Klimaat en veiligheid, een topprioriteit voor België

 

Gepubliceerd op 23 juni 2020
 

Soldaten in een woestijn
© Shutterstock
 

De klimaatverstoring speelt onmiskenbaar een rol in tal van conflictsituaties. Daarom wil België dat de Verenigde Naties bij hun veiligheidsacties steeds rekening houden met de potentiële impact van een veranderend klimaat.

De verstoring van het klimaat valt niet meer te ontkennen. Wereldwijd komt steeds meer extreem weer voor, van langdurige droogte tot hevige regenval die tot overstromingen kan leiden. Maar ook felle orkanen, hittegolven, de onrustwekkende stijging van de zeespiegel, verwoestende bosbranden… Verschillende “watertorens” - zoals in de Himalaya in Tibet en in de Andes - voorzien honderden miljoenen mensen van water, maar verliezen geleidelijk hun voorraad aan ijs.

Het spreekt vanzelf dat deze fenomenen extra druk zetten op de water- en voedselvoorziening. En dat zeker in gebieden waar de water- en voedselzekerheid al gebrekkig is, zoals het Midden-Oosten, Afrika en Zuidoost-Azië. Waar tekorten ontstaan van levensnoodzakelijke voorzieningen, kunnen bevolkingsgroepen met elkaar in competitie en conflict geraken. Of het vertrouwen verliezen in de werking van hun soms al zwakke overheid.

 
Vermenigvuldiger van risico

Het wordt nu algemeen aanvaard dat zelfs indien klimaat- en milieufactoren meestal niet op zichzelf rechtstreeks aanleiding geven tot conflicten, zij wel het risico sterk kunnen vergroten. Klimaat speelt dus een rol als “vermenigvuldiger van risico op conflict”.

Een veel geciteerd voorbeeld is de oorlog in Syrië die in 2011 ontbrandde. Die werd immers voorafgegaan door een ernstige droogte van 2007 tot 2010. Miljoenen boeren en veehoeders trokken naar steden als Damascus en Aleppo. Dat droeg meer dan waarschijnlijk bij tot een voedingsbodem voor politieke onrust.

Irak wordt eveneens regelmatig door droogte geteisterd, een fenomeen waar de terroristengroep Islamitische Staat (ISIS) van profiteerde. Ze rekruteerde namelijk op de markten de meest wanhopige boeren met beloftes van voedsel en geld.

Ook spanningen tussen (sedentaire) boeren en (nomadische) veehoeders kunnen aangewakkerd worden door een ontregeld klimaat, onder meer in Mali. Door de verdroging moesten rondtrekkende Fulani-herders met hun vee naar zuidelijker streken afzakken. Daar kwamen ze in conflict met Dogon- en Bambara-boeren. Ook daar spinde een terroristengroep, gelinkt aan Al Qaida, garen bij.

 
Op elk continent

Op elk continent kan je tal van voorbeelden vinden waarbij de klimaatverstoring (het risico op) conflicten kan versterken. Zo is de massale exodus uit landen als El Salvador, Guatemala en Honduras niet louter een gevolg van falende economieën en corrupte regeringen. Ook een aanhoudend voedseltekort, mee veroorzaakt door droogte, zet er aan tot politieke onrust en massamigratie.

Het smeltende Noordpoolijs biedt economische opportuniteiten: goedkopere vaarroutes, nieuwe visserijgebieden, ecotoerisme en massale gas- en oliereserves. Maar meteen rijst een potentieel conflict tussen die landen die daarop aanspraak menen te maken.

 
Poolijs
Het smeltend noordpoolijs biedt opportuniteiten, maar ook aanleidingen tot conflict
(© Shutterstock)

 
Belgische prioriteit

De klimaatverstoring heeft dus een onmiskenbare impact op de veiligheid, en die impact neemt alleen maar toe. Daarom wil België dat de Verenigde Naties (VN) systematisch het klimaat in rekening brengen bij al hun acties rond veiligheid. Ons land verkiest immers conflicten te voorkomen, eerder dan ze te beheren. Het zet dan ook sterk in op preventie. Als niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad - de primaire verantwoordelijke voor vrede en veiligheid in de wereld - legt ons land daar nog extra de nadruk op. Het trad daarom toe tot de Vriendengroep voor Klimaat en Veiligheid.

