Historiek

Ministerraad van 9 juni 1966

Ingevolge de beslissing van de Franse regering, in 1966,  om zich terug te trekken uit de militaire structuur van de NAVO waren NAVO en SHAPE verplicht Frankrijk te verlaten en  een andere locatie te zoeken.

België heeft daarop beslist de NAVO in Brussel uit te nodigen en SHAPE in Mons.

Om de installatie van SHAPE in goede banen te leiden besliste de Ministerrraad van 9 juni 1966 een interministerieel comité op te richten “voor de studie der problemen met betrekking tot de inplanting van SHAPE in België“ (CISHIC). De opdracht van dit comité bestond erin de activiteiten van alle betrokken Ministeries te coördineren en de liaison met de NAVO en de privésector te verzekeren.

Bij Koninklijk Besluit van 14 oktober 1966 werd Graaf de Kerchove de Denterghem benoemd tot Voorzitter van het comité  alsmede van alle comités en subgroepen die er de emanatie van zijn.

Dit K.B. omschrijft de opdracht van de Voorzitter als volgt:

  • Hij coördineert en centraliseert de werkzaamheden van de ministeriële departementen en de openbare besturen in het raam van de transfer van de NAVO organismen naar België. Hij is gemachtigd alle nuttige contacten te leggen met de bevoegde internationale overheden.
  • Hij legt documenten en voorstellen van beslissing voor aan de bevoegde Ministers en waakt over de uitvoering ervan.
  • De informatiemiddelen nodig voor de uitvoering van zijn opdracht zullen door de bevoegde Ministeries en openbare besturen ter beschikking gesteld worden van de Voorzitter.
  • De Voorzitter kan de openbare besturen vragen hem adviezen en studies voor te leggen.


Ministerraad van 12 september 1997

Vervolgens werden de taken van CISHIC uitgebreid en werd het belast met het onderzoek van problemen ingevolge de inplanting in België van alle internationale organismen en van de Europese Gemeenschappen in het bijzonder.

In de jaren 70 en 80 werd de aanwezigheid van internationale organisaties steeds belangrijker, zowel ingevolge het aantal personen die zij tewerk stellen als ingevolge de materies waarvoor zij bevoegd zijn. De Belgische regering was zich terdege bewust van deze evolutie en besliste een duidelijke houding aan te nemen terzake.

Zij belastte derhalve een expertengroep met het formuleren van een zetelbeleid. Dit beleid is vervat in een nota aan de Ministerraad die werd goedgekeurd op 12 september 1997. Het nieuwe zetelbeleid strekte er voornamelijk toe de positie van België als aantrekkelijke plaats voor de inplanting voor internationale organisaties te bevestigen en elke vraag van een internationale organistie op dit vlak aandachtig te onderzoeken. In dit verband werden aan CISHIC de nodige bevoegdheden en autoriteit  toegekend om efficiënt op te treden op het vlak van een verbeterd onthaal.


Ministerraad van 30 april 1999

Op 30 april 1999 keurde de Ministerraad een bijkomende nota goed over de werking van CISHIC.

Er werd, onder andere, beslist de naam van het Comité te wijzigen in Interministerieel Comité voor het Onthaal van de Internationale Organisaties. Deze naam zal in 2006 andermaal worden gewijzigd in Interministerieel Comité voor het Zetelbeleid.


Ministerraad van 13 oktober 2006

Op 13 oktober 2006 keurde de Ministerraad inderdaad een algemene nota goed inzake het zetelbeleid. Deze nota stelt de doelstellingen van het zetelbeleid voor alsmede zijn componenten en de algemene regels voor zijn tenuitvoerlegging. De instrumenten waarover de regering beschikt voor het zetelbeleid worden eveneens overlopen. De samenwerking met Gemeenschappen en Gewesten komt ook uitgebreid aan bod.

Het zetelbeleid kan worden omschreven als het beleid inzake het onthaal van internationale gouvernementele organisaties die hun zetel of een vertegenwoordiging (zending, verbindingskantoor…) in België hebben. Door een pro-actieve en strategische politiek is het de bedoeling van de Regering om de aantrekkelijke positie van België als zetel voor de internationale organisaties te bevestigen en te verbeteren. Meer dan zestig belangrijke internationale organisaties met ruim 40.000 internationale ambtenaren en hun families hebben hun zetel of een vertegenwoordiging in België.

