Beheer van de internationale economie


Door zich open te stellen voor handel en internationale kapitaalstromen worden economieën onderling afhankelijk. De inspanningen die tot nog toe werden gedaan om de internationale economie te beheren, dateren van vóór de crisis van 2008 en de COVID-19-crisis, die alle landen hebben getroffen als gevolg van de mondialisering. Onder druk van de crisis worden de inspanningen voor economische integratie evenwel opgevoerd.

De gespecialiseerde instellingen die het meest direct betrokken zijn bij de inspanningen voor beheer van de internationale economie zijn:

  • het Internationaal Monetair Fonds (IMF);
  • de Wereldbankgroep;
  • de multilaterale (regionale) ontwikkelingsbanken;
  • de Wereldhandelsorganisatie (WTO); 
  • de Bank voor Internationale Betalingen;
  • de Organisatie voor Economische Ontwikkeling en Samenwerking;
  • de Raad voor Financiële Stabiliteit.

Meer informatie over de economische en financiële instellingen vindt u via de link.

Deze instellingen handelen binnen de grenzen van hun bevoegdheden, overeenkomstig de eigen besluitvormingsprocedures. De vereiste consensus tussen staten over de rol van al deze instellingen wordt vaak elders voorbereid, in de civiele samenleving of binnen andere internationale (Verenigde Naties) of regionale instellingen. De vertegenwoordigers van staten komen ook op geregelde tijdstippen bijeen op officiële ad-hocbijeenkomsten, om er overleg te plegen over een aantal economische en financiële vraagstukken van internationaal belang. Dat zijn de zogenoemde ‘G-bijeenkomsten’: de G7 en de G8, voor de ontwikkelde landen, de G24 voor de opkomende landen en de ontwikkelingslanden, en de G20 die bestaat uit maximaal 22 ontwikkelde landen, opkomende landen of ontwikkelingslanden.

De topbijeenkomsten van de G20 die tussen 2008 en 2011 plaatshadden, waren gericht op het vaststellen van gepaste maatregelen om een herhaling van de financiële crisis van 2008 te voorkomen, met name met een beter aangepaste financiële regelgeving en een nauwlettender toezicht op de operatoren. Voor de landen die er de middelen voor hebben, is het zaak:

  • relancebeleid te voeren;
  • financiële steun te bieden aan de landen die het nodig hebben;
  • de hulp aan de ontwikkelingslanden in stand te houden.

De volgende topbijeenkomsten van de G20 zullen gaan over de noodzakelijke maatregelen om de wereldeconomie aan te zwengelen na de COVID-19-crisis.