Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO)

 

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) die in 1961 werd opgericht, kwam in de plaats van de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (OEES) die naar aanleiding van het Marshallplan in het leven werd geroepen. De OESO telt nu 36 landen die de beginselen onderschrijven van de markteconomie, de rechtsstaat en de eerbieding van de mensenrechten.

De OESO maakt vergelijkende analyses van overheidsbeleid en voert ook doorgedreven economische / statistische studies uit.  Haar werkzaamheden hebben met name betrekking op economische vraagstukken, milieu, ontwikkeling, openbaar bestuur, de strijd tegen corruptie, internationale handel en landbouw, aangelegenheden op het gebied van financiën, fiscaliteit en bedrijven, wetenschap, technologie en innovatie, sociaal beleid, het onderwijs (PISA programma) en de problematiek van regionale ontwikkeling, de samenwerking met de niet-leden. Deze werkzaamheden worden verricht via de aanvullende comités en ondersteunende organen, waarin Lidstaten, het Secretariaat en bepaalde geassocieerde Staten overleg plegen.

Energievraagstukken worden behandeld door twee gespecialiseerde instanties: het Internationaal Energie Agentschap (IEA) (zie Energie), een onafhankelijke organisatie die in 1974 na de eerste oliecrisis werd opgericht om het energiebeleid te coördineren. Daarnaast is er het Agentschap voor Kernenergie (NEA) dat in 1958 werd opgericht met als doel de veiligheid bij het gebruik van kernenergie voor vreedzame doeleinden te bevorderen.

De voorbije 20 jaar heeft de OESO zich toegelegd op een uitbreiding van haar analysewerk naar alle landen die een markteconomie voorstaan. Zo versterkt de organisatie de dialoog met de dynamische economieën van Azië en Latijns-Amerika.


Ontwikkelingen en vooruitzichten

De mondialisering, de snelle innovatie en de digitalisering brachten wereldwijd diepgaande veranderingen teweeg en vormen een grote uitdaging voor de politieke en economische stabiliteit. De OESO moet zich aan dit nieuwe landschap aanpassen en uitzoeken haar plaats vinden in het wereldbestel.  Voorbeelden van lopende activiteiten die inspelen op deze nieuwe uitdagingen: de studie van een belasting op digitale platformen, gendergelijkheid, artificiële intelligentie of de economische analyse van waardeketens.

Sinds de financiële crisis van 2008 is de OESO nauw betrokken bij het werk van de G20,  en verdiept de Organisatie zich in mondiale vraagstukken zoals groene groei, versterking van de fiscale transparantie door middel van verdragen ter bestrijding van kapitaalvlucht en  winstverschuiving (de  BEPS-verdragen) of ook nog de klimaatwijziging. De belangrijkste uitdagingen die de OESO ziet zijn:

  • Meer openheid naar buiten in overeenstemming brengen met het vooruitzicht van betrekkingen met niet-leden, zonder dat dit (meer bepaald om budgettaire redenen) ten koste gaat van de kwaliteit van de werkzaamheden en de normen die de Organisatie hanteert ten behoeve van de lidstaten. 
  • De status van de landen met een waarnemerstatus of van geassocieerde landen, en voor bepaalde landen is dat al heel wat jaren het geval, opnieuw bekijken omdat deze landen over heel wat informatie beschikken, maar niet ten volle bijdragen aan het budget van de organisatie.

Chili, Estland, Israël en Slovenië werden in 2010 lid van de OESO, in 2016 gevolgd door Letland  en in 2018 door Litouwen. Colombia werd in maart 2020 gevraagd om toe te treden maar moet nog de wettelijke procedure voor de ratificatie voltooien. In april 2015 zijn toetredingsgesprekken met Costa Roca aangeknoopt en het toetredingsproces zou in de loop van 2020 zijn beslag krijgen. Verder wordt nog beraadslaagd over het aanvatten van onderhandelingen met zes kandidaat-lidstaten (Roemenië, Bulgarije, Kroatië, Brazilië, Argentinië en Peru). Het merendeel van de EU-lidstaten zijn voorstander van een inclusieve benadering (gezamenlijke toelating van deze zes landen)

Na drie opeenvolgende ambtstermijnen van de heer Gurria, staat in 2020-2021 ook de aanstelling van een nieuwe secretaris-generaal op de agenda.

 
Links