Meer informatie over Finexpo

 

Finexpo is een interministerieel adviescomité dat wordt beheerd door de Administratie van Buitenlandse Zaken; het wordt voorgezeten door de Directeur-generaal Bilaterale Zaken van de FOD Buitenlandse Zaken en de FOD Financiën levert de vicevoorzitter. Het Comité bestaat uit vertegenwoordigers van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel, Ontwikkelingssamenwerking, Financiën, Economie, Begroting, de Nationale Delcrederedienst en de Gewesten.

Zoals gezegd behandelt Finexpo dus dossiers die worden ingediend door ondernemingen en / of banken die een overheidssteun vragen voor hun exportkrediet.

 
Waarom deze tussenkomst van de Staat?

  • om Belgische bedrijven die een contract onderhandelen en die in concurrentie zijn met bedrijven van andere landen toe te laten een aantrekkelijke en competitieve financiering voor te stellen
  • om onze ondernemingen toe te laten projecten te realiseren in ontwikkelingslanden en zo bij te dragen tot de groei van die landen via de toekenning van hulp

Er zijn twee soorten tussenkomsten van de Staat: de één biedt een financiering aan competitieve marktvoorwaarden terwijl de andere het toelaat om overheidsteun toe te kennen aan projecten die gerealiseerd worden in ontwikkelingslanden.

 
Welke instrumenten maken het mogelijk deze doelstellingen te bereiken?

Concessioneel:

  • Gift
  • Interestbonificatie met of zonder gift
  • Een gemengd krediet
  • Technische assistentie
  • Ongebonden lening van staat tot staat
  • KMO-instrument

Commercieel

  • Intereststabilisatie

 
Wat zijn de regels voor de voorwaarden voor tussenkomst van Finexpo?

Finexpo werd opgericht door de Koninklijke Besluiten van 30 mei 1997 met betrekking tot de versterking van de doeltreffendheid van de instrumenten voor financiële steun aan de export en van 15 juli 1997 waarmee de samenstelling en werking van het Comité Finexpo bepaald werd. Zij bepalen welke ministers bevoegd zijn om steun toe te kennen en leggen de manieren voor tussenkomst vast.

Naast deze nationale wetgeving bestaat er ook een internationaal akkoord overeengekomen binnen de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), het Arrangement betreffende publieke exportsteun. De Lidstaten van de OESO moeten de regels van dit Arrangement respecteren.

De regels van het Arrangement dienen om te verhinderen dat Staten die onderling in concurrentie zijn meer gunstige voorwaarden hebben om de markt binnen te halen. Het is noodzakelijk om zulke regels te hebben: zo blijven de Lidstaten “redelijk” en controleerbaar.

Het Arrangement is van toepassing op middel- en lange termijn kredieten, t.t.z. met een terugbetalingstermijn van twee jaar of meer.

Het bevat bepalingen over het voorschot, de maximale duur van het krediet, de locale uitgaven, de classificatie van politieke risico’s, … De beoogde doelstelling is om de praktijken van elke lidstaat te harmoniseren en om de publieke steun voor exportkredieten te beperken en te kaderen.

Daarenboven bevat het Arrangement ook regels die worden toegepast op hulpkredieten en die het toepassingsveld daarvan beperken.

De eerste belangrijke regel is dat gebonden en ongebonden hulpkredieten slechts kunnen worden toegekend aan ontwikkelingslanden. De staatstussenkomst die wordt toegekend moet 35 of 50% bedragen van het totale beoogde krediet. Dit percentage hangt af van het BNP per capita. Elk jaar legt de OESO een lijst vast die de rangschikking bevat die wordt opgesteld door de Wereldbank in functie van het inkomen per inwoner: dit laat toe om te zien of en aan welke voorwaarden Staatshulp kan gegeven worden voor een project in een bepaald land.

Een andere heel belangrijke en verplichte regel is dat de projecten commercieel niet leefbaar mogen zijn om te kunnen genieten van een staatstussenkomst.

Ten slotte mag er aan de Minst Ontwikkelde Landen (MOL) en binnenkort ook aan de HIPC (Highly endebted poor countries) die hoge schulden hebben enkel nog ongebonden hulp gegeven worden.

De lidstaten hebben zich ook geëngageerd om de aanbevelingen inzake leefmilieu, corruptie en verantwoord lenen te houden.

Finexpo onderzoekt de dossiers en gaat na of de regels die van toepassing zijn gerespecteerd worden: elk dossier wordt onderzocht op basis van de criteria van tussenkomst en op basis van de budgetten die worden toegekend.

 
Budget

Het jaarlijks vastleggingsbudget van Finexpo voor 2015 is 50 miljoen euro voor de Staatsleningen en 23,57 miljoen euro voor de andere instrumenten.

 

Finexpo