Wapenhandel

 
Op het niveau van de Europese Unie

De EU heeft in juni 1998 een Gedragscode betreffende wapenuitvoer aangenomen, die sinds 2008 omgevormd werd in een Gemeenschappelijk Standpunt (2008/944/GBVB). De lidstaten hebben concrete engagementen genomen op het vlak van export van militaire technologieën en materieel.

Enerzijds zijn ze vastbesloten om hoge gemeenschappelijke normen vast te leggen voor het beheer van en het betrachten van terughoudendheid bij overdracht van militaire technologie en goederen door alle lidstaten. Anderzijds verbinden de lidstaten zich ertoe om de informatie-uitwisseling op dit vlak te versterken voor meer transparantie.

Het Gemeenschappelijk Standpunt, dat van toepassing is op alle overdrachten van technologieën en goederen, van munitie tot tanks, bevat volgende bepalingen:

  • Criteria die alle lidstaten in overweging moeten nemen alvorens een wapenuitvoerlicentie goed te keuren of te weigeren;
  • Een procedure waarbij de lidstaten elkaar inlichten over de gevallen waar een uitvoer geweigerd werd;
  • Een verplichting tot consultatie van de andere lidstaat die een uitvoer geweigerd heeft indien men een gelijkaardige aanvraag tot uitvoer ontvangt.

 
Op wereldniveau

Het Wapenhandelsverdrag (ATT volgens Engels acroniem)

is het belangrijkste instrument in dit domein. Het werd goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, geopend voor ondertekening op 2 april 2013 en onmiddellijk ondertekend door België. De geldende wetgeving zowel op federaal als gewestelijk niveau voldeed reeds aan de verplichtingen die uit het Wapenhandelsverdrag voortvloeien.

Op 3 juni 2014 legde ons land zijn ratificatie-instrument neer nadat het federale parlement en de 3 parlementen van de Gewesten hun goedkeuring hadden gegeven.

Het Wapenhandelsverdrag werd van kracht op 24 december 2014.

België mikte van bij de aanvang van de onderhandelingen op een ambitieus Wapenhandelsverdrag met strikte criteria op het vlak van mensenrechten en internationaal humanitair recht.

Ons land ijverde voor volgende punten:

  • een zo ruim mogelijk toepassingsgebied, zowel betreffende de categorieën van wapens als de types van overdracht;
  • meer transparantie;
  • degelijke opvolgingssystemen om ervoor te zorgen dat het verdrag ook in de toekomst relevant kan blijven;
  • opname in het verdrag van een verwijzing naar gender gerelateerd geweld of geweld tegen burgers, in het bijzonder vrouwen en kinderen.

De Belgische diplomatieke actie was er ook op gericht om de grote wapenproducenten aan boord van de onderhandelingen te houden.

Het Wassenaar Arrangement betreffende de reglementering van de export van conventionele wapens en van goederen en technologieën voor dubbel gebruik werd aangenomen in 1995 en trad in werking in 1996. Het verzamelt een veertigtal staten die hun nationaal beleid inzake overdracht van kennis en materieel willen coördineren en transparantie in dit domein willen stimuleren. De procedures die in dit kader zijn opgezet hebben tot doel te vermijden dat de export van wapens, goederen en technologieën gebruikt wordt voor doeleinden die de stabiliteit en veiligheid in de wereld ondergraven.