Massavernietigingswapens

 

 
Algemene principes

Ons beleid betreffende nucleaire ontwapening en non-proliferatie maakt deel uit van het algemeen Belgisch beleid inzake internationale veiligheid zoals bepaald in de Regeringsverklaring. Deze integratie weerspiegelt zich zowel in de doelstellingen als in de middelen. Het belangrijkste doel is de bescherming van de Belgische bevolking tegen veiligheidsrisico’s en dreigingen en dit doen we door ons lidmaatschap van de relevante internationale organisaties en ons respect voor onze internationale verbintenissen

We streven naar gemeenschappelijke standpunten binnen de EU en naar ad hoc initiatieven met bereidwillige NAVO-partners om de internationale agenda te beïnvloeden.

België neemt deel aan de volgende internationale fora die ontwapening en non-proliferatie behandelen:

  • de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, in het bijzonder de Eerste Commissie;
  • het Internationaal Agentschap voor Atoomenergie (IAEA);
  • de Ontwapeningsconferentie (CD) en de VN-Ontwapeningscommissie (UNDC);
  • de Europese, Transatlantische, Euro-Atlantische organisaties zoals de EU, de NAVO en de OVSE;
  • de internationale bijeenkomsten in opvolging van het Non-proliferatieverdrag en de Conventies die chemische en biologische wapens verbieden;
  • de exportcontrole regimes: “Australia Group” (chemische en biologische goederen), “MTCR” (rakettechnologie) en “NSG” (nucleaire goederen);
  • en ten slotte enkele specifieke fora, zoals het “Proliferation Security Initiative”, “Global Initiative to Combat Nuclear Terrorism”, “International Partnership for the Nuclear Disarmament Verification” en het “Global Partnership Against the Spread of Weapons of Mass Destruction”.

Ons land komt in deze fora tussen in functie van zijn langetermijndoelstellingen en van de specifieke kansen die elk van deze fora biedt.

Daarnaast gebruiken we ook onze bilaterale contacten om onze doelstellingen te bevorderen en te realiseren.

 
Nucleaire wapens

De hoeksteen van het Belgisch kernwapenbeleid is het Non-proliferatieverdrag (NPT volgens Engels acroniem) dat door België werd getekend in 1968 en geratificeerd in 1975.  

Het NPT heeft drie doelstellingen:

  • de niet-verspreiding van nucleaire wapens;
  •  de uiteindelijke eliminatie van alle nucleaire wapens;
  •  en de internationale samenwerking voor het vreedzaam gebruik van nucleaire energie.

Op het gebied van nucleaire ontwapening kiest de Belgische regering voor een geleidelijke en soms discrete aanpak die gericht is op het stapsgewijs afsluiten van concrete en verifieerbare ontwapeningsakkoorden tussen de kernmachten.

Binnen de EU heeft België zich bijzonder ingespannen om tot betekenisvolle en evenwichtige gemeenschappelijke standpunten te komen, waarin zowel de Europese kernwapenstaten als de andere lidstaten zich kunnen terugvinden.

 Ons beleid wil een aantal concrete doelstellingen verwezenlijken, waaronder:

  • de Verenigde Staten en de Russische Federatie moeten verdere vooruitgang boeken inzake de vermindering van hun nucleaire arsenaal;
  • wij roepen alle betrokken staten op om onverwijld het Verdrag over het Verbod op Kernproeven (CTBT volgens Engels acroniem) te ratificeren zodat het Verdrag in werking kan treden;
  • wij streven naar de start van onderhandelingen over een universeel verdrag over het verbod op de aanmaak van splijtstof voor militaire doeleinden (FMCT volgens Engels acroniem);
  • wij roepen alle betrokken staten op om praktische maatregelen te treffen om het per ongeluk afvuren van kernwapens te voorkomen;
  • wij wensen dat de kernwapenstaten de bestaande veiligheidsgaranties ten aanzien van de niet-kernwapenstaten op een juridisch bindende wijze bevestigen.

 
Chemische wapens

Het Chemische Wapenverdrag (Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, CWC volgens Engels acroniem) werd op 13 januari 1993 ondertekend en intussen maken 192 landen er deel van uit. België ratificeerde het Verdrag in 1997.

Dit Verdrag is uniek door zijn verregaande draagwijdte: niet alleen worden chemische wapens verboden, maar er wordt ook een verificatieregime ingevoerd van dat verbod, met inbegrip van controle op de legitieme productie en gebruik van een reeks chemicaliën. Daarom zijn verdragsstaten verplicht om regelmatig informatie over deze chemische stoffen over te maken aan de internationale organisatie die opgericht werd door het verdrag, nl. de “Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons” (OPCW volgens Engels acroniem).

Deze organisatie is gemachtigd om inspecties uit te voeren bij bedrijven en instellingen die omgaan met dergelijke chemicaliën.

In elke verdragsstaat is een “Nationale Autoriteit” aangesteld, die fungeert als contactpunt voor de OPCW. In België is de minister van Buitenlandse Zaken aangesteld als Nationale Autoriteit. De FOD Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor de overdracht van informatie die door de OPCW gevraagd wordt en vertegenwoordigt ook het land tijdens inspecties op het Belgisch grondgebied.

