Draagwijze van eretekens

 
Overeenkomstig artikel 16 van de wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden mag het ereteken worden gedragen zodra de Koning het toekenningsbesluit heeft ondertekend.

De insignes van de Belgische Nationale Orden komen voor als kleinood, miniatuur en lint of rozet. De eretekens worden niet bovenop de vrijetijdskledij gedragen, behalve bij officiële ceremonies.  
Op een burgerlijk uniform mogen geen rozetten, linten en miniaturen worden gedragen.

De draagvolgorde van de Belgische eretekens wordt bepaald door de hiërarchische rangschikking van de klassen waaruit de Belgische Nationale Orden bestaan.

Andere eretekens dan de Nationale Orden worden na de Belgische Nationale Orden gedragen, vertrekkende van het midden van de borst.

De Belgische orden hebben voorrang, zelfs de palmen en medailles, op buitenlandse eretekens (om redenen van hoffelijkheid zijn uitzonderingen mogelijk).

Een en ander wordt toegelicht in het boek "De Belgische Nationale Orden" van Commandant Pat Van Hoorebeke.