Sanctieregime ten aanzien van Rusland


Sinds het uitbreken van de scherpe crisis eind 2013 in Oekraïne heeft de Russische Federatie een wel heel weinig constructieve rol gespeeld, meer bepaald met de onwettige annexatie van de Krim en door de destabilisatie van Oost-Oekraïne in de hand te werken door politieke en materiële ondersteuning te bieden aan verschillende gewapende groepen die voor autonomie vechten.
De Europese Unie en haar partners van de G7 hebben meermaals hun ongenoegen geuit over de acties van Rusland, die de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne ondermijnen. 
Om Rusland ertoe te bewegen een andere houding aan te nemen en ervan te overtuigen om op actieve en ondubbelzinnige wijze te helpen zoeken naar een politieke en duurzame oplossing voor de Oekraïense crisis, besliste de Europese Unie op 17 maart 24 om een eerste reeks sancties op te leggen. Die sancties, in de vorm van reisbeperkingen en de bevriezing van tegoeden, raken een hele reeks Russische en Oekraïense prominenten die betrokken waren bij de onwettige annexatie van de Krim door Rusland. Die lijst van personen werd sindsdien meermaals uitgebreid en telt vandaag 95 namen.
 
 
Op 16 juli 2014 besliste de Europese Raad een tweede reeks sancties te treffen, met inzonderheid de bevriezing van nieuwe programma’s in Rusland die door de Europese Investeringsbank (EIB) en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) worden gefinancierd.
Ook besliste de EU om de draagwijdte van haar eerste reeks sancties uit te breiden en zo niet langer alleen personen te treffen, maar ook entiteiten in de Russische Federatie die materiële of financiële steun verlenen aan acties die de onafhankelijkheid en de territoriale integriteit van Oekraïne bedreigen of in het gedrang brengen. Vandaag worden 23 entiteiten door die sancties getroffen.
Op 17 juli 2014 betekende de tragedie met vlucht MH17, die naar alle waarschijnlijkheid is neergehaald door separatisten die door Rusland worden ondersteund en bewapend, opnieuw een keerpunt in de Oekraïense crisis. Meer dan ooit is het noodzakelijk dat Rusland ophoudt steun te verlenen aan de separatistische groeperingen en dat het de grens met Oekraïne beveiligt om de wapenstromen en het verloop van strijders tussen beide landen een halt toe te roepen. Voorts zou Rusland zijn invloed bij de separatisten moeten aanwenden om een staakt-het-vuren af te kondigen in het gebied waar het toestel MH17 is neergestort; pas dan kunnen de experts een onafhankelijk en transparant onderzoek voeren naar de oorzaken van het ongeval, overeenkomstig resolutie 2166 van de VN-Veiligheidsraad.  
 
 
Op 31 juli 2014 kondigde de Europese Unie een derde reeks sectorgebonden beperkende maatregelen aan, de zogenaamde ‘maatregelen van de derde fase’, tegen Rusland; deze keer gaat het ook om economische sancties, namelijk de beperking van de toegang tot de primaire en secundaire Europese kapitaalmarkt voor vijf Russische financiële instellingen die eigendom zijn van de Staat, een embargo op de wapenhandel naar Rusland, verbod op de uitvoer van goederen voor tweeërlei gebruik voor militaire eindgebruikers en, tot slot, beperking van de Russische toegang tot gevoelige technologieën in de energiesector.
 
Tegelijk heeft de EU beperkingen ingevoerd op de handel en op investeringen ten aanzien van de Krim en Sebastopol, overeenkomstig het beleid van niet-erkenning door de EU van de onwettige annexatie van dit gebied door Rusland. Tot die beperkingen behoort het verbod om over te gaan tot nieuwe investeringen in de Krim en in Sebastopol en dit in de volgende domeinen: infrastructuurprojecten in de sectoren vervoer, telecommunicatie en energie en ontginning van natuurlijke hulpbronnen (aardolie, gas en mijnbouw). In dit verband heeft de Europese Commissie een ‘Information Note to EU business operating and/or investing in Crimea/Sevastopol’ opgesteld, bestemd voor bedrijven die in dit gebied (zouden willen) werken.
 
 
Het besluit van de Raad waarbij deze derde reeks sancties in werking treedt, blijft gedurende één jaar van kracht, tot 31/07/2015. De Lidstaten van de Europese Unie zijn ook overeengekomen om de concrete impact van de derde reeks sancties te evalueren binnen een termijn van drie maanden, dus uiterlijk op 31/10/2015.
Ook heel wat partners van de EU, meer bepaald de leden van de G7, hebben sancties getroffen tegen Rusland en zijn het helemaal met de EU eens over de manier waarop dit dossier moet worden aangepakt: de Verenigde Staten, Japan, Australië, Zwitserland en Canada
 
 
Het ultieme doel van de EU bestaat erin een duurzame politieke oplossing uit te werken voor de crisis in Oekraïne, zodat dit land zich kan concentreren op zijn ontwikkeling en wederopbouw op basis van het Vredesplan van President Porosjenko. De Europese Unie blijft haar dialoog met Rusland dus voortzetten om zich ervan te vergewissen dat Rusland bijdraagt tot de inspanningen van de internationale gemeenschap met als doel vrede in Oekraïne te bewerkstelligen.

 

Meer informatie


De sancties betreffen concreet de volgende Europese wetgeving:

  • Raadbesluit 2014/119/PESC en EU-Verordening n°208/2014 betreffende beperkende maatregelen tegen bepaalde personen, entiteiten en lichamen in het licht van de situatie in Oekraïne
  • Raadbesluit 2014/145/PESC en EU-Verordening n°269/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen
  • Raadbesluit 2014/507/PESC en EU-Verordening n°825/2014 betreffende beperkingen op goederen van oorsprong uit de Krim of Sebastopol, als antwoord op de illegale inlijving van de Krim en Sebastopol
  • Raadbesluit 2014/508/PESC en EU-Verordening n°826/2014 betreffende beperkende maatregelen met betrekking tot acties die de territoriale integriteit, soevereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne ondermijnen of bedreigen
  • Raadbesluit 2014/512/PESC en EU-Verordening n°833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren