Ontwapening & non-proliferatie

 

De ontwikkeling van nucleaire programma’s voor militaire doeleinden, het gebruik van chemische wapens in bepaalde conflictzones door zowel statelijke als niet-statelijke actoren of de problematiek van de afwending van conventionele wapens, zijn dreigingen die het belang van preventie en controle op het vlak van bewapening onderstrepen.

Voor België is internationale veiligheid één en ondeelbaar. Op het vlak van ontwapening moet men dus vooruitgang boeken zowel op het gebied van de conventionele als van de niet-conventionele wapens. België is ook voorstander van een globale aanpak en een evenwichtige vooruitgang op vlak van ontwapening en non-proliferatie.

 
Massavernietigingswapens

Het formuleren van een duidelijk antwoord op de dreiging van massavernietigingswapens, afkomstig van zowel staten als niet-statelijke actoren, ook van terroristische groeperingen, staat bovenaan de internationale veiligheidsagenda.

Deze massavernietigingswapens of “niet-conventionele wapens,” zijn ontworpen om een groot aantal slachtoffers te maken en veel schade aan te richten. Ze maken geen onderscheid tussen slachtoffers en hun inzet heeft gevolgen op de lange termijn. Onder massavernietigingswapens worden over het algemeen volgende wapens verstaan:

  • Nucleaire
  • Biologische
  • Chemische

De dreiging van massavernietigingswapens beperkt zich niet tot het nationaal grondgebied, en daarom wil ons land die aanpakken binnen een regionale context. De grote actuele dossiers, zoals Iran of Noord-Korea op het nucleaire gebied, tonen deze noodzaak goed aan. Zij vergen een constante aandacht en investering in diplomatieke oplossingen.

Een effectieve multilaterale aanpak is het beste middel om aan deze uitdagingen te beantwoorden. Voor ons land zijn de gemeenschappelijke standpunten van de Europese Unie (EU) in die zin bijzonder relevant omdat zij de impact en zichtbaarheid van onze inspanningen sterk verhogen. Sinds 2003 nam de EU een strategie tegen massavernietigingswapens aan (zie hieronder) die ook nu nog steeds zin heeft.

 
Conventionele wapens

De dreiging van massavernietigingswapens mag ons niet doen vergeten dat er nog steeds belangrijke uitdagingen bestaan inzake “human security”. Dit gaat over de individuele veiligheid van de mensen, dikwijls de meest kwetsbaren, tijdens en na conventionele conflicten. In vele landen, en zeker in Afrika en Centraal-Amerika, is conventioneel wapengeweld een grotere bedreiging dan massavernietigingswapens.

Daarom spant de Belgische diplomatie zich in om de thema´s “human security” en “ontwapening die levens redt” hoog op de agenda van de grote internationale instellingen te houden. België speelde een voortrekkersrol in de uitvoering van de Ottawaconventie over antipersoonsmijnen en de Osloconventie over clustermunitie; in het afsluiten van het Wapenhandelsverdrag; in de strijd tegen illegale wapenhandel en in internationale sensibilisering voor de problematiek van kindsoldaten.

Voor België kan een geloofwaardige internationale veiligheidspolitiek deze problemen niet links laten liggen. Veiligheid is ondeelbaar en vergt realistische, globale en constante diplomatieke investeringen zowel op het vlak van massavernietigingswapens als op het vlak van conventionele wapens. Het volgend schema is een bondige grafische voorstelling van onze aanpak.

 
Grafiek
 Grotere afbeelding (PDF, 36.97 KB)

 
Exportcontrole van strategische goederen

De export van wapens en goederen voor tweeërlei gebruik is onderworpen aan controle om de internationale veiligheid en het respect voor de mensenrechten te waarborgen. Bedrijven die handelen in deze strategische goederen moeten strenge regels volgen.

In België zijn de drie regionale overheden verantwoordelijk voor de afgifte van vergunningen voor de invoer, uitvoer en doorvoer van wapens, defensie-gerelateerde producten en goederen voor tweeërlei gebruik, met uitzondering van de vergunningen aangevraagd door het Belgische Leger of de Federale Politie.

De export van nucleaire goederen is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring door de federale minister van Energie, gebaseerd op het advies van de Commissie van advies voor de niet-verspreiding van kernwapens.