Sanctieregime ten aanzien van Iran

 

Op 14 juli 2015 werd een akkoord bereikt tussen de Verenigde Staten, China, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, de EU en Iran over het controleren van het Iraanse nucleaire programma (Joint Comprehensive Plan of Action, of JCPoA). Dat akkoord werd door de VN-Veiligheidsraad bekrachtigd met Resolutie 2231 van 20 juli 2015. Nadat het Internationaal Atoomagentschap kon vaststellen dat Iran de bepalingen van het nucleair akkoord naleefde, werden overeenkomstig de VN-Resolutie op 16 januari 2016 de sancties van de VN, de EU en de VS opgeheven of opgeschort. Zo zijn de verregaande sancties in de sectoren financiën (onder andere bank- en verzekeringsactiviteiten); aardolie, gas en petrochemie; zeevervoer, scheepsbouw en andere vervoersdiensten; goud; andere edelmetalen; bankbiljetten en muntstukken, niet meer van toepassing op Iran. Tegelijkertijd werden bepaalde individuele sancties opgeheven (visumban en bevriezing van tegoeden).

Op 8 mei 2018 besloot de VS zich echter terug te trekken uit het JCPoA. Dit werd gevolgd door het unilateraal opnieuw instellen van een aantal verregaande sancties (het zogenaamde ‘maximum pressure’ beleid). De andere partijen bleven het nucleair akkoord steunen. Na verschillende Iraanse acties die in strijd waren met het JCPoA, besloten het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland in januari 2020 om het in het akkoord voorziene ‘dispute resolution mechanism’ te activeren. Deze dialoogprocedure is erop gericht om de partijen terug tot naleving van het akkoord te brengen. Indien dit mislukt, is het mogelijk dat de VN-Veiligheidsraad de sinds 2016 opgeheven/opgeschorte sancties tegen Iran opnieuw activeert.

De heringevoerde Amerikaanse sancties hebben een aanzienlijke impact, ook op Europese economische actoren. Om deze extraterritoriale effecten tegen te gaan heeft de EU op 7 augustus 2018 het zogenaamde Blocking Statute van toepassing gemaakt (Verordening 2271/96). Hierdoor is het voor Europese burgers en bedrijven verboden om de unilaterale Amerikaanse sancties na te leven. Daarnaast hebben het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland in januari 2019 INSTEX opgericht, een financieel vehikel dat erop gericht is de handel in humanitaire goederen tussen Europa en Iran te faciliteren. Inmiddels zijn een aantal andere Europese landen, waaronder België, eveneens tot INSTEX toegetreden.

Ten slotte blijven er nog een aantal andere sanctieregimes, die niet te maken hebben met het nucleair akkoord, van toepassing op Iran. Het gaat over EU-sancties tegen mensenrechtenschendingen, terrorisme en overblijvende VN-sancties inzake non-proliferatie en massavernietigingswapens.

 

Meer informatie

Informatie vanwege de EU inzake het nucleaire akkoord met Iran:
https://eeas.europa.eu/headquarters/headquarters-homepage_en/2281/Iran%20and%20the%20EU

Informatie vanwege de VN inzake het nucleaire akkoord met Iran:
https://www.un.org/securitycouncil/content/2231/background

Informatie over het Blocking Statute:
https://ec.europa.eu/info/business-economy-euro/banking-and-finance/international-relations/blocking-statute_en

Wetgevende documenten (Europese besluiten en verordeningen) betreffende de sancties die nog van kracht zijn tegen Iran:

  • Besluit 2010/413/GBVB van de Raad en EU-Verordening n° 267/2012, met latere wijzigingen, wat betreft het sanctieregime inzake nucleaire proliferatie
  • Besluit 2011/235/GBVB van de Raad en EU-Verordening n° 359/2011, met latere wijzigingen, wat betreft het sanctieregime inzake mensenrechtenschendingen.

De EU-verordeningen (en hun latere wijzigingen) zijn rechtstreeks toepasbaar in België.

Voor algemene vragen over het Belgische sanctiebeleid kunt u contact opnemen met: sanctions@diplobel.fed.be.