Het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB)

 

Het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB)

België is altijd gewonnen geweest voor een Europa dat niet alleen ijvert voor zijn economische en commerciële belangen, maar ook voor meer stabiliteit in de wereld. België vindt dat het buitenlands- en veiligheidsbeleid van Europa een samenhangend beleid moet zijn, waarmee het een positieve invloed kan uitoefenen op het internationale toneel. Dit engagement kan op verschillende manieren tot uiting komen, zoals door economische ontwikkeling, humanitaire hulp, politieke samenwerking, culturele samenwerking, rechten van de mens en democratie. Dit engagement moet echter ook tot uiting komen op het vlak van veiligheid, door concrete acties met betrekking tot conflictpreventie, snelle reactie op natuurrampen, crisisbeheer, vredesherstel en vredeshandhaving.


Het GBVB - beknopt overzicht

Het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB), dat zijn oorsprong vindt in het Verdrag van Maastricht, is de voortzetting van de Europese politieke samenwerking (EPS) die in de jaren 70 werd ingesteld door de lidstaten van de Europese Economische Gemeenschap.

Het GBVB werd kracht bijgezet door de Verdragen van Amsterdam en Nice. Daarnaast werd het GBVB aangevuld met een Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB), dat noodzakelijk was om de Europese Unie als geloofwaardig politiek actor en volwaardig partner inzake veiligheid meer geloofwaardigheid te geven op het internationale toneel.
Sinds 2000 kenden het GBVB en het EVDB een opmerkelijk verloop. Getuige daarvan zijn het groot aantal initiatieven en acties in verschillende crisis- en conflictsituaties, de goedkeuring van politieke beleidslijnen met een alsmaar groter wordende operationele dimensie, de uitbreiding van een autonoom sanctiebeleid, het uitwerken van collectieve benaderingen en actieplannen jegens derde landen, de verankering van de samenwerking in internationale instellingen zoals de Verenigde Naties, het uitstippelen van gemeenschappelijke strategieën op het gebied van de strijd tegen het terrorisme, kleine wapens en massavernietigingswapens alsmede de steun voor gedetailleerde richtsnoeren op gebieden die verband houden met het bevorderen en het verdedigen van de rechten van de mens.

De Europese Veiligheidsstrategie, die de grote krijtlijnen op beleids- en veiligheidsgebied van de EU en haar lidstaten uittekent, vormt een mijlpaal in deze evolutie. Met betrekking tot het EVDB waren de operaties Artemis in de DRC en Proxima in de FYROM een test voor de instrumenten en de capaciteit op het stuk van crisisbeheer en hebben ze hun verdere bijsturing mogelijk gemaakt. Sindsdien zijn de Europese militaire operaties en civiele en politiemissies elkaar opgevolgd in Afrika, de Balkanlanden, het Midden-Oosten, Azië en Oost-Europa.

De Europese grondwet had ten doel de doeltreffendheid van de instellingen van de Unie te vergroten en hun werking in democratisch opzicht verder uit te diepen. Door het vastlopen van het ratificatieproces ingevolge het Franse en Nederlandse "neen", kreeg een Intergouvernementele Conferentie het mandaat om de bestaande verdragen te wijzigen en te amenderen.

In oktober 2007 slaagden de XXVII erin overeenstemming te bereiken over een compromis en het Verdrag van Lissabon te ondertekenen. In het Verdrag van Lissabon kon een groot deel van de bepalingen van de Grondwet bewaard blijven, in het bijzonder inzake het GBVB en het EVDB : de Voorzitter van de Europese Raad, de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, de Europese dienst voor extern optreden, de institutionele versterking van het GBVB en het EVDB (voortaan GVDB - Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid) en de verbetering van de samenwerking op het gebied van Defensie.

Het Verdrag van Lissabon is op 1 december 2009 in werking getreden. Het geeft de EU moderne instellingen en de best mogelijke werkmethoden om de uitdagingen van de wereld van vandaag efficiënt en resultaatgericht aan te gaan en een krachtiger stem in zijn betrekkingen met partners in de rest van de wereld. Het geeft Europa meer economische, humanitaire, politieke en diplomatieke kracht om zijn belangen en waarden overal in de wereld te beschermen, zonder dat de specifieke belangen van de lidstaten in de externe betrekkingen in het gedrang komen.


De instrumenten van het buitenlandsbeleid zijn gebundeld, zowel bij de uitwerking als bij de vaststelling van nieuw beleid:

• Met de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, tevens Vicevoorzitter van de Commissie, krijgt de EU naar buiten toe meer gewicht, samenhang en zichtbaarheid. Deze functie is sinds 1 december 2009 door Mevr. Catherine Ashton bekleed.

• De Hoge Vertegenwoordiger wordt ondersteund door de Europese Dienst voor extern optreden.

• De EU krijgt één enkele rechtspersoonlijkheid waardoor haar onderhandelingspositie sterker is. Bovendien kan zij zo op het wereldtoneel doeltreffender optreden en een meer zichtbare partner zijn voor niet-EU-landen en internationale organisaties.

• De Voorzitter van de Europese Raad zorgt op zijn niveau en in zijn hoedanigheid voor de externe vertegenwoordiging van de Unie in aangelegenheden die onder het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid vallen, onverminderd de aan de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid toegedeelde bevoegdheden.


