Sanctieregime ten aanzien van Iran

 

Het EU-beleid ten aanzien van Iran wordt sinds 2003 sterk gedomineerd door haar bezorgdheid over het Iraanse nucleaire programma.

Besprekingen tussen Iran en enkele Europese landen leidden tot een tijdelijke opschorting van de Iraanse uraniumverrijking, maar in 2005 verbrak Teheran het akkoord. Dit leidde binnen de VN tot een aantal resoluties van de Veiligheidsraad (in 2006, 2007, 2008 en 2010), bindend voor alle VN-leden. Naast de invoering van sancties werd tegelijk getracht om met Iran tot een dialoog te komen binnen het E3+3 forum (gesprekken tussen Iran enerzijds en Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland + China, Rusland en de VS anderzijds): het zogenaamd tweesporenbeleid. De lidstaten van de Europese Unie in het E3+3-overleg worden vertegenwoordigd door Hoge Vertegenwoordiger Mogherini.

De EU implementeert de VN-regelgeving, maar nam daarbovenop ook nog autonoom aanvullende sancties aan. In november 2011 werd de Europese bezorgdheid over het nucleaire programma immers groter, na de negatieve bevindingen van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) omtrent de omvang van het nucleaire programma en het potentieel militaire karakter ervan. Aangezien er daarnaast ook een gebrek aan vooruitgang bestond in de E3+3-dialoog met Iran, besloot de EU in januari 2012 en in oktober 2012 haar sanctieregime sterk uit te breiden. Het Iran-sanctieregime werd het meest uitgebreide EU-sanctieregime tot op heden en omvat maatregelen inzake wapenhandel, de financiële sector, de transportsector, de aardolie- en aardgassector, de petrochemie, edelmetalen, en meer specifieke maatregelen om handel in goederen en diensten tegen te gaan die aangewend kunnen worden in het Iraanse nucleaire en ballistische programma. Bovendien werden heel wat entiteiten en personen op een sanctielijst geplaatst, wiens tegoeden werden bevroren (zoals de Centrale Bank van Iran). Ook werd een visumban opgelegd aan de opgelijste personen.

Ook de Verenigde Staten zetten een vergelijkbaar, uitgebreid sanctieregime op, dat net zoals het EU-sanctieregime veel verder gaat dan wat er binnen de VN werd besloten. De bedrijven moeten ook rekening houden met de mogelijke doorwerking van de Amerikaanse sancties, zeker indien zij Amerikaanse onderdelen, software of technologie gebruiken, of indien zij zakelijke belangen in de VS hebben, omdat de Verenigde Staten het extraterritorialiteitsbeginsel toepassen. Een Europees bedrijf dat handel voert met Iran en daarbij het VS-sanctieregime schendt, kan dus onder de VS-sancties vallen.

De sancties hadden een grote impact op de Iraanse economie, en de verkiezing van president Rohani in juni 2013 leidde tot een nieuwe impuls voor de dialoog binnen het E3+3 kader. In november 2013 bereikten de E3+3 en Iran een voorlopig akkoord over het nucleaire programma. In afwachting van een definitief akkoord schort dit programma een beperkt aantal sancties op : de opschorting werd verlengd tot 14/01/2016 en blijft van toepassing in afwachting van de tenuitvoerlegging van het alomvattende akkoord dat op 14 juli 2015 inzake het Iraans nucleair programma werd bereikt.

Dit alomvattend akkoord heeft de vorm van een actieplan, het Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA), met 5 technische bijlagen. 

Overeenkomstig het JCPOA wordt het sanctieregime ten aanzien van Iran in 3 fasen versoepeld, gespreid over 10 jaar. De overgang naar de volgende fase is altijd gekoppeld aan de tenuitvoerlegging van het akkoord door Iran. 

De huidige sancties die dateren van 2012 blijven bestaan tot de overgang naar de eerste fase die in het JCPOA is gespecifieerd, namelijk de vaststelling door het IAEA dat Iran al zijn nucleaire verplichtingen uit hoofde van het akkoord nakomt. De overgang naar deze eerste fase op op 16 januari 2016 (= Implementation Day) gebeurd.