België hecht veel belang aan het Chemisch Wapenverdrag. Het is namelijk het enige internationale verdrag dat niet enkel een volledige categorie van massavernietigingswapens verbiedt maar er ook een echt verificatiemechanisme aan verbindt. Bovendien beschermt het Verdrag tegen een dreiging waaraan België al tijdens de Eerste Wereldoorlog aan werd blootgesteld: op 22 april 1915 werden chemische wapens immers voor het eerst op grote schaal ingezet op het slagveld bij Ieper. De honderdjarige herdenking van dit tragische gebeuren vond plaats in 2015 te Ieper. Naar aanleiding hiervan werd de “Verklaring van Ieper” aangenomen door alle staten die lid zijn van het Verdrag.  

De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog laten zich nog steeds voelen in België. In de Westhoek in de provincie West-Vlaanderen wordt elk jaar ongeveer 200 ton-niet ontplofte explosieven gevonden, waarvan 5% chemische munitie is. België informeert de OPCW regelmatig over de ontdekking van dergelijke chemische wapens en van hun vernietiging door het DOVO (Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen) in Poelkapelle.

 
Biologische wapens

België is partij bij het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie en de aanleg van voorraden van biologische en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens (BTWC volgens Engels acroniem). België heeft het Verdrag ondertekend in 1972 en geratificeerd in 1979. Het Verdrag trad in werking in 1975.

Biologische wapens, ook wel bacteriologische wapens genoemd, zijn machines of dragers die biologische agentia naar een bepaald doelwit brengen. Ze gebruiken levende organismen om ziektes te verspreiden die de dood of een permanente of tijdelijke ziekte tot gevolg hebben.

Biologische agentia kunnen zijn: bacteriën, virussen en toxines.

De BTWC beschikt, in tegenstelling tot het Chemische Wapenverdrag, niet over een verificatieregime. Maar het feit dat er op dit moment geen enkel land beweert over biologische wapens te beschikken, is een bevestiging van de ruime normatieve draagwijdte van dit multilaterale verdrag.

Onze inspanningen richten zich voornamelijk op volgende doelstellingen:

  • ondersteunen van de ontwikkeling van een internationale industriële norm in het domein van bioveiligheid (biosafety) en bio-beveiliging (biosecurity), in nauwe samenwerking met de industrie en de betrokken beroepsverenigingen. Dit alles om te vermijden dat biologische agentia in verkeerde handen zouden vallen.
     
  • het belang benadrukken van een effectieve controle van de export van “goederen voor tweeërlei gebruik” ( d.w.z. voor zowel civiel als militair gebruik) in het biologische domein, in overeenstemming met resolutie 1540 van de VN Veiligheidsraad;
     
  • de toepassing van de Conventie op nationaal niveau verbeteren en bijdragen leveren aan het debat over het internationaal toezicht op het respecteren van de bepalingen van de Conventie. Hiertoe organiseerden de landen van de BENELUX een “peer review” waarvan de resultaten met de andere Verdragstaten werden gedeeld;
     
  • het versterken van de internationale norm tegen biologische wapens. In deze context slaagde België er in om eind 2017 een amendement op het statuut van Rome (statuten van het Internationaal Strafhof) te laten goedkeuren waardoor het gebruik van biologische wapens als oorlogsmisdaad beschouwd wordt.

 
De rol van de Europese Unie

Regionale instabiliteit en conflictsituaties liggen vaak aan de basis van bewapeningsprogramma’s. De EU kan een belangrijke rol spelen in de beperking hiervan door de inzet van haar instrumenten van conflictpreventie en -beheer. Bovendien beschikt de EU als geen ander over een breed gamma aan middelen en opties voor samenwerking met derde landen.

In 2003 nam de EU de Strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens aan als raamwerk voor haar initiatieven. Deze strategie heeft als doel om ontwikkelingsprogramma’s voor massavernietigingswapens te beperken en indien mogelijk te ontmantelen.

In 2008 werd de bovenvermelde strategie geactualiseerd met het aannemen van “Nieuwe actielijnen” die het beleid efficiënter en operationeler moesten maken.

In 2013 nam de Raad van de EU conclusies aan die wezen op de noodzaak om met antwoorden te komen op de nieuwe uitdagingen inzake de verspreiding van massavernietigingswapens, meer bepaald:

  • De ontwikkeling van nieuwe communicatiemiddelen die de proliferatoren toelaten om kennis en gevoelige expertise te verwerven;
  • Het ontstaan van nieuwe methodes van verspreiding van massavernietigingswapens;
  • De snelle ontwikkeling van wetenschap en technologie die het ontwerpen van massavernietigingswapens makkelijker maken.

Een van de eerste concrete instrumenten die door de EU in de praktijk werd gebracht is de non-proliferatie clausule. Deze clausule zou in elk gemengd verdrag (tussen EU en derde land) moeten opgenomen worden. Deze clausule maant de ondertekenende partijen ertoe aan om hun verplichtingen inzake non-proliferatie na te komen. Op deze manier draagt de EU concreet bij aan de universalisering en het respect voor de internationale instrumenten inzake ontwapening en non-proliferatie.

De EU onderneemt gerichte demarches om derde landen te overtuigen toe te treden tot de belangrijke wapenbeheersingsakkoorden zoals het Non-proliferatieverdrag en het Chemische Wapenverdrag.