Bijlage basisnota

VOORRECHTEN EN IMMUNITEITEN

1. Juridische immuniteiten

a) Immuniteit van de organisatie

De organisatie als dusdanig geniet immuniteit van rechtsmacht in het gastland. Verder zijn de gebouwen, archieven, briefwisseling en communicaties van de organisatie onschendbaar, evenals de goederen en activa die worden gebruikt voor de officiële werkzaamheden van de organisatie.

b) Immuniteit van rechtsmacht voor het personeel

  • Personeelsleden met diplomatiek statuut

    Gewoonlijk wordt aan een aantal leden van de zetel of van de vertegenwoordiging van internationale organisaties een diplomatiek statuut toegekend. België hanteert als algemene regel dat enkel aan het hoofd van de vertegenwoordiging van een internationale organisatie en aan zijn adjunct (bij de vertegenwoordigingen van Gespecialiseerde Organisaties van de VN enkel aan het hoofd van de zending) de voorrechten en immuniteiten worden toegekend die ingevolge het Verdrag van Wenen van 18 april 1961 inzake het diplomatiek verkeer zijn toegekend aan een lid van het diplomatiek personeel van een diplomatieke zending. Het hoofd van de vertegenwoordiging van een internationale instelling wordt dus niet gelijkgesteld met het hoofd van een diplomatieke zending van een staat (ambassadeur).

    Op deze algemene regel werden in het verleden enkele uitzonderingen toegestaan: aan de zetels of vertegenwoordigingen van enkele belangrijke organisaties werden meerdere diplomatieke statuten toegekend (NAVO, VN, Europese Instellingen).

    Het is evenwel de bedoeling dat de hoger vermelde algemene regel in de toekomst verder zo strikt mogelijk wordt toegepast. Verzoeken vanwege organisaties om bijkomende diplomatieke statuten (d.w.z. meer dan twee) zullen in principe niet worden ingewilligd, tenzij de betrokken organisatie onomstotelijk kan aantonen dat bijkomende diplomatieke statuten noodzakelijk zijn voor de goede werking van haar zetel of vertegenwoordiging in België.

  • Internationale ambtenaren

    De ambtenaren of stafleden van de organisatie genieten een beperkte immuniteit van rechtsmacht, namelijk enkel voor handelingen die zij stellen in de uitoefening van hun functie. Deze immuniteit blijft ook gelden nadat zij hun functie hebben beëindigd.

  • Lokaal aangeworven hulppersoneel: geniet geen immuniteit.

2. Fiscale voorrechten

a) Fiscale vrijstelling voor het officiële gebruik van de organisatie

De fiscale immuniteit van internationale organisaties, zoals zij voorkomt in het gewoonterecht, is gebaseerd op de volgende beginselen:

  • De gelijkheid van staten: dit heeft voor gevolg dat een staat een andere staat niet kan belasten via een internationale organisatie;
  • Het gastland mag geen ongeoorloofd voordeel halen uit de aanwezigheid van een internationale organisatie op zijn grondgebied;
  • Een internationale organisatie moet voor het uitvoeren van de haar opgelegde taken over de nodige onafhankelijkheid kunnen beschikken.

De vrijstelling van belastingen is absoluut, maar geldt uitsluitend voor het officiële gebruik van de organisatie, d.w.z. goederen, bezittingen, inkomsten of uitgaven die noodzakelijk zijn om de organisatie toe te laten haar door het oprichtingsverdrag opgelegde taken te vervullen. Zij kan bijgevolg principieel nooit gelden voor goederen, bezittingen, inkomsten of uitgaven die betrekking hebben op of het resultaat zijn van industriële of commerciële activiteiten. Zij geldt evenmin voor heffingen die slechts vergoedingen zijn voor diensten van openbaar nut.

b) Fiscaal statuut van de personeelsleden van internationale organisaties

De drie hoger genoemde personeelscategorieën hebben ook een verschillend statuut op het gebied van fiscale voorrechten:

  • Het hoofd van de zetel of vertegenwoordiging en (eventueel) zijn adjunct genieten de fiscale vrijstellingen die aan leden van de diplomatieke vertegenwoordigingen worden toegekend.

  • De ambtenaren van de organisatie:

    • Zij genieten in België enkel vrijstelling van belasting op de lonen en vergoedingen die zij van de organisatie ontvangen, op voorwaarde dat de organisatie zelf een interne inkomstenbelasting heft. In dit laatste geval wordt in de zetelakkoorden een bepaling tot het vermijden van dubbele belasting opgenomen.
    • In elk geval behoudt België als gastland zich het recht voor om de lonen en vergoedingen die internationale ambtenaren van hun organisatie ontvangen in aanmerking te nemen voor de berekening van de belasting op inkomsten uit andere bronnen (progressievoorbehoud).
    • Dit impliceert dat België in de regel geen exceptie van fiscale woonplaats aanvaardt: deze inkomsten uit andere bronnen dan lonen en vergoedingen worden in België belast.
    • De vrijstelling van inkomstenbelasting geldt niet voor de pensioenen die organisaties uitkeren aan hun gewezen ambtenaren die in België verblijven.

