Preventie van genocide - Responsibility to Protect

Preventie van genocide en beschermingsverantwoordelijkheid : enkele begrippen

De grote moordpartijen die het einde van de XXe eeuw ontsierden (Cambodja, Rwanda,  ex-Joegoslavië enz.) hebben niet alleen aangetoond dat sommige Staten niet bij machte zijn hun elementaire verantwoordelijkheid te nemen maar ze zijn ook kenschetsend voor het collectief falen van de internationale instellingen en, met name, van het VN-systeem.

Het debat over een « humanitair inmengingsrecht » werd zo opnieuw op gang gebracht (bijv.: NAVO/Kosovo). Gezien de controversiële aard van dit begrip vroeg de toenmalige secretaris-generaal van de VN, de heer Kofi Annan, de Staten zich te buigen over de vraag of het aanvaardbaar is (en, zo ja, onder welke voorwaarden) dat de Staten tegen een andere Staat dwingende, meer bepaald militaire, maatregelen nemen ter bescherming van de bevolkingsgroepen van die Staat die in gevaar verkeren.

Uit dit beraad ontstond het nieuwe begrip “beschermingsverantwoordelijkheid” (of « R2P »). De VN hanteerden het begrip voor het eerst in de Slotverklaring van de Wereldtop van 2005.

De verantwoordelijkheid van de Staten houdt in dat ze hun bevolkingsgroepen beschermen tegen: 

  • genocide
  • oorlogsmisdaden
  • misdaden tegen de menselijkheid
  • ethnische schoonmaak

Dit begrip steunt op drie pijlers:

  • 1e   pijler : de verplichting van elke Staat zijn bevolking tegen deze daden te beschermen.
  • 2e pijler : de verplichting van de internationale gemeenschap de Staten te helpen deze verplichting na te komen.
  • 3e pijler: de verplichting van de internationale gemeenschap om te gelegener tijd een collectieve actie op touw te zetten, wanneer een Staat zijn beschermingsverplichting niet nakomt.

Dit houdt in dat de internationale gemeenschap slechts mag tussenbeide komen wanneer de betreffende Staat zijn beschermingsplicht ten aanzien van zijn bevolking niet kan of wil nakomen. De “beschermingsverantwoordelijkheid” komt voort uit een nieuwe kijk op het beginsel van de nationale soevereiniteit.  Dit houdt in dat de Staten weliswaar prerogatieven hebben, zoals de mogelijkheid om het niet-inmengingsbeginsel in interne aangelegenheden in te roepen, maar dat ze ook verantwoordelijkheden hebben.

Internationale instrumenten

Op het niveau van de VN werd het begrip « beschermingsverantwoordelijkheid » gedefinieerd in het kader van de Slotverklaring van de Wereldtop (§§ 138 en 139). Deze verklaring werd in 2005 door 150 Staten van de 191 goedgekeurd. Het begrip werd evenwel eerder al nader uitgediept in het zogenoemde rapport « Evans-Sahnoun » van de de Internationale Commissie inzake Interventie en de Soevereiniteit van de Staat. Naar aanleiding daarvan stelde de secretaris-generaal van de VN  de heer Edward Luck aan als bijzonder adviseur voor de beschermingsverantwoordelijkheid. Hij kreeg opdracht om een rapport over de tenuitvoerlegging van dit begrip op te stellen. In januari 2009 was de heer Luck klaar met zijn rapport. Het werd in juni 2009 in de Algemene Vergadering besproken en moet als basis dienen voor het uitstippelen en de tenuitvoerlegging van concrete acties ter zake.

Actie van België en van de Europese Unie

België verleende van meet af aan zijn steun aan het begrip « beschermingsverantwoordelijkheid », omdat het ten doel heeft de bevolkingsgroepen tegen de meest ernstige mensenrechtenschendingen te beschermen. Ons land is immers van mening dat dit begrip reeds vast verankerd is in de welomlijnde beginselen van het internationaal recht, zoals de verplichting om deze misdaden te voorkomen en te beteugelen. België hecht ook veel belang aan de drie pijlers van dit begrip, die op voet van gelijkheid staan. Deze zienswijze wordt gedeeld door de Europese Unie, die de ontwikkelingen ter zake binnen de VN steunt. De Europese Unie en haar lidstaten dringen nu aan de op de toepassing van het begrip. 

Slotverklaring van de Wereldtop van 2005 (VN) :
FR/nl/binaries/slotverklaring%20wereldtop%202005_tcm314-74743.pdf
EN

Rapport van de Internationale Commissie inzake Interventie en de Soevereiniteit van de Staat over de « beschermingsverantwoordelijkheid »:
FR  
EN

Toespraak van Z. E. de heer Jan Grauls, ambassadeur, Permanent Vertegenwoordiger, Algemene Vergadering, 63e zitting, «La mise en oeuvre de la responsabilité de protéger » New York, 23 juli 2009