Instellingen en organen van het GBVB

- De Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid

Hij moet ervoor zorgen dat het GBVB aan doeltreffendheid en zichtbaarheid wint. Hij geeft coherentie aan de verschillende vormen die het extern optreden van de Europese Unie aanneemt en geeft meer eenheid aan het extern optreden van Europa op het internationale toneel. De Hoge Vertegenwoordiger wordt door de Europese Raad benoemd en door het Europees Parlement gemachtigd. Hij is ondervoorzitter van de Europese Commissie en voorzitter van de Raad voor buitenlandse zaken van de Raad van Ministers. Hij vertegenwoordigt de Europese Unie buiten Europa en leidt een Europese diplomatieke dienst genaamd Europese dienst voor extern optreden.

- Het Politiek en Veiligheidscomité (PVC)

Het PVC is het centraal orgaan van het GBVB en het GVDB (ex-EVDB) dat de vinger aan de pols houdt van de actualiteit. Het draagt bij tot het bepalen van het beleid door adviezen uit te brengen ten behoeve van de Raad. Samen met de Hoge Vertegenwoordiger, ziet het PVC toe op de tenuitvoerlegging van het in de EU overeengekomen beleid en oefent politieke controle uit op crisisbeheersingsoperaties in het kader van het GVDB. Het neemt ook de strategische leiding hiervan op zich.

- De Europese Correspondenten

Zij zijn contactpunten tussen de hoofdsteden en fungeren als bemiddelaars bij het bepalen van gemeenschappelijke standpunten over vraagstukken met betrekking tot het GBVB. Zij vormen ook de link tussen hun Administratie en het PVC, het DG RELEX en de werkgroepen die zich binnen de Europese Unie over dezelfde dossiers buigen.

- De Groep Raden buitenlandse betrekkingen RELEX

De groep is belast met de voorbereiding van de juridische, institutionele en budgettaire aspecten van besluiten, gemeenschappelijke standpunten en gemeenschappelijke acties op het gebied van het GBVB/GVDB.

- De Werkgroepen van het GBVB

Deze werkgroepen hebben een geografische of thematische bevoegdheid. Ze zijn samengesteld uit de directeurs en/of deskundigen uit de hoofdsteden of uit de permanente vertegenwoordigingen van de lidstaten bij de EU. Ze verzorgen de rapportage over en de voorbereiding van adviezen en voorstellen voor het PVC met betrekking tot alle punten die er in verband met het GBVB worden behandeld.

- Het transmissienetwerk voor de Europese correspondentie (COREU)

Dit is een versleuteld transmissienetwerk dat de schakel vormt tussen de Ministeries van Buitenlandse Zaken van de lidstaten, de Commissie en het Secretariaat-generaal van de Raad. Dit netwerk maakt het mogelijk informatie over het GBVB te verspreiden, besluiten in verband met het GBVB en de conclusies van de REB voor te bereiden en de verklaringen of demarches door de Europese Unie goed te keuren.

- Het gezamenlijke situatiecentrum (SitCen)

Dit is een instrument voor permanente monitoring, analyse en reactie.


Instrumenten van het GBVB

De besluiten

De Raad stelt besluiten op ter bepaling van de door de Unie in te nemen standpunten, het door de Unie uit te voeren optreden, en de wijze van de uitvoering ervan:

• De standpunten
Deze worden vastgesteld door de Raad. Ze zijn bindend voor de lidstaten en dienen door deze in alle omstandigheden te worden verdedigd, ook bij internationale organisaties en op internationale conferenties.

• De optredens
Deze worden aangenomen door de Raad en maken het mogelijk materiële en financiële middelen vrij te maken voor een gezamenlijke actie.

De verklaringen van de Hoge Vertegenwoordiger namens de Europese Unie

De EU gebruikt dit kanaal om openlijk standpunten in te nemen en haar visie op een gegeven situatie bekend te maken. De inhoud ervan dient te worden goedgekeurd door de 27 lidstaten van de Europese Unie.

De demarches bij buitenlandse regeringen

Deze zijn bedoeld om een buitenlandse regering ervan te overtuigen haar standpunt te herzien of van een bepaalde actie af te zien. In die zin schragen ze een beslissing van de Europese Unie. Demarches kunnen discreet zijn, vertrouwelijk of openbaar. Ze worden door het Delegatiehoofd van de EU uitgevoerd.

De politieke dialoog met andere Staten of regionale organisaties

De Hoge Vertegenwoordiger voert een regelmatige dialoog met een vijftigtal landen en met een tiental regionale organisaties. De Europese Unie geeft de voorkeur aan de politieke dialoog om bepaalde derde landen op weg te helpen naar meer democratie en naar de rechtsstaat.

De aanwezigheid van de Europese Unie op het terrein

Het Verdrag van Lissabon rust de EU uit met een eigen diplomatiek netwerk: er bestaan meer dan honderd Delegaties van de EU, die de Europese Unie in derde landen en regionale organisaties vertegenwoordigen.
Bovendien, door de tussenkomst van de Speciale Gezanten en Vertegenwoordigers is de aanwezigheid van de EU op het terrein verzekerd en krijgt de EU een volledig beeld van de situatie ter plaatse.

De sancties

Worden gebruikt om te reageren op de schending van het internationale recht of van de mensenrechten of op een beleid dat niet strookt met de wettigheid of met de democratische beginselen. De EU past deze sancties toe in overeenstemming met het EU-Verdrag of met de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Deze sancties (embargo’s, handelsbeperkingen, beperkte toegang tot het grondgebied, bevriezen van tegoeden) zijn gericht tegen de regeringen van derde landen, niet-statelijke entiteiten en onderdanen van derde landen.



Nuttige links   

Portaal van de Europese Unie

Het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid

De Hoge Vertegenwoordiger voor het GBVB

De Europese Unie op het terrein : Vertegenwoordigers en Gezanten 

De verklaringen van het GBVB

De sancties