Tenuitvoerlegging en eerbiediging

Tenuitvoerlegging van het internationaal humanitair recht (IHR)

De regels van het internationaal humanitair recht moeten op passende wijze worden bekendgemaakt onder degenen die ze moeten uitvoeren en, zo mogelijk, onder degenen op wie ze van toepassing zijn. Er moeten ook maatregelen worden genomen om stucturen op te zetten en de materiële en personele middelen in te zetten met het oog op de goede toepassing van de regels. Ook moet worden voorzien in maatregelen om schendingen van het IHR te voorkomen en, zo nodig, te bestraffen.

Deze tenuitvoerlegging is voornamelijk de taak van de Staten die gebonden zijn door het IHR. In België ressorteert de tenuitvoerlegging van het IHR onder een aantal federale departementen, met name Defensie, Justitie, Binnenlandse Zaken, Volksgezondheid maar ook Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking . De tenuitvoerlegging van het IHR gaat in bepaalde opzichten ook de Gewesten en Gemeenschappen aan.. Om de coördinatie ter zake te vergemakkelijken werd in 1987 een Interministeriële Commissie Humanitair Recht opgericht. Deze is samengesteld uit vertegenwoordigers van de voonoemde federale departementen en van de kanselarij van de Eerste Minister. Ook de Gewesten en Gemeenschappen alsmede sommige afdelingen van het Rode Kruis van België worden verzocht hun vertegenwoordigers te sturen.

Maar de Staten moeten het niet allemaal in hun eentje zien te klaren. De adviesdiensten van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRK) geven raad en verschaffen documentatie en publicatiemateriaal. Het ICRK organiseert eveneens periodieke ontmoetingen tussen de Nationale Commissies Humanitair Recht. Deze commissies kregen een elektronisch forum ter beschikking om informatie uit te wisselen en in discussie te treden. Het ICRK (mede)organiseert op geregelde tijdstippen seminaries en colloquia over de toepassing van het IHR, ook in de regio’s die worden geteisterd door gewapende conflicten. De Staten worden aangemoedigd om uitvoering te geven aan het IHR op grond van resoluties die werden genomen door VN-organen en andere internationale instellingen. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties buigt zich  bijvoorbeeld om de twee jaar over een agendapunt « Stand van de de Aanvullende Protocollen bij de Verdragen van Genève van 1949 inzake de bescherming van slachtoffers van gewapende conflicten ». In 2005 hechtte de Europese Unie haar goedkeuring aan “Richtlijnen inzake de bevordering van het internationaal humanitair recht”.

Eerbiediging van het internationaal humanitair recht

Om de eerbieding van het humanitair recht zeker te stellen, moeten eerst de maatregelen voor de tenuitvoerlegging ervan worden goedgekeurd. Het is natuurlijk zaak de regels van het IHR te doen naleven zodra ze van toepassing worden verklaard naar aanleiding van een gewapend conflict. Ook in dit geval rust de verantwoordelijkheid in de eerste plaats bij de Staten. Zij moeten erop toezien dat de betrokken partijen (leger, ordehandhavers, georganiseerde gewapende groeperingen enz.) of eender welke openbare macht de nodige discipline bewaren. Als dit ontoereikend blijkt te zijn, dan moeten er sancties worden genomen op grond van gerechtelijke procedures op nationaal niveau.
België heeft zich alvast toegerust met de nodige middelen om inbreuken op het IHR te vervolgen, zelfs in het kader van de universele jurisdictie, zodra daar voldoende gronden voor zijn. De internationale gemeenschap beschikt over alsmaar meer afdoende middelen om de tekortkomingen van de Staten op nationaal gerechtelijk niveau op te vangen. Het Internationaal Strafhof is daar het meest recente voorbeeld van, ook al moet er nog een lange weg worden afgelegd om het universele karakter van dit Hof te doen erkennen en zijn actie steviger te verankeren. De EU, met inbegrip van België, zet zich daar actief voor in.

