4 vragen over One Health

 

Gepubliceerd op 26 juni 2020

 
Twee mannen controleren varkens
© Shutterstock
 

De huidige pandemie toont overduidelijk aan dat de gezondheid van de mens niet losstaat van zijn leefomgeving. De “One Health”-benadering wint daardoor aan belang. Maar wat betekent dat precies?

 
1. Wat is One Health?

Het concept One Health – “één enkele gezondheid” – drukt uit dat de gezondheid van de mens onlosmakelijk verweven is met de gezondheid van dieren en van de leefomgevingen of ecosystemen. Zo blijkt dat 60% van de ziekteverwekkers bij de mens afkomstig zijn van dieren, zowel wild als gedomesticeerd. Zij veroorzaken dus “zoönosen”, infectieziektes van dierlijke oorsprong. Denk aan aids, sars, ebola, hondsdolheid… Ook covid-19 – de ziekte veroorzaakt door het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2 – is een zoönose.

Maar One Health kijkt in principe verder dan louter zoönosen. Zo houdt het ook rekening met de voordelen van natuur voor de gezondheid van mensen zoals het gunstig effect van groen op stadsbewoners. Het bestudeert tevens antibioticumresistentie bij micro-organismen. Door overmatig gebruik van antibiotica – bij de mens, maar vooral in de veeteelt – zijn sommige micro-organismen immers resistent geworden en dus moeilijk behandelbaar en gevaarlijk.

Kortom, One Health is een holistische bril die de gezondheid van de mens in samenhang ziet met alle mogelijke interacties met zijn leefomgeving. Door de invloed van die interacties te bestuderen, streeft One Health naar een optimale gezondheid van mens, dier en omgeving.

Dat is vanzelfsprekend een heel complexe materie die uitsluitend “transdisciplinair” aangepakt kan worden. Artsen, gezondheidswerkers, dierenartsen, landbouwkundigen, virologen, microbiologen, ecologen, natuurbeheerders, antropologen … maar ook beleidsmakers, allen dienen samen te werken om inzicht te kunnen krijgen in de ingewikkelde samenhangen tussen mens en leefomgeving.

Bij de definiëring van One Health zien we verschillende benaderingen. Sommige benaderingen waarschuwen vooral voor de gevaren van de natuur. Zij zetten voornamelijk in op de ontwikkeling van vaccins en willen “gevaarlijke” diersoorten (zoals muggen) uitroeien en de bewegingsvrijheid van dieren inperken. Deze benadering kan je ten dele “reactief” noemen: gevaren opsporen en/of beteugelen.

Een andere benadering ziet dieren of de natuur eerder als slachtoffer van het menselijke gedrag. Meer structurele factoren zoals internationale handel in exotische dieren, klimaatverandering, dicht bevolkte steden, het vele reizen, jacht op wilde dieren (“woudvlees”), intensieve veeteelt, fragmentering van natuurlijke landschappen en zo meer geven immers aanleiding tot een ongezonde interactie tussen mens en dier. Deze benadering wil dan ook de interactie tussen mens en dier/natuur weer evenwichtiger maken. Ze zet meer in op preventie.

 
2. Hoe is het concept ontstaan?

Het concept ontstond in het begin van de jaren 2000. In 2010 werd het op de internationale agenda geplaatst tijdens een overleg tussen de VN-organisatie voor Voedsel en Landbouw (FAO), de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en de Wereldorganisatie voor Dierengezondheid (OIE). Het besef groeide immers dat de gezondheid van de mens afhankelijk was van de kwaliteit van de leefomgeving (ook wel environmental health genoemd). Toen de VN-Conventie voor Biologische Diversiteit het concept mee omarmde, kreeg One Health meteen een “VN-status”.

 
3. Wat doet België?

De FOD Volksgezondheid neemt One Health als leidend principe in haar werking. Ook voor de Belgische onderzoeksinstelling voor gezondheid Sciensano vormt One Health het grote richtsnoer. Het kiest daarbij resoluut voor een zo breed mogelijke interpretatie, dus met inbegrip van zoveel mogelijk omgevingsaspecten.  

Daarnaast vindt het concept stilaan ingang bij onderzoeksinstellingen als het Instituut Tropische Geneeskunde (in zijn onderzoek maar ook in zijn master Tropische Dierengezondheid), de leerstoel Zorg & Natuurlijke Leefomgeving van de Universiteit Antwerpen en de master One Health van de Universiteit van Luik. Ook andere organisaties beginnen belangstelling te tonen voor One Health, zowel in de natuursector, de wetenschap, de gezondheidssector als bij de overheid.

Ook het Belgische biodiversiteitsplatform – dat met ondersteuning van BELSPO de Belgische inspanningen rond biodiversiteit ondersteunt – heeft One Health omarmd, onder meer via zijn werk rond Biodiversity & Health. Sinds 2011 initieert en faciliteert het activiteiten rond biodiversiteit & gezondheid. In november 2019 was het mede-initiatiefnemer voor de oprichting van het Belgisch One Health netwerk.

De Belgische Ontwikkelingssamenwerking integreerde het concept in zijn nota over de sociaal-economische gevolgen van covid-19.

 
Een man en vrouw wandelen in een bos
Een wandeling in een bos kan enorm helend zijn, maar je kan er ook in aanraking komen met potentiële ziektedragers zoals teken (© iStock)
 

 
4. Kan One Health een nieuwe pandemie voorkomen?

Niet meteen. Maar het is hoe dan ook essentieel dat de gezondheid van de mens niet los gezien wordt van die van zijn leefomgeving. Deze materie is echter uiterst complex en vergt nog veel onderzoek. Het is evenmin evident om bepaalde factoren van menselijk gedrag, zoals hoger aangehaald, in een vingerknip ongedaan te maken: verstedelijking, internationale handel in dieren, fragmentatie van landschappen…

Er bestaan geen eenvoudige oplossingen. Zo kan je One Health niet gelijk stellen aan “zorgen voor meer natuur”. De vergroening (“renaturing”) van de stad bijvoorbeeld is uitermate belangrijk, al was het maar om het “hitte-eilandeffect” tegen te gaan, en meer water in de bodem te laten doorsijpelen. Uit een bevraging van de leerstoel Zorg & Natuurlijke Leefomgeving bleek dat mensen tijdens de recente lockdown echt nood hadden aan groen: hun gezondheid en gemoedsgesteldheid varen er wel bij. Anderzijds kan je in die natuur ook botsen op potentiële ziektedragers zoals teken die de ziekte van Lyme overdragen. Het komt er dus op aan zo verstandig mogelijk om te gaan met dieren en natuur in het algemeen.

One Health zal dus niet onmiddellijk nieuwe pandemieën kunnen voorkomen, daarvoor staat het nog te veel in de kinderschoenen. Maar deze holistische kijk op gezondheid zal ons wel enorm veel bijleren en ons zo beter wapenen tegen nieuwe ziektes. In feite is One Health van essentieel belang om het hoofd te kunnen bieden aan de gezondheidsvraagstukken van de 21ste eeuw. Onderzoek, praktijk en beleid moeten daarbij samengaan. Alleen zo kunnen de nieuwe inzichten ook leiden tot de nodige beleidsmaatregelen en een aangepast gedrag.

Lees ook Corona en consoorten: vanwaar komen ze?

 
Met dank aan Hans Keune, expert Biodiversity & Health van het Belgische biodiversiteitsplatform en co-coördinator van het Belgisch One Health-netwerk, voor de input.