Vast op Kaapverdië: een avontuur met glans

 

Gepubliceerd op 3 juni 2020
 

Toon Nicolai en Hilde Verlinden op stap in Santo Antão
Toon Nicolai en Hilde Verlinden op stap in Santo Antão

 
Op 11 maart vertrok Toon Nicolai met echtgenote Hilde Verlinden naar São Vicente, een van de Kaapverdische eilanden. Wat een verblijf van 3 weken moest worden, is door de coronacrisis uitgelopen tot 8 weken. Hij vertelt het verhaal van zijn verblijf en de repatriëring naar België.

Op 11 maart vlogen we met TAP Portugal naar het Kaapverdische eiland São Vicente voor een vakantie van 3 weken. De coronacrisis was nog "een ver-van-mijn-bed-gevoel". We reisden op eigen ritme zonder reisorganisatie.

Het uiteindelijke doel van onze reis was het eiland Santo Antão, dat vlak naast São Vicente gelegen is. Na een boottocht kwamen we er op 13 maart aan in het dorpje Paul. We verbleven er 3 nachten in het kleine hotel Black Mamba. Daarna trokken we naar een pension in de bergen.

 
Lockdown in België

Op 17 en 18 maart sijpelden er berichten binnen over de verspreiding van het coronavirus en de lockdown in België. Verschillende gasten zijn toen in paniek vertrokken. Ze probeerden ook hun geannuleerde vluchten om te boeken.

Wij zagen nog geen probleem. Ons retourticket was immers nog geldig voor 1 april. We zetten dus onze reis verder naar de stad Ribeira Grande. Daar - en bij uitbreiding gedurende gans ons verblijf - volgende we het nieuws - thuis en wereldwijd - vanop afstand: via nieuws online, WhatsApp met vrienden en familie en gesprekken met de locals.

 
Vlucht geannuleerd

"So far so good !" Maar op 20 maart meldde TAP Portugal ons dat de vlucht van 1 april geannuleerd werd. Toch maakten we ons geen zorgen. Er waren immers nog genoeg mogelijkheden om terug thuis te raken.

Geleidelijk echter begonnen alle hotels en pensions te sluiten en nam ook de overheid op Antão veiligheidsmaatregelen. Met veel moeite vonden we in Ponta Do Sol nog een kamer voor 2 nachten.

Later vernamen we dat een aantal Franse en Belgische toeristen toen de boot genomen hebben naar Mindelo op het eiland São Vicente. Santo Antão heeft immers geen vliegveld. Daar huurden ze met zijn zessen een appartement tot ze een vlucht konden nemen naar Parijs. Andere toeristen vlogen van Sao Vicente naar Sal in de hoop om daar een ticket te vinden voor een vlucht naar Luxemburg.
 

Toon Nicolai, Hilde Verlinden en hoteluitbaatster Liana
Goeie ambiance in Black Mamba! Links hoteluitbaatster Liana

 
Welkom in Black Mamba

Wij wisten daar echter niets van en bleven op Antão. Omdat we op 24 maart nergens nog een kamer vonden, belden we naar het eerste hotel Black Mamba. En we waren nog altijd welkom! Omdat we het een zo paradijselijke plek vonden, besloten we daar in alle rust op een vlucht te wachten. Liever daar dan in de drukke en chaotische stad Mindelo.

Intussen hadden we ons al wel ingeschreven op Travelers Online. Zo wist de ambassade in Dakar waar we zaten. Op 24 maart ontvingen we een bericht van hen dat er op 25 maart een vlucht vertrok vanuit Sal naar Luxemburg. Ook op 27en 28 maart waren er vluchten naar Europa, maar dan wel vanaf voor ons onbereikbare eilanden.

Goed nieuws voor andere gestrande Belgen, maar niet voor ons. Er voeren immers geen boten meer naar Mindelo. En dan moesten we nog een binnenlandse vlucht zien te boeken naar Sal. Mission impossible!

 
Heel het dorp kende ons

We wisten nu zeker dat we vast zaten op ons heel mooie eiland. Maar geen stress! De ambassade had al onze gegevens en we hadden laten weten dat we terug wilden, maar dat we het niet erg vonden om langere tijd op Antão te blijven. Ze hoefden zich niet ongerust te maken over ons.