De eerbiediging van het internationaal humanitair recht afdwingen

Het internationaal recht is uitgerust met een aantal internationale controle- dan wel bestraffingsmechanismen die een verschillende reikwijdte hebben. Het doel van deze mechanismen is uiteraard de desbetreffende regels van het internationaal recht te doen naleven dan wel af te dwingen.
De Verdragen van Genève van 1949 alsmede de Aanvullende Protocollen van 1977 bij deze Verdragen bevatten een bepaling die in geen ander verdrag is terug te vinden: de Staten verbinden zich ertoe dat ze de Verdragen niet alleen zullen naleven maar dat ze de naleving ervan ook zullen afdwingen. Deze bepaling geeft de Staten de mogelijkheid en verplicht hen zelfs uitdrukkelijk bij andere Staten tussenbeide te komen wanneer ze oordelen dat laatstgenoemde Staten hun verplichtingen inzake het internationaal humanitair recht niet zijn nagekomen. Soortgelijke bemoeienissen zijn uiteraard gebonden  aan een aantal regels. Voor een gewapende interventie moet de Veiligheidsraad van de VN het licht op groen zetten. Andere vormen van bemoeienis zijn maar efficiënt wanneer een groot aantal Staten, doorgaans onder auspiciën van de VN-Veiligheidsraad, hun krachten bundelen. Zo kunnen economische, politieke of consulaire (visums) sancties worden gehanteerd. Vooraleer dergelijke extreme maatregelen worden genomen, krijgt elke Staat apart of samen met andere Staten de gelegenheid om bepaalde diplomatieke demarches te doen en, in voorkomend geval, tegenmaatregelen te nemen. De betreffende Staat kan bijvoorbeeld zijn ambassadeur terugroepen, de diplomatieke betrekkingen verbreken enz. Of het aangewezen is dat ten aanzien van een Staat bepaalde maatregelen worden genomen, hangt af van de efficiëntie ervan. Als de Staat in kwestie bijvoorbeeld de diplomatieke betrekkingen verbreekt, kan dat de beëindiging betekenen van een dialoog die meer resultaat had kunnen opleveren. De bovengenoemde richtlijnen van de EU regelen het gezamenlijke optreden van de lidstaten ten behoeve van de eerbiediging van het IHR door de partijen die betrokken zijn bij gewapende conflicten. Sinds 2006 hadden meer dan 200 publieke interventies van de EU betrekking op de eerbiediging van het IHR wereldwijd.
Een ander mechanisme waarin de Verdragen van Genève van 1949 voorzien voor de eerbiediging van het IHR is dat van de “beschermende mogendheden”. Volgens dit mechanisme kunnen neutrale Staten de opdracht krijgen te waken over de belangen van de personen die door de Verdragen worden beschermd jegens de Partijen onder wiens gezag zij zich bevinden. Dit mechanisme werd evenwel nooit gehanteerd. Het ICRH kan evenwel in de plaats van dit mechanisme treden. Het ICRK is dus aanwezig bij alle gewapende conflicten wereldwijd, niet alleen als behoeder van het internationaal humanitair recht maar ook om de slachtoffers van deze conflicten bijstand en bescherming te verlenen.
Aanvullend Protocol I bij de Verdragen van Genève van 1949 voorzag in de oprichting van de Internationale Humanitaire Commissie voor feitenonderzoek  (IHFFC). Dit facultatief mechanisme dat door een zeventigtal Staten werd onderschreven, werd nooit gehanteerd in de gevallen waarvoor het oorspronkelijk bedoeld was. Toch helpt de Commissie het internationaal humanitair recht te promoten. Het is dan ook jammer dat de internationale gemeenschap dit instrument over het hoofd ziet. De IHFFC zou immers een nuttige bemiddelende rol kunnen vervullen alvorens strafmaatregelen op internationaal niveau moeten worden overwogen. Een Belgische gezaghebbende figuur op het gebied van IHR, Professor Eric David, zetelt in deze Commissie.
De internationale gemeenschap voert onder meer binnen de Verenigde Naties gesprekken over begrippen zoals beschermingsverantwoordelijkheid, bestrijding van de straffeloosheid, verdediging van de rechtsstaat. Hoewel deze debatten en de concretere gevolgen ervan verder reiken dan het humanitair recht, dragen ze eveneens bij tot de bevordering van de eerbieding van het IHR . De verdere ontwikkeling van het internationale strafrecht dat de strafbaarstelling beoogt van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden is daar een goed voorbeeld van.

Humanitaire bijstand, een andere vorm van eerbiediging van het IHR

Humanitaire bijstand, in de ruime zin van het woord, kan worden omschreven als de bijdrage die een overheids- of particuliere organisatie levert aan de hulpverlening aan de slachtoffers van een ramp. Het kan gaan om een ramp van natuurlijke oorsprong (een natuurramp, een grote overstroming …) of van menselijke oorsprong (een industrieel ongeluk, een gewapend conflict …).
Humanitaire bijstand is een complexe en delicate aangelegenheid die vaak besproken wordt binnen de internationale instellingen. De toegang tot de slachtoffers is daar maar één voorbeeld van. Samen met een aantal andere punten, is dit punt regelmatig aan de orde in internationale instellingen zoals de Economische en Sociale Raad, de Algemene Vergadering en de VN-Veiligheidsraad. Er werd al heel veel geschreven rond humanitaire bijstand, een onderwerp dat in grote lijnen elders op deze site wordt behandeld. Bijvoorbeeld :

  • het « Plan directeur de l’aide humanitaire belge »dat op 18 september 2006 werd goedgekeurd door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister van Ontwikkelingssamenwerking,
  • de Gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Europese Commissie (2008/C 25/01) – De Europese consensus betreffende humanitaire hulp, bekendgemaakt op 30 januari 2008,
  • de Beginselen en Goede Praktijken voor Humanitaire hulp, Stockholm, 17 juni 2003.

De regels van het  internationaal humanitair recht betreffende hulp aan de slachtoffers van gewapende conflicten vormen uiteraard het raamwerk voor het verlenen van humanitaire bijstand bij gewapende conflicten. Daarnaast gelden de humanitaire beginselen inzake menselijkheid, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid. De actie van de Internationale Beweging van het Rode Kruis is van bij de oprichting ervan ingegeven door deze beginselen. De andere actoren van de humanitaire hulpverlening hebben ingezien dat zij zelf ook deze beginselen moeten hanteren, willen ze geloofwaardig overkomen. Zij kunnen zich dus niet in alle gevallen beroepen op totale neutraliteit of daadwerkelijke onafhankelijkheid wanneer ze actie voeren op het terrein. De bijstand die ze verlenen is alleen onder bepaalde omstandigheden efficiënt en aanvaardbaar, maar moet te allen tijde onpartijdig zijn. In sommige gevallen is het ICRK evenwel de enige actor die door alle partijen als humanitaire hulpverlener wordt aanvaard.. Het ICRK geniet de actieve steun van België : het is een internationale partnerorganisatie van de Belgische ontwikkelingssamenwerking. Samen met 18 andere “grote donoren” maakt België ook deel uit van de « Donor Support Group » van het ICRK.

Specifieke links

Links op deze site 

Externe links