  • Het lokaal aangeworven personeel: valt onder de Belgische fiscale wetgeving en geniet bijgevolg geen fiscale voorrechten.

Internationale ambtenaren genieten dus in principe geen fiscale voorrechten voor hun persoonlijk gebruik: de vrijstelling van inkomstenbelasting is immers strikt genomen geen voorrecht, maar het gevolg van een regeling tot het vermijden van dubbele belasting.

Toch wordt door België aan internationale ambtenaren een “vrijstelling bij eerste indiensttreding” toegestaan: bij het opnemen van hun functies in het gastland hebben zij gedurende een periode van twaalf maanden het recht een eerste wagen, evenals meubels en goederen nodig voor de inrichting van hun woning, aan te kopen met vrijstelling van BTW en douanerechten. Voorwaarde is dat zij vóór hun indiensttreding niet in België verbleven. Deze vrijstelling is een Belgische “toegift”, en laat België toe om zich op dezelfde hoogte te stellen als andere gastlanden voor wat betreft de aangeboden fiscale faciliteiten.

3. Sociale zekerheid van het personeel van internationale organisaties

Krachtens artikel 3 van de wet op de sociale zekerheid van 27 juni 1969 is het Belgisch sociale zekerheidsstelsel voor werknemers van toepassing op alle werknemers in België die met een arbeidsovereenkomst werken op Belgisch grondgebied voor een in België gevestigde werkgever, tenzij een internationale overeenkomst anders bepaalt. Internationale ambtenaren die werken voor een Belgische vestiging van een internationale organisatie zouden bijgevolg verplicht aangesloten zijn bij de Belgische sociale zekerheid indien zij hiervan niet door een internationaal verdrag, zoals een multilaterale overeenkomst over voorrechten en immuniteiten of een bilateraal zetelakkoord, zouden zijn vrijgesteld. Aangezien internationale organisaties doorgaans zelf voorzien in een stelsel van sociale zekerheid voor hun personeel, wordt in de zetelakkoorden gewoonlijk een sociale zekerheidsclausule opgenomen. Daarbij worden de volgende beginselen toegepast:

  • In de zetelakkoorden die het met internationale organisaties onderhandelt, kent België de vrijstelling van verplichte aansluiting bij de Belgische sociale zekerheid enkel toe aan internationale ambtenaren die geen Belg of permanent verblijfshouder zijn. Deze ambtenaren krijgen een optierecht: zij kunnen aansluiten hetzij bij het eigen sociale zekerheidsstelsel van hun organisatie, hetzij, indien zij dit wensen, bij de Belgische sociale zekerheid.  Om te kunnen spreken van een eigen sociaal zekerheidsstelsel moet het sociale zekerheidsstelsel van de organisatie wel beantwoorden aan de minimumvoorwaarden die zijn opgenomen in de ILO – Conventie nr 102 betreffende de sociale zekerheid (minimumnormen).
  • Deze optie geldt niet voor ambtenaren van Belgische nationaliteit of permanente verblijfshouders: zij zijn verplicht aangesloten bij de Belgische sociale zekerheid (tenzij België reeds gebonden is door een bestaande internationale overeenkomst die m.b.t. een bepaalde organisatie op deze regel een afwijking bevat (1). Op deze algemene regel wordt één uitzondering toegestaan: aan de ambtenaren van Belgische nationaliteit (of permanente verblijfshouders) van de gespecialiseerde organisaties van de VN wordt, naar analogie van het personeel van de VN-organen, eveneens het optierecht toegekend.
  • Het lokaal aangeworven personeel is aangesloten bij de Belgische sociale zekerheid.

4. Overige voorrechten van internationale ambtenaren

Internationale ambtenaren zijn, voor zover zij in België geen andere winstgevende activiteit uitoefenen, niet onderworpen aan de Belgische wetgeving inzake de tewerkstelling van buitenlandse arbeidskrachten en inzake de uitoefening door buitenlanders van zelfstandige beroepsactiviteiten. Concreet betekent dit dat zij geen arbeidsvergunning nodig hebben om in België te kunnen werken.

Zij zijn evenmin onderworpen aan de maatregelen ter beperking van de immigratie of aan de inschrijvingsformaliteiten voor vreemdelingen. Dit houdt in dat zowel de procedures voor afgifte van een visum, als de administratieve verplichtingen bij hun aankomst in België, sterk vereenvoudigd worden.

_________________

(1) Dit is het geval voor o.m. de Europese Instellingen, Europese Scholen, VN, NAVO, SHAPE, EUROCONTROL, ESA, IPGRI, EDA

 

Wij werken momenteel aan de vernieuwing van onze website. Om een beter idee te krijgen van wie onze website raadpleegt en naar welke informatie hij of zij op zoek is, willen wij u vragen deze korte vragenlijst in te vullen. Dit zal maar enkele minuten van uw tijd vragen. Alvast bedankt voor uw medewerking.

 

De vragenlijst vindt u hier: https://qlite.az1.qualtrics.com/jfe/form/SV_4VdkGChG6BNcVXD

Indien nodig kunt u rechtsboven de taal van de vragenlijst aanpassen.