Betere sociale bescherming in Senegal en Burkina Faso


Gepubliceerd op 26 november 2021
 

Algemene Vergadering van de ‘nationale mutualiteit voor ambachtslui’ in Dakar.
Algemene Vergadering van de ‘nationale mutualiteit voor ambachtslui’ in Dakar.
© ILO


Minister van ontwikkelingssamenwerking Meryame Kitir bezocht in oktober 2021 de ‘nationale mutualiteit voor ambachtslui’ in Dakar (Senegal). Deze mutualiteit werd onlangs gelanceerd in het kader van een ILO-programma dat met Belgische steun de sociale bescherming in Senegal en Burkina Faso wil verbeteren.

Sociale bescherming vormt een absolute prioriteit voor minister Kitir. Al te veel mensen moeten zien te overleven met een informele job en hebben niet de minste sociale voorziening. Denk aan straatventers, schoonmaakpersoneel, bewakers, personeel in restaurants, taxichauffeurs, ambachtslui zoals metaal- of houtbewerkers en zo meer. Bij de minste tegenslag – ziekte, werkongeval, werkloosheid… - valt hun inkomen volledig weg. Ze bouwen geen pensioen op en hebben geen ziekteverzekering. Kortom, informele werkers zijn uiterst kwetsbaar voor extreme armoede.

Toch werkt ruim 60% van de beroepsbevolking wereldwijd in de informele sector. In Senegal heeft slechts 20% van de bevolking een of andere vorm van sociale bescherming, in Burkina Faso is dat maar 7,5%.

 

Capaciteit versterken en sociale dialoog

Zowel Senegal als Burkina Faso werken nochtans aan een beleid dat sociale bescherming van informele werkers moet mogelijk maken. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) ondersteunt beide landen daarbij. België financiert de ILO met 2 miljoen euro om er inclusieve en duurzame systemen van sociale bescherming op te zetten, met focus op een ziekteverzekering voor informele werkers.

Het project wil vooral de capaciteit versterken, niet alleen van de nationale en lokale overheden, maar ook van sociale partners en spelers in de sociale en solidaire economie. De sociale dialoog tussen alle betrokken partijen staat centraal opdat de sociale bescherming aan ieders noden zou voldoen. Veel aandacht gaat ook naar bewustmakingscampagnes.

Het is de bedoeling dat Senegal en Burkina Faso van elkaar leren en dat de opgedane ervaringen gedeeld worden met andere West-Afrikaanse landen. Er wordt ook nauw samengewerkt met  gelijkaardige projecten gefinancierd door de EU en Frankrijk.

COVID-19 maakt de toestand alleen maar urgenter. De covidpandemie is een typisch voorbeeld van een grote externe schok waar informele werkers geen enkel verweer tegen hebben. 

Minister Kitir heeft ook 50 miljoen euro uitgetrokken om de sociale bescherming in de regio van de Grote Meren (Centraal-Afrika) op te krikken.
 

De Senegalese minister van Werk schenkt een artisanale tas in slangenleer aan minister Kitir, als dank voor de steun aan het ILO-programma.
De Senegalese minister van Werk schenkt een artisanale tas in slangenleer
aan minister Kitir, als dank voor de steun aan het ILO-programma.
© ILO

 

Welkomstbanner voor minister Kitir.
Welkomstbanner voor minister Kitir.
© ILO