Vanaf dat moment moesten we ”de knop omdraaien" en wachten op een vlucht naar huis. Maar we hadden het geluk met ons. De eigenares van Black Mamba, Liana, een Italiaanse vrouw, ontving ons als een deel van de familie. We waren trouwens haar enige gasten. Geleidelijk werden we zelfs heel close. Ik gaf haar elke dag Franse les en Hilde schilderde portretten van de locals.

Heel het dorp kende ons ... en de zeldzame politiecontroles verliepen in een gemoedelijke sfeer. We hebben ons er steeds heel veilig gevoeld. Veel mensen zaten zonder werk - er waren geen toeristen meer - maar ze bleven altijd supervriendelijk.

Positief punt. De ambassade stuurde ons de namen van 3 andere Belgen. Zo konden we onderling nieuws uitwisselen. We hadden de indruk dat de ambassade echt met ons lot begaan was. De enkele Belgen op Kaapverdië waren wel niet de absolute prioriteit maar we hadden er vertrouwen in dat alles goed zou komen.
 

Hilde Verlinden en hoteluitbaatster Liana
Het onontkoombare afscheid

 
Emotioneel afscheid

En zo verliepen de dagen, de weken. We waren tevreden en genoten van de rust en de natuur. Intussen vernamen we via andere buitenlanders dat er op 5 mei mogelijk een vlucht zou zijn van São Vicente naar Luxemburg. Ze hadden dat vernomen via hun eigen ambassades, met name Luxemburg, Frankrijk en Tsjechië.

Op 28 april kregen we zelf het officiële nieuws van de Belgische ambassade dat deze vlucht zou doorgaan. We hebben ons dan ook onmiddellijk ingeschreven. Alleen hadden we een “laissez-passer” nodig om van het eiland te raken. Daar moesten we zelf voor zorgen. Een aanbevelingsbrief per mail van de Belgische ambassadeur in Dakar moest ons helpen om de nodige documenten te bekomen bij de lokale autoriteiten.

Op 29 april volgde een 5 uur durende zoektocht naar alle nodige documenten: Kafka x 10!! Maar het lukte. Op 4 mei zou de boot vertrekken. Het werd een emotioneel afscheid. Hilde liet 2 van haar geschilderde portretten inlijsten en schonk er een aan onze top host Liana en een aan de hulp Yanina. Bij het vertrek stonden de hele familie en de vrienden ons uit te wuiven. Liana heeft ons zelfs persoonlijk met de wagen - 1 uur rijden - tot aan de boot gebracht.
 

Vrachtwagens op een boot
Boottocht met bananen naar São Vicente

 
Vlucht naar Luxemburg

En zo voeren we tussen de bananen en de geiten naar São Vicente, een eiland met vliegveld. Op de boot werden we vergezeld door 6 of 7 Europeanen. Geen mondmaskers nodig! Uiteindelijk hebben we de volgende dag in Mindelo het vliegtuig kunnen nemen.

Op de luchthaven droeg bijna iedereen mondmaskers. Ook op het vliegtuig kregen we maskers die om de 3 uur vervangen werden. Onze maaltijd was voorverpakt in een papieren zak. We zaten wel dicht op mekaar. In feite was dat het enige moment van onbehagen dat we op onze reis gekend hebben.

Omstreeks 23 uur zijn we in Luxemburg geland. Daar stonden de Belgische ambassadeur en een medewerker ons op te wachten met de nodige info omtrent hotels en treinen. Ook hier kregen we enkele mondmaskers mee.

Verder verliep alles prima, ook in het hotel. Maskers waren daar wel verplicht. 's Morgens namen we een vrijwel lege trein via Arlon en Brussel naar Antwerpen.
 

Portretten
Mooie herinneringen aan Santo Antão

 
Vlot contact met ambassade

We kijken heel emotioneel op ons avontuur terug. Op Antão hebben we veel geluk gehad, in feite hadden we er weinig last van de noodtoestand! Het contact met de ambassade verliep vlot. We verkozen het goedkopere mailen boven bellen, WhatsApp bleek niet mogelijk. We wisten wanneer er een vliegtuig zou komen en wat we daarvoor moesten doen. De info was to the point, al kwam het nieuws soms vroeger bij ons via anderen.

Natuurlijk was het even wennen om in België toe te komen in lockdown. Ook thuis konden we onze kinderen, kleinkinderen en vrienden enkel op afstand zien. Maar dat onze reis 5 weken langer heeft geduurd dan voorzien, heeft haar alleen maar extra glans meegegeven!