Het zetelbeleid heeft twee facetten. Vooreerst is er de naleving door België, als gastland, van de internationaalrechtelijke verplichtingen ten aanzien van de internationale organisaties op zijn grondgebied en o.a. de toekenning van voorrechten en immuniteiten. Ten tweede is er het onthaalbeleid op zich, nl. het geheel van acties die België aantrekkelijker kunnen maken voor de internationale organisaties. Zo is de mogelijkheid om aan gunstige voorwaarden kantooruimte te verwerven een beslissende factor in hoofde van de internationale organisaties voor de keuze van hun vestiging. Bijzondere aandacht wordt ook besteed aan de dienstverlening aan het personeel, aan de informatie over het gastland, aan de bijstand in administratieve procedures, aan de informatie over de veiligheid van het personeel en van de organisaties, aan de toegankelijkheid , aan de mobiliteitsproblematiek en aan de kwaliteit van de leef- en werkomgeving. Het geheel van deze elementen draagt bij tot een positief imago van het gastland.

Voor de tenuitvoerlegging van het zetelbeleid beschikt de Belgische Regering over een coördinatie- en overlegorgaan, het Interministerieel Comité voor het Zetelbeleid, dat de coördinatie organiseert tussen de diverse instanties in België bevoegd voor aspecten van het zetelbeleid en dat als enige gesprekspartner optreedt ten aanzien van de internationale organisaties, voor vragen m.b.t. het zetelbeleid.

Aangezien het zetelbeleid de betrekkingen betreft tussen België en de instellingen van internationaal publiek recht maakt het integrerend deel uit van de Belgische buitenlandse politiek en wordt het dus op federaal niveau gecoördineerd door de Minister van Buitenlandse Zaken, onder verantwoordelijkheid van de Premier. Wat de componenten betreft van het zetelbeleid die behoren tot de bevoegdheid van Gemeenschappen en Gewesten, wordt het overleg tussen de federale overheid en de gefedereerde instanties georganiseerd in het raam van de overlegprocedures inzake buitenlandse betrekkingen voorzien door de grondwetswijziging van 1993. Een gelijkaardig overleg is eveneens voorzien met de lokale overheden die terzake ook over belangrijke bevoegdheden beschikken.

 
Ministerraad 2 december 2016

De ministerraad keurt op voorstel van eerste minister Charles Michel en minister van Begroting Sophie Wilmès de planning en het beheer van de kredieten en projecten goed waarvoor de federale staat optreedt als “host nation” ten gunste van de internationale organisaties.

Het zetelbeleid betreft de relaties tussen België en de internationale publiekrechtelijke instellingen. De uitvoering van het zetelbeleid wordt toevertrouwd aan het Interministeriële Comité Zetelbeleid (ICZ). Een aantal projecten met betrekking tot het zetelbeleid in België vereisen een regelmatige of ad-hoc-financiering op basis van de zetelakkoorden, bilaterale overeenkomsten met een internationale organisatie of de beslissingen van de ministerraad. De noodzakelijke bijdragen worden nu op lange termijn gerationaliseerd en de kosten gecentraliseerd tijden de begrotingscontrole 2017 binnen het nieuwe programma “Zetelbeleid”, dat werd opgericht binnen het budget van de FOD Kanselarij van de Eerste Minister.

De posten van dit begrotingsprogramma omvatten de uitgaven van het federale niveau voor de internationale organisaties en hun vertegenwoordiging op het Belgische grondgebied. In functie van de akkoorden tussen de Belgische staat en de organisatie kan het begrotingsprogramma de kosten dekken die te maken hebben met:

  • de infrastructuur : voor de opbouw, de huur of het onderhoud (Europese Scholen, NCIA, SHAPE etc.)
  • de werking (SHAPE International School)
  • een administratieve of logistieke taak die België voor de organisatie uitvoert (HNS SHAPE)
  • het personeel, ingezet door een federale dienst bij de uitvoering van administratieve procedures voor de tijdelijke vestiging van personeel van de organisatie in België (Defensie, FOD Binnenlandse Zaken, FOD Financiën…)


De Voorzitters van het comité

1966 – 1972  Graaf de Kerchove de Denterghem
1972 – 1976  Jean Verwilghen
1976 – 1977  Joost Goosenaerts
1979 – 1979  Frans Baekelandt
1980 – 1983  Pierre Marchal
1983 – 1987  Jean-François de Liedekerke
1987 – 1990  Alfred Ameel
1990 – 1996  Balder Posthuma
1996 – 1998  Hugo Fonder
1998 – 2002  Michel Godfrind
2002 – 2007  Baudouin de la Kethulle de Ryhove
2007 – 2010  Michel Godfrind
2010 – 2011  Jan Van Dessel
2011 –  ...        Peter Martin