Chemische wapens


Het Chemische Wapenverdrag

Het Chemische Wapenverdrag verbiedt de productie en het gebruik van chemische wapens. Het werd in 1993 ondertekend en België ratificeerde het in 1997. Intussen maken 193 landen er deel van uit.

De uitvoering van het verdrag wordt gecontroleerd door de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW). Deze organisatie superviseert de ontmanteling van de bestaande chemische wapenarsenalen. Om mogelijke clandestiene wapenprogramma’s op te sporen, voert de OPCW inspecties uit bij bedrijven en andere instellingen die omgaan met bepaalde chemicaliën.

 

Belgisch engagement

Chemische wapens werden voor het eerst gebruikt op Belgisch grondgebied, meer bepaald op het slagveld bij Ieper in 1915. In de Westhoek worden elk jaar nog 200 ton niet-ontplofte explosieven uit de Eerste Wereldoorlog gevonden. Ongeveer 5% daarvan zijn chemische munitie. België informeert de OPCW regelmatig over de ontdekking van deze chemische wapens en over hun vernietiging door DOVO (Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen).

Helaas worden chemische wapens in de 21e eeuw nog steeds ingezet: tijdens conflict, zoals de Syrische burgeroorlog, en in moordaanslagen, zoals tegen de Noord-Koreaan Kim Jong-nam en tegen de Russen S. Skripal (in Salisbury, UK) en A. Navalny. Het gebruik van chemische wapens is voor België onaanvaardbaar. België ijvert mee voor het versterken van de internationale norm tegen chemische wapens, onder meer door te strijden tegen straffeloosheid. Europa trof sancties tegen de verantwoordelijken voor het chemische wapengebruik in Syrië en Rusland. België maakt deel uit van het Internationaal Partnerschap tegen de straffeloosheid voor het gebruik van chemische wapens.

België schonk twee miljoen euro voor de oprichting van een nieuw OPCW-laboratorium dat chemische analyses zal verrichten en opleiding zal geven aan wetenschappers uit de hele wereld.