dat België in 1983 bekrachtigde. Dit verdrag bevat naast de klassieke burgerrechten en politieke rechten ook een algemeen recht op gelijkheid en het zelfbeschikkingsrecht der volkeren en een bepaling betreffende de bescherming van minderheden.

Op regionaal gebied stelde de Raad van Europa het Europese verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op. Dit verdrag bevat de burgerrechten, politieke rechten en de vrijheden die de lidstaten een ieder die ressorteert onder hun rechtsmacht, verzekeren. De normen van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten zijn hoogstaander dan die van het Europese mensenrechtenverdrag. Het toezicht op de naleving van het Internationaal verdrag wordt daarentegen waargenomen door een comité van experts dat geen bindende beslissingen kan nemen, terwijl op de naleving van het Europese verdrag onder andere wordt toegezien door het Europese Hof voor de rechten van de mens dat wel bindende beslissingen neemt.

Optreden van België en de Europese Unie

België hecht veel belang aan de naleving van de burgerrechten en politieke rechten in alle landen. Deze vrijheden waarborgen onder andere het democratische karakter van een staat. De eerbiediging van deze rechten hangt bovendien nauw samen met de eerbiediging van andere rechten van de mens. Alle deze rechten zijn onderling verbonden en ondeelbaar. België en de Europese Unie bespreken de eerbiediging van deze vrijheden bij contacten met derde landen en bepleiten hun bevordering en bescherming in internationale fora. België steunt bovendien de ontwikkeling van deze rechten in het kader van de verschillende VN-mechanismen inzake mensenrechten.

Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten
FR
EN

Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
FR
EN