Corruptie, witwassen van geld en financiering van terrorisme

 
Corruptie

De strijd tegen corruptie is als prioriteit aangemerkt in het Nationaal Veiligheidsplan 2016-2019 van de Belgische regering. Corruptie vormt immers een ernstige bedreiging voor de duurzame economische ontwikkeling van een land en vergroot de economische en sociale ongelijkheid.  

In België wordt corruptie beteugeld door het strafwetboek zoals gewijzigd door de wet van 10 februari 1999 (op haar beurt gewijzigd door de wet van 11 mei 2007). Corruptie in de openbare sector is het voorwerp van de artikelen 246 en volgende van het Strafwetboek en corruptie in de privésector is het voorwerp van de artikelen 504bis en volgende van het Strafwetboek.

België heeft de onderstaande internationale overeenkomsten ondertekend:

  • Het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (Organisatie van de Verenigde Naties, 31 oktober 2003), het enige universele verdrag inzake de strijd tegen corruptie.
  • Het Verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties (OESO, 17 december 1997).
  • Het Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie (Raad van Europa, 27 januari 1999).
  • Het Burgerrechtelijk Verdrag inzake corruptie (Raad van Europa, 4 november 1999).
  • De Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn (Raad van de Europese Unie, 26 mei 1997).

Als ondertekenende partij is ons land onderworpen aan een evaluatie waarbij via een “peer review” wordt nagegaan of België de bepalingen van deze verdragen effectief toepast.

 
Informatie betreffende het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie:

De tekst van het verdrag:
https://www.unodc.org/documents/brussels/UN_Convention_Against_Corruption.pdf

 Inlichtingenfiche UNODC (PDF, 1006.52 KB)

De Conferentie van Partijen stelde een evaluatiemechanisme in om de staten te ondersteunen bij de effectieve toepassing van het verdrag. Het gaat om een “peer review” waarbij de betrokken staat wordt geëvalueerd door twee staten die partij zijn en die door middel van loting worden bepaald. Elke evaluatieperiode, waarin alle staten moeten worden geëvalueerd, duurt 5 jaar. Wanneer de evaluatie van het land afgerond is, wordt een analytische samenvatting op de website van UNODC gepubliceerd.

België sloot in 2016 zijn eerste evaluatiecyclus over de hoofdstukken III (Criminalization) en IV (International cooperation) af. De analytische samenvatting staat op de website van UNODC

De tweede evaluatiecyclus betreft de hoofdstukken II (Preventive measures) en V (Asset recovery). Hij begon in juli 2016. Ons land werd per loting aangewezen voor het eerste jaar van de tweede cyclus. De evaluerende landen zijn de Tsjechische Republiek en Malta.

De controlelijst voor de tweede cyclus:
http://www.unodc.org/documents/treaties/UNCAC/WorkingGroups/ImplementationReviewGroup/20-24June2016/V1601515e.pdf

De technisch verantwoordelijke aanspreekpunten voor deze cyclus zijn:

De tweede evaluatiecyclus volgt het volgende tijdschema:

  • Oktober 2016: overlegging van de checklist aan België door het UNODC-secretariaat.
  • November - december 2016: vertaling van de checklist voor de evaluerende landen (naar het Engels)
  • Januari - februari 2017: opmerkingen van de evaluerende landen.
  • Februari 2017: vertaling van de opmerkingen van de evaluatoren (naar het Frans)
  • Mei 2017: opmerkingen van de evaluatoren
  • Herfst 2017: bezoek aan België van het UNODC-secretariaat en de experts-evaluatoren van de Republiek Malta en de Tsjechische Republiek.

De antwoorden voor de hoofdstukken II en V werden aan het UNODC-secretariaat bezorgd binnen de gestelde termijn die op 31 oktober 2016 afliep. Op het politieke niveau worden de Belgische standpunten steeds onderworpen aan het instrument van de multilaterale coördinatie, COORMULTI genaamd, een bijeenkomst die door de dienst Coormulti bij de FOD Buitenlandse Zaken wordt bijeengeroepen.

België bekrachtigde trouwens in oktober 2016 de zes beginselen die de transparantie van het evaluatieproces van het verdrag waarborgen teneinde de participatie van de civiele samenleving te bevorderen (Transparency Pledge UNCAC Coalition).