België ziet er tevens op toe dat het mandaat van VN-vredesmissies in onder andere Mali, Somalië en de Centraal-Afrikaanse Republiek terdege rekening houden met de mogelijke grillen van het klimaat. Ook in het mandaat voor MONUSCO - de VN-vredesmissie voor DR Congo - gaat er dankzij Belgische inspanningen aandacht naar de ecologische fragiliteit van het land. Extreem weer kan immers gemakkelijk de delicate verbeterde verstandhouding tussen bevolkingsgroepen opnieuw ontwrichten. Vredesmissies moeten ook kunnen meehelpen om rampen te voorkomen. Bemiddeling of vredesopbouw hebben pas zin als de volledige draagwijdte van een conflict en de onderliggende oorzaken ervan begrepen worden.

Ons land meent ook dat de uitgebreide informatie die de VN-agentschappen vergaren, het werk in de VN-Veiligheidsraad mee moet sturen. Dat kan via een nog op te richten “Clearing House”: een dienst die informatie van VN-agentschappen als UNEP (milieu) en FAO (voedsel en landbouw) verwerkt tot nuttige input voor de VN-veiligheidsraad. Vandaag bestaat er weliswaar al een cel “Climate and Security Mechanism”, maar de capaciteit ervan is te klein. België financiert er overigens een positie voor een jonge professional. Daarnaast ijvert ons land er voor dat de VN-secretaris-generaal om de twee jaar een globaal rapport over Klimaat & Veiligheid presenteert aan de VN-Veiligheidsraad.

België wil ook bijdragen tot bewustwording rond het probleem. Het organiseert daartoe debatten en reflectiemomenten. Zo vond in 2019 een seminarie plaats over de mogelijke gevolgen van “geo-engineering”: grootschalige interventies om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Zo zou men zonlicht kunnen tegenhouden door bleke wolken te creëren met fijn verneveld zeewater of kunnen zonnestralen weerkaatst worden door aerosolen - zwevende vaste en vloeibare deeltjes - in de buitenste laag van de dampkring te spuiten. De mens gaat zich als het ware als “weergod” gedragen.

Maar deze controversiële technieken kunnen wereldwijd ongewenste effecten hebben. Zo kunnen ze de neerslag verminderen in sommige landen, wat aanleiding kan geven tot conflicten. Sommige landen investeren nu al in geo-engineering. Het spreekt voor zich dat armere landen daar geen middelen voor hebben en dat zij zonder faire, globale regulering in de kou blijven staan. De EU wil die technieken alvast niet gebruiken zolang de risico’s onduidelijk zijn.

 
Belgische Ontwikkelingssamenwerking

Ook de Belgische Ontwikkelingssamenwerking voelt de impact van “klimaat & veiligheid”. Het gros van haar partnerlanden behoort immers tot de “Minst Ontwikkelde Landen”. Deze veelal “fragiele” landen zijn - als staat of als gemeenschap - nauwelijks in staat het hoofd te bieden aan nieuwe dreigingen zoals de klimaatverstoring.

Daarom kunnen extreme weergebeurtenissen zoals orkanen, droogte en overstromingen, makkelijk de broze veiligheidssituatie in dergelijke landen ontwrichten. Overigens is de Belgische Ontwikkelingssamenwerking vandaag al actief in conflictgebieden zoals de Sahel en de regio van de Grote Meren in Centraal-Afrika. Kortom, “klimaat & veiligheid” kan de doeltreffendheid van ontwikkelingsprojecten ernstig ondergraven.

Daarom wil België een onderzoeksplatform oprichten rond dit thema. Het platform moet onder meer uitspitten in welke mate de klimaatverstoring de veiligheid in de partnerlanden beïnvloedt. Het moet ook ideeën aanreiken over hoe fragiele landen zich beter kunnen wapenen tegen dergelijke klimaat- en veiligheidsrisico’s, en over hoe België zijn ontwikkelingsprogramma’s minder gevoelig kan maken voor de klimaatimpact op veiligheid.