Clustermunitie - het Oslo-Verdrag


Het Verdrag

Het Osloverdrag inzake clustermunitie werd aangenomen in 2008 en trad twee jaar later in werking. Het telt momenteel 110 verdragspartijen. Het Verdrag verbiedt het gebruik en de productie van clustermunitie en verplicht de verdragspartijen om:

  • hun voorraden te vernietigen
  • de besmette gebieden te ontmijnen binnen vastgelegde termijnen
  • hulp te bieden aan de slachtoffers van clustermunitie

Clustermunitie is ontworpen om explosieve submunities te verspreiden die elk minder dan twintig kilogram wegen. De humanitaire gevolgen van clustermunitie zijn desastreus om twee redenen:

  • niet onderscheidend effect: tijdens de aanval wordt een gebied besmet zonder onderscheid tussen burgers en militaire doelwitten.
  • effect van de resten van clustermunitie na het einde van het conflict: na de vijandelijkheden blijven ontplofbare resten in de grond achter, die burgers kunnen doden of verwonden. Deze niet-ontplofte wapens belemmeren de terugkeer van de bevolking en het herstarten van de sociale en economische activiteiten.

 

Belgisch beleid

Clustermunitie werd in de Tweede Wereldoorlog en andere conflicten gebruikt. Het legitieme gebruik ervan werd echter steeds meer in vraag gesteld, omwille van het onaanvaardbare leed toegebracht aan burgers.

In 2006 was België het eerste land dat een verbod op clustermunitie in zijn wetgeving opnam. De Wapenwet plaatst clustermunitie, net als antipersoonsmijnen, in de categorie van verboden wapens.

België nam actief deel aan het internationaal onderhandelingsproces dat in 2006 rond deze wapens op gang kwam. De Belgische onderhandelingsdoelstellingen werden ruimschoots behaald: een juridisch bindend internationaal instrument werd goedgekeurd, met de steun van een brede groep landen, inclusief producenten en bezitters van deze wapens. Het Verdrag bevat ook heel wat praktische bepalingen om de hulp aan de slachtoffers van deze wapens efficiënt te organiseren.

België ijvert voor de universalisering en volledige implementering van het Verdrag. Bovendien geeft België financiering aan organisaties die actief zijn in verband met ontmijning op het terrein. Het document Belgian approach to mine action beschrijft de principes van het Belgische beleid.