Het betreft de volgende 6 beginselen:

  • Publicatie van een bijgewerkt tijdschema voor het evaluatieproces over ons land.
  • Mededeling van de aanspreekpunten voor de uitvoering van de evaluatie.
  • Bekendmaking van de publicatie van het analytische verslag en de link naar de website.
  • Publicatie van de analytische samenvatting in de plaatselijke taal.
  • Informatiesessie voor de civiele samenleving.
  • Oproep aan de civiele samenleving om als observator deel te nemen aan de hulporganen van de conferentie.

Op het einde van het evaluatieproces wordt een informatiesessie voor de civiele samenleving georganiseerd.

 
Informatie betreffende
 het Verdrag inzake de bestrijding van omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties

De tekst van het verdrag: 
http://www.oecd.org/daf/anti-bribery/ConvCombatBribery_ENG.pdf

 
Anticorruptiegids voor Belgische ondernemingen in het buitenland:

Het nationaal contactpunt voor OESO-richtlijnen bij de FOD Economie en de FOD Justitie hebben samen een gids uitgewerkt om de ondernemingen die actief zijn op de internationale markten te sensibiliseren voor de risico’s van corruptie en om ze te helpen bij de naleving van de regels inzake de strijd tegen de omkoping van buitenlandse ambtenaren bij internationale zakelijke transacties:  Anticorruptiegids voor Belgische ondernemingen in het buitenland (PDF, 2.13 MB).

 
OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen:
https://www.oecd.org/corporate/RBC-for-Institutional-Investors.pdf

De FOD Buitenlandse Zaken stelde alle diplomatieke posten met een instructie in het bezit van de anticorruptiegids om de Belgische ondernemingen in het buitenland praktische hulpmiddelen aan te reiken voor de strijd tegen corruptie.

In oktober 2015 ondertekenden de FOD Justitie en de FOD Buitenlandse Zaken een memorandum van overeenstemming dat bepaalt dat de Belgische diplomatieke posten in het buitenland eventuele informatie over feiten van corruptie die betrekking kunnen hebben op Belgische bedrijven in het buitenland onverwijld moeten melden aan de directie-generaal Multilaterale Zaken en Mondialisering van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, die de aanklacht doorgeeft aan de ter zake bevoegde autoriteit.

 
Informatie betreffende het Verdrag betreffende corruptie, Raad van Europa:

Tekst van het verdrag:

Het verdrag handelt over actieve en passieve corruptie in de openbare sector en de privésector.  België maakt ook deel uit van de GRECO (Group of states against corruption) die toeziet op de toepassing van het verdrag door de lidstaten (http://www.coe.int/en/web/greco/home)

 
Informatie betreffende het Burgerrechtelijk Verdrag inzake corruptie, Raad van Europa:

De tekst van het verdrag: 
https://www.coe.int/en/web/conventions/full-list/-/conventions/rms/090000168007f3f6

 
Informatie betreffende de Overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn

De tekst van de Overeenkomst:
http://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/TXT/?uri=URISERV%3Al33027

 
Witwassen van geld

Het witwassen van geld is het verbergen van de bekende illegale herkomst van kapitaal of fondsen (drugs, afpersing, oplichting, wapenhandel, fraude …).

In België is de CFI (Cel voor Financiële Informatieverwerking) het preventief instrument bij uitstek in de strijd tegen het witwassen van crimineel geld, de financiering van terrorisme en proliferatie.

De CFI is tevens voorzitter van de partnerraad van het College voor de coördinatie van de strijd tegen het witwassen van geld van illegale afkomst.

Deze raad houdt zich bezig met witwasrisico's en preventief beleid. Samen met de andere partners is hij verantwoordelijk voor het opstellen van een analyse van de witwasrisico’s.

Tot aan de wet van 18 september 2017 (tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, de zogenaamde "WG/FT-wet"), werd de strijd tegen het witwassen van geld geregeld door de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, gewijzigd door de wet van 18 januari 2010 (waarin de derde antiwitwasrichtlijn in Belgisch recht wordt omgezet), de wet van 26 november 2011 en de programmawet van 29 maart 2012.

De wet van 18 september 2017 zet Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie om in nationaal recht.

