Gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB)

 
1. Wat is het GVDB

Het Verdrag van Lissabon beklemtoont dat het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid integrerend deel  uitmaakt van het gemeenschappelijke buitenland- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie. Door deze laatste te voorzien van een operationele capaciteit op basis van civiele en militaire middelen kan zij de vrede handhaven, conflicten voorkomen en de internationale veiligheid versterken. Hiertoe kunnen met name de lidstaten met eenparigheid van stemmen beslissen civiele missies of militaire operaties buiten de Europese Unie uit te voeren.

 
2. Ontstaan van het GVDB

De oorsprong van de Europese veiligheids- en defensiestructuur gaat terug tot de naoorlogse periode, maar volgens velen gaf de gemeenschappelijke verklaring van Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk op de top van Saint-Malo in 1998 de aanzet tot het Europees veiligheids- en defensiebeleid (GVDB). De Franse en Engelse leiders waren het er inderdaad over eens dat de Europese Unie over een autonome actiecapaciteit moet beschikken en geloofwaardige militaire strijdkrachten moet kunnen inzetten, wil ze een volwaardige rol kunnen spelen op het internationaal toneel. Tegen de achtergrond van de crisis in Kosovo wordt het GVDB het jaar nadien op de top in Keulen officieel opgezet. Bij die gelegenheid stelt de Europese Raad zich tot doel snel de nodige beslissingen te nemen opdat de Unie haar verantwoordelijkheden in de context van de zogenaamde Petersbergtaken kan waarnemen die vernoemd zijn naar de plaats nabij Bonn waar de Europese top plaatsvond. De volgende taken worden vooropgesteld: humanitaire en reddingsopdrachten, vredeshandhaving, opdrachten van strijdkrachten op het gebied van crisisbeheersing, met inbegrip van het tot stand brengen van vrede. Deze betoonde Europese vastberadenheid blijkt vervolgens op de toppen van Helsinki (1999) en van Santa Maria da Feira (2000) waar de streefdoelen en de nodige capaciteiten (de "Headline Goals") op militair en civiel gebied worden vastgelegd. Met de voorstelling van de Europese Veiligheidsstrategie wordt in 2003 een nieuwe stap gezet naar aanleiding van Berlijn-Plus-akkoorden die erop zijn gericht dat de EU gebruik kan maken van de militaire structuren voor crisisbeheersing van de NATO.

De inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2009 is een belangrijk kantelpunt in het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB) dat op dat ogenblik wordt herdoopt tot gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) om het verruimde actiegebied in de verf te zetten. Bij de Petersbergtaken komen vanaf dan de nieuwe acties inzake ontwapening, adviserende en bijstandverlenende missies op militair gebied, conflictpreventie en stabilisatieoperaties op het einde van conflicten.

Een ander belangrijk moment in de geschiedenis van het GVDB was de voorstelling in 2016 van de  Globale strategie voor het buitenland- en veiligheidsbeleid van de Europese Unie (Globale strategie van de EU, EUGS in het Engels). Wat defensie betreft, rust de Globale strategie op de drie volgende pijlers :

Wat de civiele aspecten betreft, beslisten de Raad en de lidstaten gezamenlijk in november 2018 om een twintigtal verbintenissen na te komen in het kader van een Pact dat tot doel heeft het civiele GVDB slagkrachtiger, responsiever en geïntegreerder te maken.

Meer informatie over de Globale strategie is beschikbaar via de deze link.

 
3. Rollen en verantwoordelijkheden

Aangezien het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid een intrinsiek intergouvernementeel beleid is, valt het onder de verantwoordelijkheid van de Raad en de Hoge Vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid.  Daarom wordt deze laatste, die tevens vicevoorzitter van de Commissie is, ondersteund door de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) die bij het Verdrag van Lissabon werd opgericht, steeds onder het politieke toezicht en de strategische leiding van het Politiek en Veiligheidscomité (PVC).

 
4. GVDB-missies en -operaties

De eerste militaire operaties Concordia (in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië) en Artemis in de Democratische Republiek Congo werden in 2003 uitgevoerd. Daarna volgden zo’n 35 civiele en militaire missies en operaties te land en ter zee in Europa, Azië en Afrika.

Op  deze link vindt u een gedetailleerd overzicht van de verschillende missies en operaties die nu nog lopen.