De Globale Strategie van de Europese Unie

 

De eerste Europese veiligheidsstrategie (EVS) dateert van december 2003. Tegen de achtergrond van de oorlog in Irak en een diep verdeeld Europa was het onvermijdelijk om een dergelijke strategie uit te werken onder leiding van de Hoge Vertegenwoordiger Javier Solana. Sinds 2003 werd het gemeenschappelijk buitenland- en veiligheidsbeleid (GBVB) steeds meer in de diepte uitgewerkt. De uitvoering van de EVS werd in 2008 weliswaar geïntensiveerd, maar in het licht van de sterk veranderde veiligheidssituatie in de afgelopen jaren, werd de noodzaak voelbaar een nieuwe strategie op te zetten.

In 2015 kreeg de Hoge Vertegenwoordiger Federica Mogherini van de Europese Raad de opdracht een nieuwe strategie te ontwikkelen. De Globale strategie voor het buitenland- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie werd in juni 2016 op de Europese Raad voorgesteld. De richtlijnen voor het  GBVB worden toegelicht in dit document: "Gedeelde visie, gemeenschappelijke actie : een sterker Europa".

De EUGS baseert het extern optreden van de EU op vijf grote assen:

  • De veiligheid van de Unie
  • Veerkracht van staat en samenleving in onze oostelijke en zuidelijke buurlanden
  • Een geïntegreerde aanpak van conflicten
  • Regionale kaders voor samenwerking
  • Mondiale governance in de 21e eeuw

Op veiligheids- en defensiegebied bepaalt de EUGS drie strategische prioriteiten:

  • respons op externe crises en conflicten,
  • capaciteitsopbouw bij de partnerlanden,
  • bescherming van de Unie en haar burgers.

Met het oog op de concrete omzetting van deze visie van de EUGS heeft de Raad Buitenlandse Zaken in november 2016 een uitvoeringsplan uitgewerkt met een nieuw ambitieniveau.

Bijna terzelfder tijd gaf de Europese Commissie het startsein voor een Europees defensieactieplan. Dat plan rust op drie pijlers:

  • de oprichting van een Europees Defensiefonds ter ondersteuning van onderzoek naar en ontwikkeling van essentiële defensiecapaciteiten,
  • het stimuleren van investeringen in de defensiesector,
  • de versterking van de interne markt in de defensiesector.

De Globale strategie op het gebied van  veiligheid en defensie werd concreet in de praktijk gebracht door middel van verschillende acties en initiatieven :

  • In een eerste fase werd het militair plannings- en uitvoeringsvermogen (MPCC) ingesteld als permanente operationele commandostructuur voor niet-executieve militaire missies.
  • De permanente gestructureerde samenwerking op het gebied van defensie (PESCO - Permanent Structured Cooporeation) werd in december 2017 door 25 lidstaten opgezet. Ze is gericht op een intensievere samenwerking bij de ontwikkeling van defensiecapaciteiten en op de operationele terbeschikkingstelling van die capaciteiten. Elk jaar wordt een evaluatie gemaakt van de uitvoering en naleving van de juridisch bindende verbintenissen die de deelnemende lidstaten zijn aangegaan.
  • PESCO hangt nauw samen met de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie (CARD - Coordinated Annual Review on Defence) die werd ingevoerd met het oog op meer transparantie en meer coördinatie tussen de lidstaten bij de nationale planning op het gebied van defensie. 
  • Ten slotte werd een nieuw financieel instrument buiten de EU-begroting in het leven geroepen, de Europese Vredesfaciliteit (EPF - European Peace Facility) die tot doel heeft het GVDB een nieuwe impuls te geven door de  mogelijke financiering van operationele acties in het kader van het GBVB die gevolgen hebben op militair gebied of op defensiegebied. Dit is meer bepaald zo voor de levering van de basisuitrustingen die nodig zijn voor de doeltreffende en duurzame opleiding en training van de strijdkrachten van de  landen waarin militaire opleidings- en adviesmissies (zoals EUTM) worden uitgevoerd. Die uitrustingen kunnen namelijk niet door de EU-begroting worden gefinancierd.

De samenwerking met derde landen die actief aan deze missies en operaties deelnemen, is bovendien van essentieel belang om de doeltreffendheid van die missies en operaties te verhogen. Een nauwere samenwerking met de VN, NAVO, OVSE en de Afrikaanse Unie maakt ook deel uit van de geïntegreerde aanpak inzake  conflict- en crisisbeheersing.

De samenwerking tussen de EU en de NAVO is van fundamenteel belang voor België dat lid is van beide organisaties. De gezamenlijke verklaring EU-NAVO die in juli 2016 werd afgelegd op de NAVO-top in Warschau had een nieuwe dynamiek bij de samenwerking tussen de twee organisaties doen ontstaan. Het intensiveren van de politieke dialoog stond voorop, daarnaast werden ondertussen 74 concrete actiepunten uitgewerkt op zeven verschillende domeinen: hybride dreigingen, cyberdefensie, weerbaarheid, capaciteitsopbouw, maritieme veiligheid, defensie-industrie en oefeningen. De meerwaarde en de noodzaak van de samenwerking werd bevestigd in een nieuwe gezamenlijke EU-NAVO-verklaring die ondertekend werd te Brussel op 10 juli 2018. Daarin ligt de nadruk op de vooruitgang die moet worden geboekt op het gebied van militaire mobiliteit, terrorismebestrijding, weerbaarheid tegen CBRN-risico’s (chemische, biologische of radiologische/nucleaire stoffen) en op de bevordering van het programma vrouwen, vrede en veiligheid.

Wij werken momenteel aan de vernieuwing van onze website. Om een beter idee te krijgen van wie onze website raadpleegt en naar welke informatie hij of zij op zoek is, willen wij u vragen deze korte vragenlijst in te vullen. Dit zal maar enkele minuten van uw tijd vragen. Alvast bedankt voor uw medewerking.

 

De vragenlijst vindt u hier: https://qlite.az1.qualtrics.com/jfe/form/SV_4VdkGChG6BNcVXD

Indien nodig kunt u rechtsboven de taal van de vragenlijst aanpassen.