In NAVO-verband

A. Afghanistan: International Security Assistance Force (ISAF)

1. Algemeen

De belangrijkste rol van de NAVO in Afghanistan is het verlenen van bijstand aan de Afghaanse autoriteiten om hun gezag te vestigen over het volledige grondgebied, om aldus bij te dragen tot heropbouw en ontwikkeling van het land. Veiligheid en stabiliteit zijn daartoe essentieel. Het voornaamste instrument van de NAVO om te komen tot een veilige en stabiele leefomgeving is de International Security Assistance Force (ISAF).

ISAF is sinds 2001 ontplooid met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad onder Hoofdstuk VII van het VN-Handvest. Het huidige mandaat van ISAF is gebaseerd op resolutie 1833 van 22 september 2008.

Op te merken valt dat ISAF geen een traditionele VN-vredesoperatie is, maar wordt gevormd door een “coalition of the willing”. In 2003 nam de NAVO het commando van ISAF over; momenteel leveren 50 landen troepen aan ISAF, waaronder alle NAVO-lidstaten. In totaal maken ongeveer 130.000 militairen nu deel uit van ISAF.

Het verzekeren van veiligheid en stabiliteit vormt de voornaamste taak van ISAF. Daarnaast ondersteunt ISAF de heropbouw en de ontwikkeling van Afghanistan aan de hand van Provincial Reconstruction Teams (PRT), die moeten bijdragen tot de versterking van de Afghaanse instellingen, de rechtsstaat en goed bestuur. Op vraag van de Afghaanse autoriteiten kan ISAF ook bijstand verlenen in de strijd tegen illegale drugs.

Tijdens de NAVO-top van Chicago in mei 2012 zullen de staats-en regeringsleiders zich buigen over het Navo strategisch plan voor Afghanistan, met inbegrip van een blijvend structureel partnerschap. 

2. Belgische betrokkenheid

De inspanningen van België in Afghanistan zijn in de loop van 2009-2010 aanzienlijk opgedreven. De Ministerraad van 3 april 2009 besliste om het Belgische contingent in Afghanistan te vergroten van 500 naar 560 man: 25 bijkomende militairen en twee extra F-16 jachtbommenwerpers werden naar Kandahar gezonden, waardoor het totale aantal Belgische F16 jachtvliegtuigen in Afghanistan op 6 komt. De overige soldaten (een 35-tal) vormen een tweede, bijkomend Operational Mentor and Liaison Team (OMLT) in Kunduz, in samenwerking met Duitsland. Het gaat om een groep instructeurs die de opleiding van het nationale Afghaanse leger mee omkaderen. Het grootste Belgische contingent (ongeveer 500 man) blijft instaan voor de beveiliging van de luchthaven van Kaboel.

De Belgische regering oordeelde dat de inspanningen niet beperkt mogen blijven tot het militaire en dat ook de civiele component van groot belang is. België trok daarom de hulp in het kader van ontwikkelingssamenwerking in 2012 op tot ongeveer 15 miljoen euro. Dit kadert in de 3D-strategie voor Afghanistan (Defence, Development, Diplomacy).

De Belgische regering zal die inspanning die zij levert op civiel en militair vlak doortrekken tot 2014.

België heeft beslist (kernkabinet van 29 juni 2011) een begin te maken van de afbouw van de militaire bijdrage tot Isaf door in 2012 het contingent verantwoordelijk voor de bewaking van de luchthaven van Kabul terug te trekken.   De missies in Kunduz en Kandahar blijven gehandhaafd.

B. Operation Unified Protector

1. Algemeen

Onder UNSCR 1970 en 1973 mandaat voerde NATO, samen met andere ‘contributing countries’ (Qatar, VAR, JOR) onder de naam “Operation Unified Protector” (OUP) tussen maart en oktober 2011 drie militaire missies uit in Libië:

  • Afdwingen wapenembargo op zee en in de lucht: NAVO-schepen bewaakten sinds eind maart de kust voor Libië.
  • Afdwingen no-fly zone (NFZ) boven Libië: vooral gericht tegen het gebruik van vliegtuigen en helikopters door Kadhafi.
  • Bescherming van de burgerbevolking tegen militaire aanvallen: NAVO-vliegtuigen vernietigden tanks en artillerie die de bevolking direct bedreigden.

2. Belgische betrokkenheid

BEL nam deel aan “Operation Unified Protector” (OUP):

  • Zes F-16s vanuit Araxos (HE) ter ondersteuning van de no-fly zone en de bescherming van de burgerbevolking (NFZ+).
  • Mijnenveger “Narcis” voor de kust van Libië ter afdwinging wapenembargo. 
     

C. Kosovo: Kosovo Force (KFOR)

1. Algemeen

De NAVO leidt sinds juni 1999 de operatie Kosovo Force (KFOR) ter ondersteuning van bredere internationale inspanningen om vrede en veiligheid te bewerkstelligen in Kosovo. Het mandaat van KFOR werd vastgelegd door VN-Veiligheidsraadresolutie 1244 van 12 juni 1999, onder Hoofdstuk VII van het VN-Handvest.

KFOR moet geleidelijk worden omgevormd tot een kleinere reactiemacht; op termijn is het wenselijk dat KFOR zichzelf overbodig maakt en dat de operatie helemaal kan worden afgesloten.

2. Belgische betrokkenheid

De ongeveer 210 Belgische militairen die ontplooid waren in Kosovo, als onderdeel van de Multinational Task Force (MTNF) in Mitrovica (Noord-Kosovo) werden eind maart 2010 teruggetrokken.

België neemt met een contingent van ongeveer 30 rechters, politiemensen en ambtenaren nog wel deel aan de civiele EULEX-missie van de Europese Unie.