Verder voorziet het JCPOA ook in een “snap-back”-mechanisme waardoor sancties die zijn opgeheven, automatisch weer van kracht worden, als Iran op een bepaald moment zijn verplichtingen niet zou nakomen.  

Hieronder volgt een beknopte niet-limitatieve beschrijving van de 3 fasen waarin het JCPOA voorziet: 

  • Fase 1: Resolutie 2231 van de VN-Veiligheidsraad van 20 juli 2015 steunt het actieplan zoals omschreven in het JCPOA en voert een "snap-back"-mechanisme in. Zodra de IAEA heeft vastgesteld dat Iran de bepalingen van het nucleair akkoord nakomt, kunnen de sancties die door de Verenigde Naties werden ingesteld alsook de sancties van de EU en de VS in de volgende sectoren worden opgeheven: financiën (onder andere bank- en verzekeringsactiviteiten); aardolie, gas en petrochemie; zeevervoer, scheepsbouw en andere vervoersdiensten; goud; andere edelmetalen; bankbiljetten en muntstukken. Tegelijkertijd zouden bepaalde individuele sancties worden opgeheven (visumban en bevriezing van tegoeden). Over het algemeen wordt ervan uitgegaan dat de eerste fase begin 2016 en aanvang kan nemen.
  • Fase 2 (8 jaar na fase 1, of vanaf dat de IAEA kan concluderen dat het nucleair programma van Iran een louter vreedzaam karakter heeft): opheffing van andere sancties van de EU en de VS, meer bepaald over goederen voor tweeërlei gebruik; het vervoer van goederen en technologieën die op de gemeenschappelijke EU-lijst van militaire goederen staan; software; wapens. Tegelijkertijd zouden andere individuele sancties (visumban en bevriezing van tegoeden) worden opgeheven.
  • Fase 3 (10 jaar na fase 1): opheffing van alle resterende sancties.

Ten slotte dient te worden opgemerkt dat sommige sancties ten aanzien van Iran, die geen verband houden met het nucleair programma (zoals de EU-sancties in verband met de schending van de mensenrechten of de VS-sancties in verband met terrorisme) niet onder het JCPOA vallen en dus van toepassing blijven. 

Verdere informatie over het JCPOA op: http://eeas.europa.eu/top_stories/2015/150714_iran_nuclear_deal_en.htm.


Meer informatie

De sancties betreffen concreet de volgende Europese wetgeving:

  • Raadsbesluit 2010/413/GBVB en EU-Verordening 267/2012, en de latere wijzigingen erop, voor het sanctieregime omwille van de nucleaire proliferatie.
  • Verordening (EU) 2015/1861 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran
  • Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1862 tot uitvoering van Verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran
  • Besluit (GBVB) 2015/1863 tot wijziging van Besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran
  • Raadsbesluit 2011/235/GBVB en EU-Verordening 359/2011, en de latere wijzigingen erop, voor het sanctieregime omwille van de mensenrechtensituatie.

De EU-Verordeningen (en de wijzigingsverordeningen van latere datum) zijn rechtstreeks van toepassing in België.

Voor vragen over de uitvoering van de sancties in België verwijzen we u naar de bevoegde instanties (met link). Voor meer algemene vragen over het Belgische sanctiebeleid, kunt u zich richten tot: sanctions@diplobel.fed.be.

Informatie over het Amerikaanse sanctiebeleid vindt men op deze website. Bedrijven moeten de mogelijke impact van Amerikaanse sancties zelf afwegen. De Belgische overheid vervult hierin geen rol. Informatie over het VN-sanctieregime met betrekking tot Iran vindt u hier.

De Europese Unie heeft een specifieke brochure over de lifting van de sancties tegenover Iran opgesteld ter attentie van de zakenwereld: u kunt die brochure hier vinden.