De strijd tegen het witwassen van geld omvat twee aspecten:

  • Preventief aspect: de regeling voert in hoofde van ondernemingen en personen op wie de wet betrekking heeft, een verplichting in tot samenwerking en tot het doorgeven van informatie, teneinde verdachte financiële verrichtingen op te sporen en te melden aan de CFI (meldingsplicht)
  • Repressief aspect: artikel 505 van het Strafwetboek. Het artikel is gericht op drie gedragingen die kunnen wijzen op het witwassen van geld:
    • * Verruimde heling: kopen, ruilen, ontvangen, bezitten, bewaren of beheren van vermogensvoordelen die uit een misdrijf zijn verkregen.
    • * De omzetting of overdracht van de zogenaamde vermogensvoordelen met de bedoeling de illegale herkomst ervan te verbergen of te verdoezelen.
    • * Het verhelen of verhullen van de aard, oorsprong, vindplaats, vervreemding, verplaatsing of eigendom van de vermogensvoordelen. Het artikel richt zich voornamelijk op het gebruik van schuilnamen, stromannen, schermvennootschappen of financiële vennootschappen of instellingen in offshoregebieden, belastingsparadijzen, …  

De wet van 5 mei 2019 houdende diverse bepalingen wijzigt het Wetboek van Strafvordering.

Deze wet maakt een betere uitwisseling en verspreiding van informatie mogelijk tussen de verschillende instanties die bevoegd zijn voor de bestrijding van het witwassen van geld.

Krachtens deze wet heeft de procureur des Konings voortaan de toestemming om bij de volgende instanties de nodige informatie op te vragen over financiële producten, diensten en verrichtingen en over virtuele waarden die betrekking hebben op een verdachte:

  • Instellingen bedoeld in artikel 5, § 1, 3° tot 22° van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten;
  • Het centraal contactpunt van de Nationale Bank van België overeenkomstig de wet van 8 juli 2018 houdende organisatie van een centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten en tot uitbreiding van de toegang tot het centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht, collectieve schuldenregeling en protest.

Wanneer de CFI overeenkomstig artikel 44/11/3ter, § 4 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt aan de gemeenschappelijke gegevensbanken informatie heeft doorgegeven, kan alle relevante informatie worden meegedeeld aan alle diensten die krachtens deze wet of de bijbehorende uitvoeringsbesluiten rechtstreeks toegang hebben tot alle of een deel van de persoonsgegevens en de informatie die in die gemeenschappelijke gegevensbanken zijn opgenomen. Deze diensten mogen de informatie alleen gebruiken voor de doeleinden waarvoor zij toegang hebben tot gemeenschappelijke gegevensbanken.

 
Financiering van terrorisme en proliferatie

De bestrijding van terrorisme en de financiering ervan maken deel uit van het Nationaal Veiligheidsplan. Een nuttig hulpmiddel hierbij zijn de 40 aanbevelingen van de FATF (Financial Action Task Force) tegen het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en proliferatie.

De aanbevelingen zijn onderverdeeld in vier groepen:

  • Rechtsstelsel (aanbevelingen 1, 2, 3)
  • Maatregelen die financiële instellingen en niet-financiële ondernemingen en beroepen moeten nemen in de strijd tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (aanbevelingen 4 tot 25)
  • Institutionele en andere maatregelen die nodig zijn in de stelsels ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (aanbevelingen 26 tot 34)
  • Internationale samenwerking (aanbevelingen 35 tot 40)

De FATF is samengesteld uit 38 landen en twee regionale organisaties (Europese Unie en de Raad voor Samenwerking van de Arabische Golfstaten). De taskforce werd in 1989 opgericht door de G7 en werkt op basis van peer reviews (waarbij een lidstaat een andere lidstaat evalueert).

België was het voorwerp van een evaluatie op de plenaire vergadering van de taskforce in februari 2015. De evaluatie, fase IV genaamd, gaat over de technische conformiteit (de mate waarin de wetgeving van de lidstaat overeenstemt met de normen van de taskforce) en de doelmatigheid (de mate waarin de aanbevelingen effect sorteren).

België moet zich tegen 2020 schikken naar de opmerkingen van de taskforce om volledig aan de 40 aanbevelingen te voldoen.